ECLI:NL:RBROT:2019:6053 (Pannenkoeken en pensioenrecht)

Pannenkoeken en pensioenrecht, 26 juli 2019
(ECLI:NL:RBROT:2019:6053)

Essentie
Bedrijfspensioenfondsen. De vraag of pannenkoeken en poffertjes een soort koekjes zijn, is beslissend of een bedrijf onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit valt.

Rechtsregel
Pannenkoeken en poffertjes zijn niet aan te merken als een soort ‘koek’. Ook is het productieproces niet hetzelfde. Daarom valt een bedrijf dat enkel pannenkoeken en poffertjes maakt, niet onder het bedrijfspensioenfonds Zoetwaren.

Inhoud arrest
Bedrijfstakpensioenfonds Zoetwaren (hierna: Bpf Zoetwaren) is een bedrijfstakpensioenfonds in de zin van de Pensioenwet. Het is in 2011 ontstaan uit een fusie van de Stichting bedrijfspensioenfonds voor de Suikerwerk- en Chocoladeverwerkende Industrie en de Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Suikerverwerkende Industrie.

Werknemers bij een bedrijf in de zoetwarenindustrie, moeten verplicht deelnemen aan het Bpf Zoetwaren. Deze verplichting is opgenomen in het Verplichtstellingsbesluit en geldt per 27 augustus 2018. In dit besluit is onder meer opgenomen dat deelname verplicht is voor werknemers van een onderneming in de zoetwarenindustrie. Een onderneming in de zoetwarenindustrie is:

iedere onderneming die fabrieksmatig bloem en/of andere grondstoffen tot beschuit, toast, knäckebröd, biscuit, biscuitfiguren, koekjes, banket, koek en wafels verwerkt, ongeacht de soort’, of

fabrieksmatig producten vervaardigt, welke naar de aard der verwerkte grondstoffen en/of de wijze van verwerking van de grondstoffen vergelijkbaar zijn met de eerder genoemde producten.’

In deze zaak gaat het om een bedrijf dat in 1991 is opgericht. Eerst produceerde het zuivel en was het hier ook een groothandel in. Sinds 1995 maakt het bedrijf alleen nog pannenkoeken en poffertjes. Vanaf dat moment tot en met 1997 wordt pensioen opgebouwd bij het bedrijfstakpensioenfonds voor het Bakkersbedrijf.

In 1997 procedeert een werknemer van het bedrijf bij de rechtbank voor zijn cao-rechten. De rechtbank oordeelt dat het bedrijf niet valt onder de voorloper van de cao van het Bpf Zoetwaren, de cao voor de Suikerverwerkende Industrie.

Op 28 maart 2017 stuurt Bpf Zoetwaren een brief aan het bedrijf om informatie over het bedrijf op te vragen. Ze willen weten of het bedrijf aan te merken is als een ‘onderneming in de zoetwarenindustrie’, zodat het zich bij hun bpf moet aansluiten.

Op 24 april 2017 stuurt het bedrijf de gegevens op. Het bedrijf stelt dat ze er niet onder vallen. In eerste instantie is het Bpf Zoetwaren het hiermee eens en besluiten ze dat het bedrijf niet verplicht is om zich bij hen aan te sluiten.

Bij brief van 14 juni 2017 stelt het Bpf Zoetwaren dat ze terugkomen op deze beslissing en nader onderzoek gaan doen naar het bedrijf. Hierna blijft er discussie of het bedrijf er nu onder valt of niet, waardoor Bpf Zoetwaren naar de rechter stapt.

Bpf Zoetwaren stelt dat het bedrijf fabrieksmatig bloem verwerkt tot pannenkoeken en poffertjes. Pannenkoeken en poffertjes zijn koek als genoemd in artikel 1 sub a, subsidiair sub d van het Verplichtstellingsbesluit. Het bedrijf valt hierdoor onder dit besluit en moet de statuten van het Bpf Zoetwaren naleven. Het Bpf vordert:

  • Te verklaren voor recht dat het bedrijf sinds 30 maart 1995 onder de Bpf (van de rechtsvoorgangers van) Zoetwaren valt;
  • Te verklaren voor recht dat het bedrijf een onrechtmatige daad heeft gepleegd door geen premies te betalen en haar daarom schadevergoeding moet betalen;
  • Het bedrijf te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding van meer dan 8,5 miljoen euro;
  • Hen de gegevens te verstrekken die vanaf 30 maart 1995 in dienst zijn geweest van het bedrijf, op straffe van een dwangsom van 5.000,- euro per dag en een maximum van 2.500.000,-;
  • Het bedrijf te veroordelen tot schadevergoeding voor het achteraf moeten regelen voor en het betalen van het pensioen van de (ex-)werknemers van het bedrijf;
  • Het bedrijf te veroordelen in de kosten van de procedure.

