ECLI:NL:RBZWB:2024:3294 (Tijdens kerst ‘ziek’ naar huis; ontslag op staande voet)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 mei 2024, Tijdens kerst ‘ziek’ naar huis; terecht ontslag op staande voet
(ECLI:NL:RBZWB:2024:3294)

Essentie

In deze zaak beoordeelde de kantonrechter het ontslag op staande voet van een 23-jarige afwasser in een Zeeuws restaurant. De afwasser vertrok tijdens een drukke avond op tweede kerstdag wegens vermeende keelklachten, vlak nadat hij zijn kerstbonus had ontvangen. Dit leidde tot een onaanvaardbare situatie voor het restaurant. De werknemer solliciteerde diezelfde avond nog bij een nabijgelegen restaurant. De kantonrechter achtte de medische klachten ongeloofwaardig en stelde dat het vertrek ernstig verwijtbaar was, waardoor het ontslag gerechtvaardigd werd. De afwasser kreeg geen achterstallig loon, transitievergoeding of WW-uitkering en moest proceskosten betalen.

Rechtsregel

Wanneer een werknemer de werkplek verlaat tijdens een cruciaal moment, zonder een valide (medische) reden en ondanks duidelijke waarschuwingen van de werkgever, kan dit worden aangemerkt als ernstig verwijtbaar handelen. Dat is grond voor een ontslag op staande voet.

Inhoud uitspraak

Feiten

De afwasser was sinds de zomer van 2022 in dienst bij het restaurant, dat ook een bierbrouwerij en hotelkamers exploiteert. Volgens getuigenverklaringen van collega’s had de werknemer herhaaldelijk gevraagd naar de uitbetaling van de kerstbonus. Toen hij deze om 7 uur ’s avonds in ontvangst had genomen, meldde hij zich ziek en vertrok, ondanks de smeekbedes van zijn collega’s en de dreigementen van de kok en manager dat hij bij vertrek niet meer terug hoefde te komen.

De werknemer stapte naar de rechter om zijn ontslag aan te vechten. Hij voerde aan dat hij ziek was en met keelklachten, buikkramp en borstpijn kampte. Hij vorderde zijn baan terug samen met achterstallig loon en een transitievergoeding van 840 euro. Zijn sollicitatie bij het nabijgelegen restaurant zou een impulsieve actie zijn geweest.

Oordeel

De rechter oordeelde dat het vertrek van de werknemer op een dergelijk cruciaal moment ernstig verwijtbaar was. Het achterlaten van zijn collega’s op zo’n drukke avond, zonder geldige reden, creëerde een onaanvaardbare situatie voor het restaurant. Dit rechtvaardigde ontslag op staande voet.

De rechter hechtte waarde aan de getuigenissen van de kok, manager, een collega en de eigenaresse van het restaurant, die allen twijfelden aan het verhaal van de afwasser. Bovendien had de eigenaresse van het nabijgelegen restaurant bevestigd dat de werknemer daar diezelfde avond had gesolliciteerd.

De vorderingen van de werknemer werden afgewezen, en hij kreeg geen transitievergoeding of achterstallig loon. Het ontslag op staande voet betekende daarnaast dat de afwasser geen aanspraak kon maken op een WW-uitkering. Bovendien werd hij veroordeeld tot het betalen van 950 euro aan proceskosten.