ECLI:NL:RBOVE:2018:2755 (Letsel tijdens knikkeren)

Letsel tijdens knikkeren, Rechtbank Overijssel 10 juli 2018
ECLI:NL:RBOVE:2018:2755 

Essentie
Het betreft een deelgeschil waarbij de ouders van een leerling de basisschool aansprakelijk stellen voor een ongeval met een dichtgevallen putdeksel. De leerling verliest hierbij zijn pink. De kantonrechter oordeelt dat de school niet onrechtmatig heeft gehandeld.

Rechtsregel
Geen sprake van gebrekkig toezicht op het schoolplein voor een ongeval met een dichtgevallen putdeksel waardoor een leerling zijn pink verliest. Ook geen sprake van onvoldoende nazorg. De basisschool handelt niet onrechtmatig.

Inhoud arrest
Op 29 mei 2015 waren twee kleutergroepen, in totaal vijftig leerlingen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar oud, tijdens de ochtendpauze aan het buitenspelen op het schoolplein. Zoon verzoekers (hierna: verzoeker) was met twee klasgenootjes aan het spelen bij een putdeksel. Op ongeveer twee meter afstand van de putdeksel bevond zich een knikkertegel. De twee klasgenootjes hielden de putdeksel vast waarbij verzoeker keek of hieronder knikkers lagen. Een van de klasgenootjes zag dat er geen knikkers lagen en gooide de deksel dicht. Daarbij is de putdeksel op de rechterpink van verzoeker gekomen. De pink moest uiteindelijk geamputeerd worden.

De ouders van verzoeker stellen de basisschool en diens verzekeraar aansprakelijk op grond van art. 6:162 BW. Zij stellen dat de school geen adequate voorzorgsmaatregelen heeft genomen, vlak voor en tijdens het ongeval onvoldoende toezicht heeft gehouden en onvoldoende nazorg is geweest doordat niet tijdig adequate medische hulp ingeschakeld is.

De kantonrechter bepaalt als eerst dat het enkele feit dat de putdeksel open kon, en hierdoor een ongeval heeft voorgedaan, onvoldoende is om aansprakelijkheid van de school aan te nemen. Vervolgens dient beantwoord te worden of de school geen adequate voorzorgsmaatregelen heeft genomen om het ongeval te voorkomen. Er is pas sprake van nalatigheid als de school wist dat zich op het schoolplein in de vorm van de putdeksels een potentieel gevaar voordeed of als dat gevaar kenbaar was. Op de school rust namelijk een bijzondere zorgplicht tot haar leerlingen en de plaats waar het gevaar zich heeft voorgedaan (eigenaar/beheerder schoolplein). Hierdoor kan de school onrechtmatig handelen worden verweten, ook als zij niet op de hoogte was van de gevaarlijke situatie. Uit de stellingen van partijen blijkt echter een verdeeldheid te zijn over de vraag of de school wist van de concrete gevaarssituatie en of dat gevaar kenbaar was.

De kantonrechter oordeelt dat van de school in beginsel niet kan worden gevergd dat zij het schoolplein zo intensief inspecteert dat zij ook niet direct waarneembare gevaren te weten komt en dat zij met ieder denkbaar gevaar voor de leerlingen rekening houdt. Het gaat erom dat de school van de gevaarssituatie wist of dat er signalen zouden moeten zijn geweest waaruit dit afgeleid had kunnen worden. De school heeft wel aangegeven dat als zij geweten hadden dat de putdeksel los zat, hiertegen wellicht maatregelen zouden zijn getroffen. Er is teveel onduidelijkheid over de vraag of de school op de hoogte was van het gevaar. Daarom kan niet vastgesteld worden dat de school van het potentiële gevaar wist. Hierover is nadere bewijslevering nodig.

Wat betreft het onvoldoende toezicht oordeelt de rechter dat niet elke onregelmatigheid direct kan worden opgemerkt. Dit zou de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm te boven gaan. De wijze van surveilleren is niet ongebruikelijk en derhalve niet onverantwoord. Met betrekking tot de nazorg oordeelt de rechter dat de enkele omstandigheid dat ouders van verzoeker eerder bij de huisarts zijn gearriveerd dan de betrokken leerkrachten van school onvoldoende.

De kantonrechter oordeelt dat de school wat betreft het toezicht vlak voor en tijdens het ongeval en de na het ongeval aan verzoeker gegeven nazorg geen onrechtmatig handelen kan worden verweten. Over de noodzaak tot het treffen van veiligheidsmaatregelen lopen de standpunten van partijen uiteen. Hiervoor is nadere bewijslevering nodig. Dit gaat echter de omvang van een deelgeschil te buiten. De aansprakelijkheid komt dus niet vast te staan.