Het bedrijf betwist de vordering en stelt dat pannenkoeken en poffertjes geen ‘koek’ zijn zoals in artikel 1, sub a wordt bedoeld. Zij zijn ook niet naar de aard van de verwerkte grondstoffen of de manier waarop deze worden verwerkt, hiermee vergelijkbaar, dus gaat sub d ook niet op. Mochten zij toch worden veroordeeld tot het betalen van premies, dan is de vordering tot 18 december 2013 verjaard. Subsidiair heeft het Bpf het recht verwerkt om een vordering in te stellen voor die datum. Meer subsidiair leidt toewijzing van de vordering voor die datum tot het in artikel 6:2, tweede lid, BW bedoelde onaanvaardbare rechtsgevolg. Tenslotte is de gevorderde premie onjuist berekend.

Het gaat er dus om of poffertjes en pannenkoeken aan te merken zijn als ‘koek’ of hiermee gelijk te stellen zijn, door de grondstoffen die hiervoor worden gebruikt of de manier waarop ze worden gemaakt. Bpf Zoetwaren stelt dat dit zo is, dus op hen rust de bewijslast.

Het gaat hier om een Verplichtstellingsbesluit. Bij een dergelijk besluit gaat het in eerste instantie om de objectieve betekenis van de tekst (de cao-norm). In het Verplichtstellingsbesluit staat geen definitie van ‘koek’. Het gaat er dus om wat in het maatschappelijk verkeer met ‘koek’ wordt bedoeld. Bpf Zoetwaren verwijst naar de definities in de Van Dale en Wikipedia. Het bedrijf zegt dat pannenkoeken en poffertjes qua manier van maken, ingrediënten en smaak geen koek zijn.

De kantonrechter vindt Van Dale en Wikipedia niet beslissend, maar enkel hulpmiddelen. De definitie in de Van Dale is wel zo ruim dat pannenkoeken en poffertjes hieronder kunnen vallen, omdat deze worden gebakken in een pan en gemaakt worden van meel, eieren en melk. Dit geldt niet voor de betekenis op Wikipedia. Dit omdat deze niet worden gemaakt van deeg, maar van vloeibaar beslag en omdat de structuur niet stevig is, maar juist slap. Verder vindt de kantonrechter het belangrijk dat pannenkoeken en poffertjes volgens algemene maatschappelijke opvattingen niet als koek worden gezien. Pannenkoeken en poffertjes zijn lunch of avondmaaltijd, haal je in een restaurant. En een koek is een bakkerij- of zoetwarenproduct. Het is geen maaltijd, maar een tussendoortje. Hier is ook onderzoek naar gedaan door een extern marketingbureau en een professor in bakkerijproducten (in opdracht van het bedrijf). Ook speelt het feit dat kant en klare pannenkoeken en koeken in een heel andere plaats in de supermarkt staan, speelt een rol. Pannenkoeken en poffertjes zijn dus geen ‘koek’ als bedoeld in artikel 1, sub a van het Verplichtstellingsbesluit.

Zijn ze dan met koek te vergelijken? Het criterium is volgens een eerder arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden niet dat dezelfde grondstoffen worden gebruikt (want dan zouden er heel veel producten onder vallen), maar of het samenvoegen van de grondstoffen vergelijkbaar moet zijn. De kantonrechter vindt dat de samenstelling van grondstoffen van pannenkoeken en poffertjes anders is dan van koek. Bij koek gaat het voornamelijk om bloem en suiker, terwijl dat laatste bij pannenkoeken en poffertjes alleen een ondersteunend ingrediënt is. Melk en eieren zitten wel in pannenkoeken en poffertjes, maar (bijna) niet in koek. Dat er wel bloem en suiker in beide zit, is onvoldoende. Ook is de houdbaarheid een groot verschil: kort en gekoeld tegen niet gekoeld en lang. De conclusie is dan ook dat pannenkoeken en poffertjes naar de aard van de verwerkte grondstoffen niet vergelijkbaar zijn met koek.

Is het maken van koek en poffertjes/pannenkoeken dan hetzelfde? Volgens de kantonrechter niet. Het is heel duidelijk dat het maken van beslag en deeg heel anders gaat. Ook gaat pannenkoeken en poffertjes maken heel snel en koekjes maken niet en gebeurt het een in een oven en het ander in een pan. Het maken is dus niet vergelijkbaar.

De kantonrechter concludeert dat pannenkoeken en poffertjes een aparte productgroep zijn. Als de bedoeling was geweest dat deze productgroep onder het Bpf Zoetwaren zou vallen, was het logisch geweest dat dit in de definitiebepaling was opgenomen. Het moet voor een werkgever namelijk duidelijk zijn of zij onder het Verplichtstellingsbesluit valt of niet. Dat laatste is hier niet het geval, ook omdat Bpf Zoetwaren zelf ook eerst zei dat het bedrijf er niet onder valt.

Nu poffertjes en pannenkoeken niet gelijk te stellen zijn met koek, valt het bedrijf niet onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit. De vorderingen van Bpf Zoetwaren worden afgewezen en Bpf Zoetwaren moet de proceskosten betalen.