ECLI:NL:RBOVE:2019:3214 (Seksueel misbruik scoutingleider)

Rechtbank Overijssel, 10 september 2019
(ECLI:NL:RBOVE:2019:3214)

Essentie
Een scoutingleider is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor het seksueel misbruiken van jonge meisjes en het maken, bezitten en verspreiden van kinderporno.

Rechtsregel
Bij de bepaling van de strafmaat wijst de rechtbank erop dat enerzijds de ernst van de gepleegde feiten vanuit een vergeldingsgedachte en met het oog op het leed dat verdachte de slachtoffers en hun omgeving heeft toegebracht een gevangenisstraf van lange duur rechtvaardigt. Anderzijds is, gelet op de psychische problematiek van verdachte en de jonge leeftijd van verdachte, een aanvang van de behandeling op niet te lange termijn geboden, ook uit het oogpunt van bescherming van de samenleving. Deze belangen moeten worden afgewogen bij de bepaling van de straf. De rechtbank komt na afweging van deze belangen tot een gevangenisstraf van twee jaar en tbs met dwangverpleging.

Inhoud arrest
De verdachte wordt ten laste gelegd zich schuldig te hebben gemaakt aan het seksueel misbruiken van jonge meisjes en het maken, bezitten en verspreiden van kinderporno. De man heeft twee meisjes seksueel misbruikt, terwijl ze een vertrouwelijke band hadden omdat hij hun scoutingleider was. Hij heeft hierbij hun welbevinden opgeofferd voor zijn eigen seksuele lusten. Daarnaast heeft hij een derde meisje misbruikt, waarvan hij wist dat zij hem beschouwde als een soort broer. Hij maakte namelijk regelmatig onderdeel uit van haar gezin. Tevens heeft hij als minderjarige jarenlang zijn zusjes seksueel misbruikt. Naast het seksueel misbruikt heeft hij twee meisjes in het geheim gefotografeerd in een afgesloten kleedhokje van een zwembad en in een douchehokje op het kampeerterrein van de scouting. De foto’s van een van de meisjes heeft hij openbaar gemaakt op een internetforum voor kinderporno. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Uit multidisciplinair verricht gedragsonderzoek blijkt dat de verdachte lijdt aan ziekelijke stoornissen van de geestvermogens in de vorm van pedofilie, een autismespectrumstoornis en een persisterende depressieve stoornis. Deze stoornissen waren ook aan de orde ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. De kans op herhaling is groot en gezien de ernstige problematiek is een intensieve en langdurige behandeling noodzakelijk. De rechtbank neemt, voor zover het de diagnostische aspecten en het recidiverisico betreft, de conclusies van de gedragsdeskundigen over en gaat ervan uit dat de bewezenverklaarde feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht de verdachte in zoverre strafbaar en zal hiermee bij het bepalen van de straf rekening houden.

Bij de bepaling van de strafmaat wijst de rechtbank op een lastig dilemma. Enerzijds rechtvaardigt de ernst van de gepleegde feiten vanuit een vergeldingsgedachte en met het oog op het leed dat verdachte de slachtoffers en hun omgeving heeft toegebracht een gevangenisstraf van lange duur. Anderzijds is, gelet op de psychische problematiek van verdachte en de jonge leeftijd van verdachte, een aanvang van de behandeling op niet te lange termijn geboden, ook uit het oogpunt van bescherming van de samenleving. De rechtbank acht na afweging van deze belangen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar, gecombineerd met de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege passend en geboden. De rechtbank overweegt hiertoe dat het noodzakelijk is dat verdachte binnen afzienbare tijd met zijn behandeling start.