ECLI:NL:RBROT:2022: 5806 (Fishing expedition of niet? Inschakelen recherchebureau voor zieke werknemer)

Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2022, fishing expedition of niet? Inschakelen recherchebureau voor zieke werknemer
(ECLI:NL:RBROT:2022:5806)

Door Shanice Uwaguoba

Essentie

In onderstaande zaak heeft een werkgever een bedrijfsrecherchebureau ingeschakeld om onderzoek te doen naar een zieke werknemer. De vraag die centraal staat in deze zaak is of er sprake is van een fishing expedition. De kantonrechter oordeelt, gezien de omstandigheden in deze zaak, dat daarvan geen sprake is.

Rechtsregel

Indien er voldoende aanleiding is dat een zieke werknemer niet de waarheid spreekt over de mate van de arbeidsongeschiktheid, dan is het inschakelen van een bedrijfsrecherchebureau niet in strijd met goed werkgeverschap.

Inhoud

Werkneemster (eiseres) is sinds 7 juli 2012 in dienst van Van Adrichem, een schoonmaakbedrijf. Op 3 februari 2020 is werkneemster bij Van Adrichem uitgegleden. Als gevolg daarvan had werkneemster pijn in haar rechterbovenbeen. Van Adrichem was aansprakelijk voor de geleden schade door het ongeval. Vanaf mei 2020 is werkneemster weer werkzaamheden gaan verrichten, maar in oktober 2020 is werkneemster uitgevallen, waarna zij met terugwerkende kracht vanaf 10 augustus 2020 is ziekgemeld. Op 31 mei 2022 heeft Van Adrichem in een gesprek met werkneemster beelden laten zien die door een bedrijfsrecherchebureau zijn gemaakt. Op de beelden is te zien dat werkneemster over de galerij van een flat loopt, dat werkneemster in een auto stapt en dat werkneemster over straat loopt.

Werkneemster eist in deze zaak doorbetaling van het loon totdat het dienstverband rechtsgeldig eindigt. Ze stelt immers recht te hebben op loon tijdens ziekte. Ook eist werkneemster een voorschot op immateriële schade, want er zou inbreuk gemaakt zijn op haar persoonlijke levenssfeer door het inschakelen van een bedrijfsrecherchebureau. Tevens eist werkneemster om Van Adrichem te veroordelen om al het beeldmateriaal te vernietigen en eist zij verbod op het gebruik van het beeldmateriaal. Tot slot eist werkneemster Van Adrichem te veroordelen tot vergoeding van de taxikosten naar de fysiotherapeut. Omdat het een kort geding betreft stelt werkneemster overigens dat er sprake is van een spoedeisend belang, want ze zou onvoldoende inkomsten hebben.

Van Adrichem is anderszins van mening dat werkneemster niet heeft voldaan aan haar re-integratie verplichtingen. Als gevolg daarvan is het loon op 31 mei 2022 stopgezet. In de periode daarvoor is het loon wel volledig betaald.

De kantonrechter oordeelt dat het in de gegeven omstandigheden niet in strijd is met goed werkgeverschap om een recherchebureau in te schakelen. Het levert derhalve ook geen onrechtmatige daad op. Er is geen sprake van een ‘fishing expedition’, waar werkneemster Van Adrichem van verwijt. Van Adrichem heeft immers de aanleiding van het onderzoek voldoende uitgelegd. Werkneemster werkte op twee locaties waar dagelijks heel veel mensen voorbijkwamen van wie vele de werkneemster kenden. Van verschillende van die mensen heeft Van Adrichem gehoord dat zij werkneemster ‘normaal lopend’ hadden gezien. Er is volgens de kantonrechter geen andere manier geweest voor Van Adrichem om de vermoedens over de arbeidsongeschiktheid van werkneemster te kunnen onderbouwen. Het inzetten van een recherchebureau is om die rede gerechtvaardigd. De wijze van het onderzoek voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Derhalve mag Van Adrichem beroep doen op de beelden en is het voorschot met betrekking tot de immateriële schade afgewezen. De beelden hoeven tevens niet te worden verwijderd. Van Adrichem heeft belang bij het behouden van deze beelden voor mogelijke toekomstige juridische geschillen. Tevens heeft werkneemster niet voldoende onderbouwd wat haar belang is bij het verwijderen van de beelden.

Met betrekking tot de loonvordering oordeelt de kantonrechter als volgt. Een werknemer houdt in beginsel 104 weken recht op loon tijdens ziekte. Werkneemster is vanaf 10 augustus 2020 arbeidsongeschikt. Dit betekent dat de loondoorbetalingsverplichting in beginsel op 10 augustus 2022 eindigt. Het loon is tot 30 mei 2022 betaald. De loonvordering ziet dus op 2 1/3 maand. Volgens de kantonrechter heeft eiseres onvoldoende onderbouwd dat zij door het missen van deze salarisbetalingen zodanig in de financiële problemen komt dat dit een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Werkneemster heeft immers verklaard € 14.000 spaargeld te bezitten, wat gelijk staat aan ongeveer zes maanden nettoloon. Derhalve ontbreekt het spoedeisende belang. Daarnaast kan niet met zekerheid worden geoordeeld dat de loonvordering in een bodemprocedure wordt toegewezen. Om die rede wijst de kantonrechter de loonvordering af.

Tot slot oordeelt de kantonrechter dat het taxivervoer naar de fysiotherapeut niet vergoed hoeft te worden door Van Adrichem. Van Adrichem heeft volgens werkneemster de taxikosten een periode vrijwillig vergoed. Werkneemster is daarom van mening dat zij erop mocht vertrouwen dat Van Adrichem dit zou blijven doen. De kantonrechter oordeelt dat op deze manier geen overeenkomst tot stand komt. Het was immers voor beide partijen duidelijk dat het ging om een vrijwillige handeling en dat er geen verplichting bestond voor het betalen van de taxikosten. Deze verplichting ontstaat volgens de kantonrechter ook niet na enkele verloop van tijd.