ECLI:NL:RVS:2018:2307, ABRvS 11 juli 2018 (Gemeente Amsterdam/Burger)

Gemeente Amsterdam/Burger ABRvS 11 juli 2018
ECLI:NL:RVS:2018:2307

Essentie
Het incidenteel verhuren van een tweede woning aan toeristen is niet toegestaan. Doe je dat wel, dan kun je daar een fikse boete voor krijgen.

Rechtsregel
In onderhavige zaak staat de vraag centraal of men een tweede woning incidenteel kan verhuren aan toeristen.

Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Huisvestingswet is het verboden een woonruimte, die behoort tot een door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening daartoe met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad aangewezen categorie, die gelegen is in een in de huisvestingsverordening aangewezen wijk, zonder vergunning van burgemeester en wethouders:

  1. aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, of voor een zodanig gedeelte aan die bestemming te onttrekken, dat die woonruimte daardoor niet langer geschikt is voor bewoning door een huishouden van dezelfde omvang als waarvoor deze zonder zodanige onttrekking geschikt is;
  2. met andere woonruimte samen te voegen;
  3. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten;
  4. te verbouwen tot twee of meer woonruimten.

De Afdeling heeft geoordeeld dat, wanneer niemand hoofdverblijf houdt in de woning en de woning dus niet permanent wordt bewoond, er geen sprake kan zijn van vakantieverhuur dat is uitgezonderd van het verbod, behoudens vergunning op woningonttrekking als bedoeld in artikel 30 van de Huisvestingswet. Het is dus niet toegestaan om een tweede woning incidenteel te verhuren aan toeristen. Dit heeft onder andere te maken met de leefbaarheid van de omgeving van de desbetreffende woning.

Inhoud uitspraak
Een burger in de gemeente Amsterdam heeft, naast zijn woning waar hij zijn hoofdverblijf houdt, een tweede woning. Op 22 juni 2015 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de tweede woning bezocht. Tijdens deze inspectie is gebleken dat er in de woning een aantal toeristen verbleven die de woning voor een aantal nachten via booking.com hadden geboekt. Op basis van deze inspectie heeft de eigenaar van de tweede woning een bestuurlijke boete opgelegd gekregen omdat hij, door de woning aan de woonruimtevoorraad te onttrekken, hetgeen staat opgenomen in artikel 30 van de Huisvestigingswet heeft overtreden. Hiertegen is de eigenaar van de tweede woning in bezwaar gegaan. Zonder succes, want het bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens is de zaak voorgekomen bij de rechtbank Amsterdam. Deze heeft geconcludeerd dat slechts de eigenaar gebruik mag maken van de tweede woning en dat de woning dus niet mag worden onderverhuurd aan derden. Het beroep van de eigenaar van de tweede woning is daarom ook ongegrond verklaard. De zaak kwam vervolgens voor bij de ABRvS.