ECLI:NL:RBROT:2019:9745 (Hümeyra)

Rechtbank Rotterdam, 13 december 2019, Hümeyra
(ECLI:NL:RBROT:2019:9745)

Essentie

De Rechtbank Rotterdam spreekt de verdachte vrij van de moord op Hümeyra, omdat voorbedachten rade volgens de rechtbank niet is bewezen. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor doodslag.

Rechtsregel

Voor voorbedachten rade moet vast komen te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. De rechtbank is van mening dat voorbedachten rade in deze zaak niet kan worden bewezen, omdat niet is gebleken van een vooropgezet plan bij de verdachte om Hümeyra die dag om het leven te brengen. Dit kan niet volgen uit het gedrag van de verdachte in de periode voorafgaand aan de confrontatie met Hümeyra en ook niet uit zijn gedrag tijdens de achtervolging van Hümeyra op school en het fatale schieten. Er zijn sterke aanwijzingen dat de verdachte impulsief heeft gehandeld in boosheid en opwinding en niet na kalm en rustig beraad. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van moord en acht doodslag bewezen.

Inhoud vonnis

Hümeyra en de verdachte leerden elkaar in juli 2017 kennen en kregen een relatie, die Hümeyra medio september 2017 heeft verbroken. De verdachte accepteerde dat niet en bleef haar lastig vallen. Hümeyra heeft in de periode daarna in totaal vier keer aangifte gedaan jegens de verdachte. Op 16 augustus 2018 is de verdachte ter zake van mishandeling en bedreiging veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, waarvan drie weken voorwaardelijk en met als voorwaarde een contactverbod met Hümeyra. Uit screenshots volgt dat zij in bovengenoemde periode door de verdachte meerdere malen is bedreigd met de dood: ‘ik ga je doodsteken’, ‘ik maak je dood’ en ‘wallaha als ik jou vindt op mijn moeder.. jij bent dood’. Ook heeft hij haar, in de periode na 16 augustus 2018, een foto gestuurd waarin hij twee vuurwapens in zijn handen hield, gekruist voor zijn lichaam. Op 18 december 2018 heeft de verdachte Hümeyra doodgeschoten op een middelbare school in Rotterdam.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van twintig jaar en tbs geëist voor moord. De vraag die in deze zaak centraal staat is of voorbedachten rade bewezen kan worden.

De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachten rade’ moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

De rechtbank overweegt dat de verdachte zich in de maanden voor zijn fatale daad op vele momenten richting Hümeyra heeft geuit met haatdragende berichten en doodsbedreigingen. Van een afstand lijken de gebeurtenissen in de voorafgaande periode misschien onvermijdelijk te leiden naar het fatale moment op 18 december 2018, maar van dichterbij bekeken is het beeld ingewikkelder. De rechtbank is van mening dat voorbedachten rade niet kan worden bewezen, omdat niet is gebleken van een vooropgezet plan bij de verdachte om Hümeyra die dag om het leven te brengen. Dit kan niet volgen uit het gedrag van de verdachte in de periode voorafgaand aan de confrontatie met Hümeyra en ook niet uit zijn gedrag tijdens de achtervolging van Hümeyra op school en het fatale schieten. Er zijn sterke aanwijzingen dat de verdachte impulsief heeft gehandeld in boosheid en opwinding en niet na kalm en rustig beraad. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van moord en acht doodslag bewezen.

De rechtbank oordeelt dat de verdachte de maximale straf voor doodslag moet ondergaan, verhoogd gelet op het verwijt dat de verdachte, bovenop de doodslag, nog te maken valt voor het met een geladen vuurwapen op straat lopen, en anderzijds rekening houdend met de verminderde toerekeningsvatbaarheid. Bij de verdachte zijn namelijk stoornissen vastgesteld, waarvoor hij behandeld moet worden. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien jaar en legt hem de maatregel tbs met dwangverpleging op.