8x de meest voorkomende taalfouten in scripties en hoe ze te vermijden!

Extra controle nodig? Via Het Rechtenstudentje kun je je scriptie laten nakijken op spel- en stijlfouten, interpunctie en te vaak voorkomende woorden in je tekst. Door de tijd heen is een aardig goed beeld ontstaan van de taalfouten die daarbij het meest door de scriptanten worden gemaakt. Hieronder een overzichtje, opdat je deze onnodige misstappen nooit meer maakt!

1. Het gebruik van wanneer
Wanneer is een tijdsaanduiding, maar wordt te pas en te onpas gebruikt in scripties op plaatsen waar het eigenlijk gaat om een voorwaarde. Ter illustratie:

  • Ik bel u nog, als u dat uitkomt. (‘indien / op voorwaarde dat u dat uitkomt’)
  • Ik bel u nog, wanneer u dat uitkomt. (‘op het moment dat u dat uitkomt’)

Hoewel wanneer en als door het leven gaan als synoniemen van elkaar, is er dus wel degelijk een nuanceverschil. Let daarom bij het schrijven goed op hetgeen waar het om gaat. Wissel daarnaast het gebruik van als eens af met synoniemen zoals indien, ingeval, in het geval of mits, dan ziet je tekst er al gelijk anders uit.

2. Voegwoorden vooraan de zin
Voegwoorden hebben hun naam niet voor niets gekregen: ze verbinden twee zinnen, voegen deze aaneen. Begin een nieuwe zin dus niet met maar, want, dus, et cetera. Gebruik in plaats daarvan een komma vóór deze woorden en verbindt daarmee de zin met de vorige. Gebruik vóór en overigens geen komma, ook dat gaat regelmatig fout (een heel enkele uitzondering daargelaten). Gebruik en overigens ook niet aan het begin van een zin.

3. Gebruik van getallen
Getallen tot en met twintig schrijf je uit, net als tientallen tot honderd. Hetzelfde geldt voor honderdtallen tot duizend, duizendtallen en woorden als miljoen, miljard, biljoen, et cetera.

Kortom: twee, achttien, 23, 108, tweehonderd, 455, achthonderd, 999, drieduizend, 8769, miljoen.

Maar hoe schrijf je die getallen nu voluit? Met of zonder spatie? En wat zijn de uitzonderingen? Daarover vind je hier meer.

Ook een getal-gerelateerde opmerking om te onthouden: het gebruik van één. Hoewel er regelmatig accenten op de e’s worden geplaatst, is dat niet nodig. Dus niet één van beiden, maar gewoon een van beiden.

4. Spatiegebruik
Over die spaties gesproken, dat gaat ook met ‘normale’ woorden nog wel eens fout. Verreweg de meest voorkomende op dat vlak zijn ‘terzake’ in plaats van het wel correcte ‘ter zake’ en ‘in geval’ in plaats van het juiste ‘ingeval’.

5. Gebruik van afkortingen
Hierover kunnen we kort zijn: doe het niet. Schrijf enzovoort, et cetera, of iets dergelijks, met andere woorden, bijvoorbeeld en soortgelijke woorden gewoon voluit.

6. Tegenwoordige of verleden tijd
Een fout die er stiekem regelmatig tijdens het schrijven van je scriptie insluipt: het door elkaar gebruiken van de tegenwoordige en verleden tijd. Maak daarin een keuze en wees consequent, dat leest stukken prettiger. Wél is het bijvoorbeeld prima als je je scriptie in tegenwoordige tijd schrijft, maar bijvoorbeeld de casu van jurisprudentie die je uitwerkt, in de verleden noteert. Ter illustratie:

‘Dit arrest van de Hoge Raad stamt uit 1918 en is belangrijk geweest voor de ontwikkeling van het leerstuk van de onrechtmatige daad. De Hoge Raad oordeelde hier dat… […]’

7. Mannelijk, vrouwelijk of onzijdig?
Ook een lastige kwestie blijkt het geslacht van woorden. Immers, is de Hoge Raad nu mannelijk, vrouwelijk of toch onzijdig? Plus, hoe zit dat met door rechtenstudenten veel gebruikte woorden als rechtbank, politie of ministerie? Zoek dit bij twijfel gewoon even op in de online Van Dale.

8. Hoofdletter? Of toch niet?
Is het nu officier van justitie of Officier van Justitie? (zonder hoofdletters) Faillissementswet of faillissementswet? (met hoofdletter)
Ook eentje die vaak fout wordt geschreven: memorie van toelichting. Geen Memorie van Toelichting dus, terwijl de afkorting dan weer wel MvT is.

Nieuwsgierig geworden naar onze scriptiecorrectiedienst? Lees hier dan eens de beoordelingen van verschillende studenten die je al voorgingen!