ECLI:NL:RBROT:2020:7078 (Mislukte verfbehandeling kapper)

Rechtbank Rotterdam 14 augustus 2020, Mislukte verfbehandeling kapper
(ECLI:NL:RBROT:2020:7078)

Essentie

Op 31 maart 2018 had eiseres een geboortefeest van haar neefje, hetgeen in haar cultuur een belangrijk en omvangrijk feest is. Om bij die gelegenheid goed voor de dag te komen, wilde zij haar haar blauw laten verven. Zij heeft zich tot gedaagde gewend, omdat die zich op een forum opwierp als expert op dit gebied. Eiseres heeft zich op 23 maart 2018 tot de kapsalon van gedaagde gewend teneinde haar haar blauw te laten verven.

Na het eerste bezoek bleek niet het gewenste resultaat te zijn bereikt. Om deze reden is eiseres op 28 maart 2018 teruggegaan zodat gedaagde de geconstateerde tekortkomingen kon herstellen. Het bleek voor gedaagde, ondanks haar herstelpogingen daartoe, onmogelijk de tekortkomingen vóór het geboortefeest te herstellen, zodat eiseres op dat feest verscheen op een wijze waarbij zij zich zeer ongelukkig voelde.

Eiseres stelt zich op het standpunt dat gedaagde gehouden is de door eiseres geleden schade als gevolg van de toerekenbare niet-nakoming door gedaagde te vergoeden, door eiseres begroot op € 750,-. Dit bedrag ziet op het gederfde levensgenot met betrekking tot het geboortefeest en op de kosten die eiseres heeft moeten maken om de door gedaagde gemaakte fouten te laten herstellen. Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd, dat ertoe strekt het gevorderde af te wijzen en eiseres in de proceskosten te veroordelen.

Rechtsregel

Vooropgesteld wordt dat op grond van artikel 6:74 lid 1 BW iedere toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar (in casu gedaagde) verplicht om de schade die de schuldeiser (in casu eiseres) daardoor lijdt te vergoeden. Het gaat dan bij een overeenkomst als hier aan de orde om de vraag of gedaagde jegens eiseres heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend kapper kan worden verlangd. Anders dan gedaagde bij repliek heeft gesteld kan de tussen partijen gesloten overeenkomst immers niet worden gekwalificeerd als een resultaatsverbintenis, maar is sprake van een inspanningsverbintenis.

Het kenmerkende verschil tussen deze twee verbintenissen is gelegen in het feit dat in geval van een resultaatsverbintenis pas sprake is van een tekortkoming/wanprestatie wanneer een bepaald resultaat niet wordt bereikt, terwijl bij een inspanningsverbintenis sprake is van een tekortkoming/wanprestatie wanneer er onvoldoende zorg en/of inspanning is betracht. Van het uitblijven van een beoogd resultaat kan gedaagde derhalve op zich genomen geen verwijt gemaakt worden. Dit ligt slechts anders indien het beoogde resultaat achterwege blijft ten gevolge van onvoldoende vakkennis en/of gebrek aan zorg/inspanning van de zijde van de gedaagde bij de behandeling van het haar van eiseres.

Bedoeld recht op schadevergoeding ontstaat in een geval als dit, waarin nakoming na de tweede behandeling op (volgens eiseres) 28 maart 2018 niet (al) blijvend onmogelijk was – het geboortefeest was immers pas drie dagen daarna, terwijl overigens ook niet gesteld is dat een fatale termijn tussen partijen werd overeengekomen – op de voet van artikel 6:74 lid 2 BW eerst op het moment dat gedaagde jegens eiseres in verzuim is komen te verkeren op een van de wijzen als bedoeld in artikelen 6:81-83 BW.
Uit de stellingen van eiseres blijkt niet dat (laat staan op welke wijze) gedaagde jegens haar in verzuim is komen te verkeren. Dat betekent dat in het midden kan blijven of hier sprake is van een beroepsfout van gedaagde, het bestaan waarvan door eiseres, in het licht van het ter zake door gedaagde gevoerde verweer, ook niet aannemelijk is gemaakt, bijvoorbeeld met een verklaring van de kapper tot wie zij zich na haar tweede bezoek aan de kapsalon van gedaagde zou hebben gewend.

Inhoud arrest

Eiseres heeft de bezoeken aan de kapsalon van gedaagde als desastreus ervaren. Hoewel eiseres op 23 maart 2018 de hele middag in de kapsalon van gedaagde heeft moeten doorbrengen, was gedaagde niet in de staat de behandeling conform de afspraak te voltooien. Om die reden is eiseres op 28 maart 2018 teruggegaan zodat gedaagde de geconstateerde tekortkomingen kon herstellen. Gedaagde heeft toen een nieuwe poging gedaan om het haar van eiseres blauw te verven en de puntjes te knippen. Dat laatste is ongelijk gebeurd, zodat het leek alsof het haar van eiseres uit diverse ‘plukjes’ bestond.
Verder bleek na het föhnen dat het haar van eiseres niet egaal blauw was gekleurd maar veeleer uit verschillende kleuren bestond, waaronder haar eigen haarkleur. Daarnaast was de verf op de hoofdhuid en de nek van eiseres terechtgekomen en heeft gedaagde nagelaten dit te verwijderen. Ook op het voorhoofd en op de oren van eiseres waren vlekken van blauwe verf terecht gekomen en daar door gedaagde achtergelaten. Eiseres werd gedurende het gehele feest aangesproken op de toestand van haar haar, waardoor zij foto’s heeft getracht te mijden en niet in de stemming kwam om het feest mee te vieren. Na afloop van het geboortefeest voelde eiseres zich genoodzaakt een afspraak bij een andere kapsalon te maken om haar haar recht te laten knippen en om dit donkerbruin te laten verven.

Aan de beoordeling van het door de eiseres gestelde maar, ondanks het verweer van gedaagde ter zake, niet onderbouwde schadebedrag van € 750,- komt de kantonrechter niet toe. Dit bedrag zou volgens eiseres deels zien op een vergoeding van de door haar gemaakte kosten voor een volgens haar noodgedwongen bezoek aan een andere kapper maar een onderbouwing van die kosten, bijvoorbeeld met een factuur, ontbreekt, evenals overigens een toelichting van die kapper waaruit de toestand van het haar blijkt. Evenmin heeft eiseres onderbouwd dat zij als gevolg van de prestatie van gedaagde op het geboortefeest levensgenot heeft gederfd, bijvoorbeeld door een verklaring van een of meer andere gasten op dat feest in het geding te brengen waaruit blijkt dat niet zozeer de blauwe kleur van het haar op zich maar juist de kwaliteit van de verfbehandeling en van het knipwerk van de puntjes van het haar voor die gast(en) reden was om haar daarop, in negatieve zin, aan te spreken.

De kantonrechter wijst het door eiseres gevorderde af en veroordeelt eiseres in de kosten van de procedure.