Inbreukprocedure Europese Commissie over Nederlandse aanbestedingsplicht

De Kamerfracties hebben zich unaniem negatief uitgesproken over de inbreukprocedure van de Europese Commissie (hierna: Commissie) tegen Nederland over het ontbreken van een aanbestedingsplicht voor woningcorporaties. De fracties hebben een aantal vragen voorgelegd aan minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) over de ingebrekestelling van de Commissie en het standpunt van de minister. 

De Commissie is in begin december begonnen aan de administratieve fase van de inbreukprocedure tegen Nederland. De inbreukprocedure, ook wel bekend als beroep wegens niet-nakoming, wordt gebruikt als een lidstaat Europese wetgeving niet of onvoldoende uitvoert. Volgens de Commissie moeten de Nederlandse woningcorporaties op grond van de Aanbestedingsrichtlijn 2014/24/EG worden aangemerkt als aanbestedende diensten. Dit zou betekenen dat woningcorporaties aanbestedingsplichtig moeten worden in de Aanbestedingswet 2012.

Ondanks diverse discussies over de aanbestedingsplicht stelt de Nederlandse regering dat woningcorporaties niet te kwalificeren zijn als aanbestedende diensten omdat het niet gaat om een publiekrechtelijke instelling in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn. Aanbestedingsrichtlijnen zouden daarom niet van toepassing zijn. Onterecht dus, volgens de Commissie. De Nederlandse regering heeft nog tot 7 februari (in totaal 2 maanden) de tijd om een reactie te geven op de aanmaning van de Commissie waarna de inbreukprocedure eventueel wordt voortgezet.

De aanmaning van de Commissie bevindt zich dus momenteel nog in de administratieve fase. Eerst zal er daarom een reactie moeten komen van de Nederlandse regering. De Commissie zal deze reactie beoordelen en bij het standpunt kunnen blijven dat de Nederlandse wetgeving in strijd is met Europese regelgeving. Mocht dit gebeuren, dan zal er een formeel verzoek volgen in een met redenen omkleed advies met daarin een termijn om maatregelen te treffen. Als deze getroffen maatregelen onvoldoende worden bevonden door de Commissie, dan zal de contentieuze fase van de inbreukprocedure aanvangen. De Commissie kan de zaak dan aanhangig maken bij het Hof van Justitie wegens schending van Europese wetgeving. Dit kan verschillende interessante implicaties met zich meebrengen voor wooncorporaties en derden.

Minister Ollongren, tevens viceminister-president, heeft nog geen inhoudelijke reactie gegeven. Zij geeft aan de inbreukprocedure eerst te gaan bestuderen en daarna met een reactie te komen.