ECLI:NL:RBOVE:2020:3942 (Celstraf voor hoogbejaarde zussen)

Rechtbank Overijssel 24 november 2020, Celstraf voor hoogbejaarde zussen
(ECLI:NL:RBOVE:2020:3942)

Essentie

De rechtbank Overijssel heeft twee hoogbejaarde zussen veroordeeld tot een halfjaar gevangenisstraf, nadat zij probeerden een slachtoffer in een zedenzaak, waarin hun broer de verdachte was, om te kopen.

Rechtsregel

Van opzettelijke beïnvloeding als bedoeld in artikel 285a lid 1 Sr is vereist “het opzettelijk mondeling, door gebaren, bij geschrift of afbeelding zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd”. Hiervoor is van belang dat door de bemoeienis met de inhoud van (wezenlijke onderdelen van) die verklaring de verklaringsvrijheid van die persoon wordt aangetast. Er is echter niet vereist dat dit tot een daadwerkelijke beïnvloeding leidt. Het delict kan zijn voltooid ongeacht de vraag of de verklaring uiteindelijk is afgelegd.

Inhoud arrest

In deze zaak hebben twee zussen van 80 en 81 jaar geprobeerd een slachtoffer in een zedenzaak en zijn familie om te kopen. In die zaak werd hun broer verdacht van seksueel misbruik van minderjarigen in Nepal. Blijkens informatie van de Nepalese autoriteiten is hij op grond van die verdenking op 14 juni 2018 in Nepal op heterdaad aangehouden. Vervolgens ontving het onderzoeksteam informatie dat de zussen van de verdachte zijn afgereisd naar Nepal, en dat zij contact hebben gezocht met (mogelijke) slachtoffers van hun broer en hebben geprobeerd de kinderen en hun ouders ervan te weerhouden over hem te verklaren dan wel – in ruil voor geld – hun verklaring te laten veranderen in die zin dat geen misbruik had plaatsgevonden.

De rechtsvraag die centraal staat, is of de zussen zich schuldig hebben gemaakt aan opzettelijke beïnvloeding van een slachtoffer en/of getuige(n) als bedoeld in art. 285a lid 1 Sr?

Bij de beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is geweest van ‘beïnvloeden’ in de zin van artikel 285a lid 1 Sr, is onder meer van belang de strekking van de in die delictsbepaling bedoelde uiting. Indien deze uiting slechts erop is gericht dat een persoon een verklaring zal afleggen, zonder dat daarbij – met name door de bemoeienis met de inhoud van (wezenlijke onderdelen van) die verklaring – de verklaringsvrijheid van die persoon wordt aangetast, is geen sprake van ‘beïnvloeden’. Dat ligt anders indien de uiting ertoe strekt dat de af te leggen verklaring een bepaalde inhoud zal hebben, bijvoorbeeld doordat een persoon wordt ontmoedigd een belastende verklaring af te leggen of wordt aangemoedigd een ontlastende verklaring af te leggen. Van ‘beïnvloeden’ kan daarbij ook sprake zijn indien de uiting ertoe strekt dat een persoon geen verklaring tegenover een rechter of een ambtenaar zal afleggen. In deze gevallen is immers telkens de vrijheid van de (mogelijke) getuige in het geding om naar waarheid of geweten een verklaring af te leggen.

Uit vaste jurisprudentie volgt bovendien dat niet vereist is dat de kennelijke bedoeling om de vrijheid van de persoon om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen, te beïnvloeden ook tot een daadwerkelijke beïnvloeding heeft geleid. Het delict kan zijn voltooid ongeacht de vraag of de verklaring uiteindelijk is afgelegd.

Volgens de rechtbank hebben de zussen zich in deze zaak inderdaad schuldig gemaakt aan beïnvloeding ex art. 285a lid 1 Sr. De zussen hebben namelijk het slachtoffer en zijn familie in Nepal bezocht, en hebben daarbij op verschillende manieren (via het appverkeer, telefoongesprekken en mailverkeer) gesproken en onderhandeld over het betalen van grote geldbedragen met het doel om het slachtoffer en zijn familie aan te moedigen een aanklacht in de strafzaak tegen hun broer in te trekken, dan wel een ontlastende verklaring in de strafzaak tegen hun broer af te leggen. Door zo te handelen hebben de zussen met opzet geprobeerd om getuigen/slachtoffers van een strafzaak in Nepal te beïnvloeden.

De rechtbank Overijssel noemt deze werkwijze verwerpelijk. De zussen hadden geen enkel oog voor de lichamelijke en geestelijke gevolgen van het mogelijke misbruik. Zij waren er alleen op uit om hun broer zo snel mogelijk vrij te krijgen. Slachtoffers en getuigen moeten in vrijheid kunnen verklaren en mogen niet beïnvloed worden. Dat is cruciaal voor een goede en zorgvuldige rechtspleging. Alleen het feit dat de zussen al op hoge leeftijd zijn is voor de rechtbank reden om af te wijken van de eis van de officier van justitie.