HR 7 maart 1969, NJ 1969, 249 (Gegaste uien)

Gegaste uien, HR 7 maart 1969, NJ 1969, 249

Essentie
Aan een exoneratiebeding komt onder bepaalde omstandigheden derdenwerking toe.

Rechtsregel
Indien een partij erop mocht vertrouwen dat een contractueel exoneratiebeding voor alle aan hem toevertrouwde goederen gold, kan deze partij het exoneratiebeding onder bepaalde omstandigheden ook inroepen tegen een derde die geen partij is bij de overeenkomst. Hiervan kan sprake zijn indien de derde door zijn eigen handelen dit vertrouwen heeft opgewekt. In dit arrest was van doorslaggevend belang dat de derde (Noordermeer) zonder enige beperking of nadere omschrijving aan De Klerk goedkeuring heeft gegeven om de uien door Roteb te laten gassen, en De Klerk de vrije hand heeft gegeven bij het regelen van de afspraken tussen De Klerk en Roteb. Noordermeer heeft hiermee een situatie in het leven geroepen waarin Roteb ervan uit mocht gaan dat het exoneratiebeding voor alle uien die bij De Klerk lagen opgeslagen, dus ook die van Noordermeer, zou gelden.

Inhoud arrest
Noordermeer koopt ruim 90 ton uien van De Klerk. Deze uien liggen opgeslagen met de andere uien van De Klerk. De Klerk constateert dat de uien besmet zijn en vraagt derhalve aan Noordermeer toestemming om de uien te laten gassen door het gemeentelijk bedrijf Roteb. Noordermeer gaat hiermee akkoord. De ontsmetting van de uien gaat echter fout en alle uien die bij De Klerk liggen opgeslagen moeten worden vernietigd. Noordermeer wenst haar geleden schade te verhalen en spreekt Roteb aan, en stelt dat de ontsmetting ondeskundig, onvoorzichtig en/of roekeloos zou zijn uitgevoerd. Roteb beroept zich op het overeengekomen exoneratiebeding tussen Roteb en De Klerk, waaruit voortvloeit dat Roteb niet aansprakelijk kan worden gehouden voor schade. Noordermeer verweert zich door te stellen dat zij niet gebonden is aan hetgeen is overeengekomen tussen Roteb en de Klerk.

De vraag die in deze procedure centraal staat, is of het tussen Roteb en De Klerk overeengekomen exoneratiebeding ook tegen Noordermeer, die geen partij is bij die overeenkomst, kan worden ingeroepen.

Het hof is van mening dat Roteb het exoneratiebeding ook tegen Noordermeer kan inroepen. De Hoge Raad gaat hierin mee. De Hoge Raad concludeert dat Noordermeer, ook al was zij zelf geen partij bij de overeenkomst, toch aan het exoneratiebeding is gebonden. Noordermeer heeft namelijk zonder enige beperking of nadere omschrijving aan De Klerk goedkeuring gegeven om de uien door Roteb te laten gassen. Noordermeer heeft De Klerk de vrije hand gegeven bij het regelen van de afspraken tussen De Klerk en Roteb. Noordermeer heeft hiermee een situatie in het leven geroepen waarin Roteb ervan uit mocht gaan dat het exoneratiebeding voor alle uien die bij De Klerk lagen opgeslagen, dus ook die van Noordermeer, zou gelden.