ECLI:NL:RBOBR:2020:5134 (Doodslag op moeder)

Rb. Oost-Brabant, 23 oktober 2020,  doodslag op moeder.
(ECLI:NL:RBOBR:2020:5134)

Essentie

In de nacht van 13 op 14 februari jl. heeft verdachte tweemaal in verwarde toestand de politie gebeld vanuit de woning van zijn moeder in Rosmalen. De politie trof de vrouw daar dood aan, met zeer ernstig letsel op haar handen en gezicht. Verdachte meent dat de gehele gebeurtenis voor hem een zwart gat was, hij kan het zich niet goed herrinneren. Het enige dat hij nog meent te herinneren is dat hij zijn moeder probeerde te verdedigen tegen een indringen, omdat er onmiddelijk gevaar dreigde in die situatie. De raadsman van de verdachte pleit voor onslag van alle rechtsvervolging op grond van een verschoonbare dwaling van de verdachte.

Rechtsregel

In hoeverre is een beroep op verschoonbare dwaling mogelijk indien uit de feiten redelijkerwijs valt op te maken dat er geen bewijs is dat, in het geval van de verdachte in dit arrest, er sprake was van onmiddelijk gevaar, noch dat er een indringer is geweest binnen de woning van de vrouw? De rechtbank oordeelt dat er niet afdoende bewijs is binnen de feiten om te kunnen concluderen dat er enige mogelijkheid van een indringer binnen de woning van de vrouw was.

Inhoud

De feiten uit het onderzoek wijzen er op dat de verdachte de dader is, zo ook dat er geen sprake kon zijn van een indringer in de woning van de vrouw. Verdere psychiatrische of psychologische problematiek bleek uit onderzoek ook niet, waardoor de dader onder een mogelijke psychose kon leiden tijdens de nacht van 13 op 14 februari 2020. Wel staat vast dat de verdachte ernstig onder invloed van alcohol was die nacht en dat hij de gevolgen van zulks al eerder heeft ervaren. Het beroep op verschoonbare dwaling is door de rechtbank afgewezen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot doodslag, waar tussen de 8 en 10 jaar gevangenisstraf op staat. Gezien de ernst van het geval – onder andere de kwetsbaarheid van de vrouw, het feit dat de vrouw de moeder van de verdachte was, en de mate van geweld waar de verdachte gebruik van maakte – ziet de rechtbank geen reden om in het voordeel van de verdachte te oordelen. Opvallend in de rechtszaak was het gebrek aan berouw dat de verdachte toonde, alsmede het tonen van geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 10 jaar en een schadevergoeding van ca. 32.000 euro aan de andere zoon van de vrouw.