ECLI:NL:RBZWB:2021:6215 (In 11 minuten naar de cel)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 december 2021, In 11 minuten naar de cel
(ECLI:NL:RBZWB:2021:6215)

Essentie

Op 21 augustus 2020 maakte de verdachte in deze zaak een motorrit van Breda naar Rotterdam. Een medeverdachte heeft deze rit gefilmd met een GoPro-camera. Op deze beelden is te zien dat verdachte en medeverdachten in slechts 11 minuten een dollemansrit maken met snelheden die zelfs boven de 270 km/uur uit komen. Verder is te zien dat er zeer dicht op andere auto’s wordt gereden. Andere weggebruikers reageren duidelijk uit schrik waardoor er gevaarlijke situaties zijn ontstaan die bijna hebben geleid tot ongevallen. Het Openbaar Ministerie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag, dan wel dat verdachte zodanig heeft gereden dat hij verkeersregels dermate heeft geschonden dat andere verkeersgebruikers gevaar liepen op de dood of zwaar lichamelijk letsel.

Rechtsregel

Volgens de officier van justitie had verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van andere weggebruikers. De verdediging spreekt dit tegen omdat er niet voldoende bewijs is voor het voorwaardelijk opzet bij verdachte.

De vraag die hier voorligt is of sprake is van voorwaardelijk opzet die op de dood of zwaar lichamelijk letsel van anderen was gericht. Voorwaardelijk opzet komt dus neer op het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans van het intreden van het ten laste gelegde gevolg.

Voor voorwaardelijk opzet zijn drie voorwaarden te noemen. De eerste voorwaarden is dat er een aanmerkelijk kans is op het intreden van het gevolg. Dit wordt beoordeeld door te kijken naar de aard van de gedraging, de omstandigheden waaronder deze is verricht  en naar de algemene ervaringsregels waarin deze kans aanmerkelijk te noemen is. De tweede voorwaarde is het bewustzijn van die aanmerkelijke kans. De derde voorwaarde is dat de aanmerkelijke kans op de koop toe is genomen. Hiertoe wordt gekeken of de aanmerkelijke kans is aanvaard.

Inhoud

Feit 1
Aanmerkelijke kans

De rechtbank is van oordeel dat de feitelijke gedragingen van verdachte naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op een dodelijk ongeval dan wel een ongeval met zwaar lichamelijk letsel opleveren. Daarnaast wordt geoordeeld dat de gedragingen van de verdachten voor andere weggebruikers zo onverwacht zijn dat zij hier niet op kunnen anticiperen. Een adequate reactie van overige weggebruikers kan dus simpelweg niet gevergd worden. Hierdoor is de kans op een ongeluk aanmerkelijk te noemen.

Bewustzijn van de aanmerkelijke kans

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zich bewust was van de hiervoor genoemde kans. Dit ligt besloten in de gevaarlijke wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen. Uit de filmpjes blijkt ook dat verdachte vaart is gaan minderen op de momenten dat het druk werd op de weg. Hieruit blijkt wederom dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op een ongeluk.

Aanvaarding van de aanmerkelijke kans

Uit het feit dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op een ongeluk, volgt niet automatisch dat hij deze kans ook heeft aanvaard. Zo oordeelt ook de rechter in deze zaak. Nu verdachte weet had van de aanmerkelijke kans op het gevolg, maar er niet van uit is gegaan dat het gevolg zal intreden, kan wel worden gezegd dat hij heeft gehandeld met (grove) onachtzaamheid. Er kan hier echter niet met zekerheid worden geconcludeerd dat sprake is van opzet in voorwaardelijke vorm. Verdachte heeft tijdens zijn rit meermaals met extreem hoge snelheden ernstige verkeersovertredingen begaan. Uit de filmpjes blijkt tevens dat hij dit vrijwel continu en ook stelselmatig heeft gedaan. Hoewel hieruit zeker blijkt dat de verdachte onverschillig heeft gehandeld ten aanzien van de geldende verkeersregels, strekt die onverschilligheid zich niet uit ten aanzien van de gevolgen van het overtreden van de verkeersregels, zoals bijvoorbeeld een ongeluk.

De rechtbank stelt voorop dat het niet waarschijnlijk is dat verdachte eveneens de aanmerkelijke kans op te koop toe heeft genomen dat een ongeval zou plaatsvinden waarbij hij zelf zou zijn betrokken en als gevolg waarvan hij zelf het leven zou verliezen (uit: het Porsche-arrest). Hierin vindt de rechtbank doorslaggevend dat in de beelden te zien is dat verdachte meermaals snelheid mindert als het drukker wordt op de weg.

Feit 2

Ten aanzien van feit 2 oordeelt de rechter dat uit het bewijs volgt dat verdachte de verkeersregels ernstig heeft geschonden. Hij heeft dit in ernstige mate en opzettelijk gedaan en heeft daarmee gezorgd voor een risico op ernstig lichamelijk letsel bij andere weggebruikers.

Verdachte heeft het onder feit 2 ten laste gelegde bekend.

Conclusie

Gelet op de genoemde omstandigheden oordeelt de rechtbank dat niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte de aanmerkelijke kans op een ongeval met mogelijk dodelijke afloop bewust heeft aanvaard. Er kan dus ook niet worden gezegd dat hij voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood of op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan andere weggebruikers. Verdachte wordt daarom van het onder feit 1 ten laste gelegde vrijgesproken.
De rechtbank acht feit 2 echter wettig en overtuigend bewezen op grond van de bekennende verklaring van de verdachte en de bevindingen van de betreffende eenheid.

De rechtbank heeft bij deze strafbepaling gekeken naar de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierdoor is de rechtbank van oordeel dat geen andere straf dan een gevangenisstraf passend is in deze. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaar. Daarbij krijgt de verdachte een voorwaardelijke rijontzegging voor de duur van vijf jaar.