ECLI:NL:RBROT:2019:9637 (Neersteken kamergenote)

Rechtbank Rotterdam, 11 december 2019, Neersteken kamergenote
(ECLI:NL:RBROT:2019:9637)

Essentie

De Rechtbank Rotterdam heeft een 24-jarige man veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging voor doodslag van zijn 21-jarige kamergenote door haar met meerdere messteken om het leven te brengen. Daarnaast is aan de verdachte de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking opgelegd.

Rechtsregel

Voor het bepalen van de hoogte van de straf neemt de rechtbank als uitgangspunt de indicatiepunten die het Gerechtshof Den Haag hanteert voor doodslag, namelijk acht jaar gevangenisstraf. Als strafverhogende factor geldt het bijzonder gewelddadige karakter van het feit. Strafverminderende factoren zijn de jonge leeftijd van de verdachte en het feit dat hij sterk verminderd toerekeningsvatbaar was toen hij het slachtoffer van het leven beroofde.

Inhoud vonnis

Op 12 december 2018 heeft de verdachte in zijn studentenwoning ruzie gehad met zijn 21-jarige huisgenote en heeft haar daarbij gestoken met een mes. Politieagenten zijn vervolgens naar de woning gegaan en hebben het slachtoffer liggend en onder het bloed aangetroffen. Op dat moment was het slachtoffer al overleden. De verdachte kan zich alleen nog herinneren dat hij boos was op het slachtoffer en haar heeft opgewacht om met haar te kunnen praten. Daarna kregen ze ruzie en ontstond een worsteling, terwijl de verdachte een mes in zijn handen had. De verdachte herinnert zich niet wat er vervolgens is gebeurd, maar herinnert zich wel dat hij het bebloede slachtoffer in haar kamer heeft zien liggen. Hieruit heeft hij geconcludeerd dat hij het slachtoffer moet hebben neergestoken.

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zijn huisgenote met meerdere messteken om het leven heeft gebracht en legt hem een gevangenisstraf van zes jaar op. Hierbij overweegt de rechtbank dat de verdachte de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed heeft aangedaan en dat de gebeurtenissen daarnaast gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving hebben veroorzaakt. Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Voor het bepalen van de hoogte daarvan neemt de rechtbank als uitgangspunt de indicatiepunten die het Gerechtshof Den Haag hanteert voor doodslag, namelijk acht jaar gevangenisstraf. Als strafverhogende factor geldt het bijzonder gewelddadige karakter van het feit. Strafverminderende factoren zijn de jonge leeftijd van de verdachte en het feit dat hij sterk verminderd toerekeningsvatbaar was toen hij het slachtoffer van het leven beroofde. Hierin neemt de rechtbank het advies van de gedragsdeskundigen mee.

Volgens de gedragsdeskundigen is bij de verdachte sprake van een complex diagnostisch beeld. Zeer waarschijnlijk is er sprake van een autismespectrumstoornis, een depressieve stoornis en een psychotische stoornis. Geconcludeerd wordt dat de ernstige en complexe pathologie die bij de verdachte aanwezig was op het moment van het tenlastegelegde, zeer waarschijnlijk invloed heeft gehad op zijn gedrag. De rechtbank vindt het daarom noodzakelijk om de maatregel TBS met dwangverpleging op te leggen. De rechtbank acht, gelet op de ernst en de onvoorspelbaarheid van het feit alsmede het ernstige ziektebeeld van de verdachte, de kans op herhaling van een gewelddadig delict zeer reëel. Een behandeling in een omgeving met een lager beveiligingsniveau dan TBS met dwangverpleging vindt de rechtbank daarom uit veiligheidsoverwegingen te risicovol. Het gevaar voor herhaling maakt langdurig toezicht en behandeling noodzakelijk, zodat ook de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel zal worden opgelegd.