EHRM 26 april 1979, NJ 1980/146 (Sunday Times)

Sunday Times, EHRM 26 april 1979, NJ 1980/146
(ECLI:NL:XX:1979:AC6568)

Door Sapna Gajadhar

Essentie
De grondrechten, die zijn opgenomen in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), kunnen in bepaalde situaties aan beperkingen worden onderworpen. Hiervan kan sprake zijn als aan de volgende voorwaarden is voldaan; de beperking dient bij wet te zijn voorzien, de beperking moet een legitiem doel dienen en de beperking moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.

Rechtsregel
Volgens het Hof moet er aan een aantal voorwaarden worden getoetst om te bezien of een beperking van de vrijheid van meningsuiting, en ook andere grondrechten, gerechtvaardigd is. Deze voorwaarden zijn de volgende.

Allereerst moet er worden gekeken of de beperking bij wet is voorzien. Daarbij zijn twee dingen van belang. Namelijk dat de regel toegankelijk is en dat de regel voldoende duidelijk is, zodat de normale burger weet wat zijn of haar rechten en plichten zijn.

Ten tweede dient men na te gaan of de beperking een legitiem doel dient. Daarbij dient er ruimte te worden overgelaten voor de keuzes van de staten. Deze kunnen namelijk in bepaalde situaties een beter oordeel geven, dat past binnen de huidige tijd en samenleving.

Tot slot dient getoetst te worden of de beperking noodzakelijk is in een democratische samenleving. Hierbij spelen de dringende sociale behoefte en de proportionaliteit een rol.

Inhoud uitspraak
In deze zaak ging het om het gebruik van thalidomide als slaapmiddel of kalmeringsmiddel tijdens de zwangerschap van vrouwen. Tussen 1959 en 1962 heeft dit gebruik geleid tot afwijkingen bij de geboren kinderen. De ouders van de kinderen spanden processen aan tegen de fabrikanten van het middel thalidomide.

In 1972 publiceerde The Sunday Times een artikel getiteld: “Our Thalidomide Children: A Cause for National Shame” en kondigde aan een artikel te gaan publiceren over de voorgeschiedenis van de tragedie en over de fabricage en het testen van thalidomide tussen 1958 en 1961. Tegen de plaatsing van dit artikel werd protest aangetekend door de fabrikanten, omdat deze van mening waren dat het artikel de civiele zaak die tegen hen was aangespannen niet ten goede zou doen.

De rechtbank wees het verzoek van de fabrikanten toe en verbood The Sunday Times om het artikel te plaatsen. Uiteraard was Sunday Times het hier niet mee eens en ging zij in hoger beroep. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en The Sunday Times mocht het artikel nog steeds niet publiceren. Het tijdschrift vond dat haar vrijheid van meningsuiting was geschonden en diende een klacht in bij het Europees Hof voor de rechten van de Mens (EHRM).

Volgens het Hof was er inderdaad sprake van een beperking van de vrijheid van meningsuiting en ging het om een beperking die niet noodzakelijk was. In onderhavig geval sprake was derhalve sprake van een schending van het recht op vrijheid van meningsuiting.