ECLI:NL:RBOVE:2020:2150 (Vader neemt onrechtmatig geld op van spaarrekening dochter)

Rb. Overijssel 16 juni 2020, Vader neemt onrechtmatig geld op van spaarrekening dochter
(ECLI:NL:RBOVE:2020:2150)

Essentie

Eiseres (dochter) is inmiddels meerderjarig en had sinds haar jeugd een spaarrekening die door haar vader werd beheerd. Gedaagde (vader) heeft geld opgenomen van de spaarrekening terwijl eiseres minderjarig was en gedaagde het geld onder zijn beheer had. Eiseres wil een verklaring voor recht dat de geldopname onrechtvaardig is geweest en wil een terugbetaling van het opgenomen bedrag ad 4.746,66 euro plus wettelijke rente.

Rechtsregel

De vraag is of de vader onrechtmatig heeft gehandeld door het opnemen van het spaargeld van zijn minderjarige dochter zonder haar toestemming. De kantonrechter antwoordt bevestigend. Het is niet relevant wie het geld heeft gespaard. Het geld is gespaard voor de dochter, dus al het geld behoort haar toe. Het gebruik van geld van een kind voor dat kind is in sommige gevallen toegestaan, maar alleen als de ouders toestemming vragen aan de kantonrechter. Dit is vastgelegd in art. 1:345 BW jo. art. 1:253j BW. In casu heeft vader die toestemming niet gevraagd en zou hij de toestemming waarschijnlijk ook niet hebben gekregen, want het geld was niet bedoeld voor eiseres, maar voor de stiefmoeder van eiseres.

Inhoud arrest

Vader neemt zonder toestemming geld op van de spaarrekening van zijn minderjarige dochter. De dochter komt hierachter wanneer ze 18 wordt en het beheer krijgt over haar spaarrekening. Ze ziet dat haar vader onrechtmatig een bedrag van 4.746,66 euro heeft opgenomen. Nu eist ze dat geld terug plus wettelijke rente. De vader rechtvaardigt zijn handelen door te stellen dat het geld eigenlijk afkomstig is van de grootouders en dat de grootouders toestemming hebben gegeven om het geld op te nemen en te gebruiken voor de zieke partner van vader, de stiefmoeder van zijn dochter. Tevens stelt vader dat zijn dochter ook haar moeder had moeten aanspreken op het terugbetalen van het spaargeld. Tot slot geeft vader aan dat hij veel schulden heeft en zich recentelijk heeft aangemeld voor de schuldsanering. Voor zijn dochter blijft dan geen geld over.

De kantonrechter veegt de drie verweren van tafel. De rechter meent dat er sprake is geweest van onbehoorlijk bewind als gevolg waarvan een schadeplichtigheid is ontstaan jegens zijn dochter. Normaliter is de hoogte van de schade evenveel als de per saldo onttrokken bedragen, maar in dit geval geldt er een beperking. Ouders mogen namelijk het vruchtgenot over het vermogen van de kinderen zelf houden, bijvoorbeeld rente of het beleggingsresultaat over het vermogen. Volgens de kantonrechter staat het vast dat de vader 4.206,66 euro heeft opgenomen van de spaarrekening van zijn dochter. Volgens de dochter is op een later moment nog eens 540 euro opgenomen, maar dit kan zij niet onderbouwen. Ook kan ze niet onderbouwen welk belang zij heeft bij een verklaring voor recht.

Over het aanspreken van de ex-vrouw van gedaagde is de rechter duidelijk. Ten tijde van de geldopname was vader in gemeenschap van goederen getrouwd en volgens vader zou zijn ex-vrouw ook aangesproken moeten worden in deze procedure. De rechter snapt de beredenering van de vader, maar zegt er ook bij dat de dochter de huwelijke gemeenschap moet aanspreken voor terugbetaling. Zowel vader als moeder behoort hiertoe en dochter mag de terugbetaling bij een van hen vorderen, in dit geval bij de vader. Vader zou dan zijn ex-vrouw kunnen aanspreken op basis van de onderlinge draagplicht. De rechter spreekt echter geen concreet oordeel uit over de vraag of de schuld op de huwelijkse gemeenschap drukt en laat zich verder ook niet uit over de onderlinge draagplicht.

De oorspronkelijke vorderingen van eiseres worden afgewezen. Vader wordt veroordeeld tot het terugbetalen van 4.206,66 euro, vermeerderd met wettelijke rente, en in de kosten van de procedure.