ECLI:NL:RBROT:2019:1389 (Is een negatieve review op Facebook een onrechtmatige daad?)

Rechtbank Rotterdam, 21 februari 2019, Negatieve review onrechtmatige daad?
(ECLI:NL:RBROT:2019:1389)

Essentie
In deze zaak rijst de vraag of een negatieve review op Facebook kan worden aangemerkt als onrechtmatige daad. De kantonrechter beoordeelt deze vraag aan de hand van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad.

Rechtsregel
Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een onrechtmatige daad naar aanleiding van negatieve reviews op (sociale) media, weegt de kantonrechter twee belangen af:

  • Het belang van de eiseres om niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan publicaties die haar eer en goede naam aantasten;
  • Het belang van de gedaagde, namelijk dat misstanden die de samenleving raken niet door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek kunnen blijven voortbestaan.

Hierbij is het uitgangspunt dat negatieve ervaringen met een bepaald bedrijf in beginsel op het internet gedeeld mogen worden.

Inhoud
In casu levert eiseres beveiligingssystemen aan bedrijven. Gedaagde heeft in 2012 een abonnement afgesloten bij eiseres, dat vroegtijdig beëindigd is. Vervolgens heeft gedaagde een negatieve review op de Facebookpagina van eiseres geplaatst. In deze review schrijft gedaagde onder andere: “Ik ben gehackt en al me persoonlijke informatie ligt op straat” en “ik raad niemand aan om je eigen aan te melden bij dit bedrijf.”
Naar aanleiding van deze review heeft eiseres in kort geding gevorderd dat gedaagde binnen twee dagen na betekening van het vonnis de review in kwestie verwijdert, alsmede een verbod om opnieuw een vergelijkbare review te plaatsen. Ook vordert zij dat gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.
De kantonrechter stelt dat er voor het toekennen van de vordering sprake dient te zijn van een onrechtmatige daad van gedaagde. Ter beantwoording van de vraag of dit het geval is, wordt de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad gevolgd. Uit deze jurisprudentie valt te destilleren dat in een geval als het onderhavige de volgende twee belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen:

  • Het belang van de eiseres om niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan publicaties die haar eer en goede naam aantasten;
  • Het belang van de gedaagde, namelijk dat misstanden die de samenleving raken niet door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek kunnen blijven voortbestaan.

Hierbij dient tevens in aanmerking te worden genomen dat het in principe is toegestaan om negatieve ervaringen met een bepaalde aanbieder op het internet te delen.
In de onderhavige zaak komt de kantonrechter tot de conclusie dat gedaagde de jegens eiseres te nemen grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet heeft overschreden. Van een onrechtmatige daad is dus geen sprake, zodat de vorderingen worden afgewezen. De in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld in de proceskosten.