HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 TRA 2017/92 (New Hairstyle)

Werknemer/New Hairstyle, HR 30 juni 2017
(ECLI:NL:HR:2017:1187)

Essentie

Het bekende New Hairstyle-arrest gaat over de billijke vergoeding (art. 7:681 BW) in het arbeidsrecht. In dit arrest worden een aantal gezichtspunten door de rechter opgesteld waarmee de rechter rekening zal houden bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding. De hoogte van de billijke vergoeding staat namelijk niet opgenomen in de wet maar wordt ingekleurd door rechtspraak.

Rechtsregel

In het New Hairstyle-arrest worden de volgende gezichtspunten benoemd. Ten eerste kijkt de rechter bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding naar wat de werknemer aan loon zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd. Daarnaast kijkt de rechter naar de mate waarin de werkgever van de grond voor de vernietigbaarheid van de opzegging een verwijt valt te maken. Ook zijn de redenen die de werknemer heeft om af te zien van de vernietiging van de opzegging, en in hoeverre die redenen aan de werkgever zijn aan te rekenen, van belang voor de hoogte van de billijke vergoeding. Verder kijkt de rechter of de werknemer inmiddels ander werk heeft gevonden en welke inkomsten hij daaruit geniet en welke andere inkomsten de werknemer in redelijkheid in de toekomst kan verwerven. Tot slot betrekt de rechter de hoogte van de aan de werknemer toekomende transitievergoeding bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding.

Inhoud arrest

De werkneemster uit deze casus was al 25 jaar werkzaam als kapster bij de kapperszaak New Hairstyle. Zij werkte één dag in de week. In 2015 werd door de kapperszaak New Hairstyle de arbeidsovereenkomst in strijd met de daarvoor geldende rechtsregels opgezegd. De werkneemster vraagt als gevolg hiervan een billijke vergoeding ter hoogte van €57,699,07.

De kantonrechter en het Hof Arnhem-Leeuwarden kennen slechts een vergoeding van €4.000,- toe. De hoogte van de billijke vergoeding moest volgens het Hof een ‘punitief’ en afschrikwekkend karakter hebben. De Hoge Raad was het niet eens met het oordeel dat de billijke vergoeding een ‘punitief’ en afschrikwekkend karakter moet hebben. Volgens hen moet de billijke vergoeding aansluiten bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. In cassatie worden de hierboven genoemde gezichtspunten opgesteld aan de hand waarvan de Hoge Raad de billijke vergoeding vaststelt. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak vervolgens naar het Hof Den Bosch om de billijke vergoeding aan de hand van de gezichtspunten opnieuw vast te stellen. Uiteindelijk komt ook het Hof Den Bosch tot een billijke vergoeding van €4.000,-