ECLI:NL:RVS:2018:2432 (Van wie is de vuilniszak?)

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 18 juli 2018, Van wie is de vuilniszak?
(ECLI:NL:RVS:2018:2432)

Essentie

Afvalstoffenverordening. Aanbieden van huisvuil. Bewijslast.

Rechtsregel

Vuilniszak aangetroffen. Omdat er één brief in zit met naam- en adresgegevens van een bepaalde persoon, kan hij als overtreder worden aangemerkt. De aangevoerde beroepsgronden maken dit bewijsvermoeden niet anders.

Inhoud arrest

Op 5 december 2016 wordt op de Weidevogellaan in Den Haag een vuilniszak aangetroffen. Deze mocht hier op dat moment niet staan en wordt daarom door de gemeente opgeruimd. Er is hierdoor sprake van het toepassen van spoedeisende bestuursdwang.

In de vuilniszak zat een brief met de naam- en adresgegevens van de heer X. Bij besluit van 12 december 2016 heeft de gemeente de heer X als overtreder van artikel 9 van de Afvalstoffenverordening aangemerkt. Een gedeelte van de kosten voor het toepassen van bestuursdwang, namelijk een bedrag van € 126,-, moet de heer X betalen.

De heer X gaat in bezwaar. Bij besluit van 21 februari 2017 verklaart de gemeente zijn bezwaar ongegrond.

De heer X gaat in beroep en voert het volgende aan. Hij betwist dat hij de Afvalstoffenverordening heeft overtreden. Het feit dat er één (ongeopende) brief van hem in zit, betekent niet dat de vuilniszak van hem afkomt. Dit kan het gevolg zijn van verkeerde postbezorging. Bovendien kan hij geen tegenbewijs meer inbrengen, omdat de vuilniszak is vernietigd. Verder is het niet aannemelijk dat hij het heeft gedaan, omdat de vuilniszak op 1,3 km van zijn huis is gevonden en hij die dag in Amsterdam stage liep.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) overweegt als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de ABRvS is er sprake van een bewijsvermoeden als er een brief met naam- en adresgegevens in de vuilniszak wordt gevonden. Het maakt daarbij niet uit of dit een dichte of geopende envelop is. Daarbij mag ervan uit worden gegaan dat de gehele zak is doorzocht en er geen andere post is gevonden. De gemeente is niet verplicht om de zak te bewaren.

Er is door de ABRvS weloverwogen gekozen om de bewijslast op de overtreder te leggen; daarbij is betrokken dat dit voor hem/haar moeilijk of zelfs onmogelijk kan zijn.

De omstandigheid dat de heer X op 1,3 km afstand woont, kan worden betrokken bij de vraag of het aannemelijk is dat hij de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden. Er zijn echter geen omstandigheden waaruit kan worden geconcludeerd dat hij het niet was. Hij kan die vuilniszak daar neergelegd hebben voordat hij naar zijn stage ging. De enkele stelling dat hij zijn post nooit ongeopend weggooit en dat de brief verkeerd bezorgd kan zijn, is niet genoeg.

De ABRvS verklaart het beroep daarom ongegrond. De heer X moet de boete betalen.