ECLI:NL:RBOBR:2020:1635 (Verduistering dossier lopende rechtszaak)

Rb. Oost-Brabant, 23 maart 2020. Dossier gevonden in de trein, advocatenkantoor gechanteerd.

(ECLI:NL:RBOBR:2020:1635)

Essentie

Verdachte vindt een dossier in de trein van een lopende zaak bij het gerechtshof. Hij ziet de naam staan van een advocatenkantoor en besluit met een medeverdachte dit kantoor af te persen. Hij zegt het dossier terug te willen geven voor € 1.500,-. Het advocatenkantoor doet aangifte, een politiemedewerker doet zich voor als koper en pakt de verdachten op.

Rechtsregel

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte “in de periode van 29 mei 2019 tot en met 05 juni in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een dossier bevattende een hoeveelheid processtukken van een rechtszaak, toebehorende aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader, en welk goed verdachte en zijn mededader anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten welk dossier hij had gevonden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.”

Inhoud vonnis

Verdachte heeft samen en in vereniging met een medeverdachte het dossier van een rechtszaak verduisterd, waarin ook gevoelige medische informatie zat van een procespartij. Een raadsheer liet het dossier per abuis in de trein liggen en verdachte heeft dit dossier gevonden. Hij en een medeverdachte namen contact op met een advocatenkantoor dat in het dossier werd genoemd en zij maakten aan het kantoor kenbaar dat ze het dossier wilden teruggeven in ruil voor een financiële compensatie. Anders zou het dossier openbaar worden gemaakt.

Het advocatenkantoor besloot te onderhandelen en uiteindelijk werd de afspraak gemaakt om het dossier terug te geven voor € 1.500,-. In de tussentijd werd de politie ingelicht en werd tevens aangifte gedaan. De deal moest plaatsvinden op de parkeerplaats van het Van der Valk Hotel in Ridderkerk. Een politieagent besloot op te treden als pseudokoper. De verdachte en zijn medeverdachte kwamen opdagen en kregen het afgesproken bedrag in ruil voor het dossier. Ze werden meteen aangehouden.

De rechtbank overweegt eerst dat verduistering een ernstig strafbaar feit is, vooral als het privacygevoelige stukken betreft. De rechtbank is van mening dat verdachte zich niets heeft aangetrokken van de belangen van benadeelden en heeft gehandeld uit puur winstbejag. Ook was het de verdachte die zijn medeverdachte heeft overgehaald tot het plegen van een strafbaar feit, omdat deze medeverdachte in geldnood zat.

Verdachte wordt veroordeeld voor verduistering en krijgt 111 dagen gevangenisstraf, waarvan 60 dagen voorwaardelijk. Omdat verdachte ook nog in zijn proeftijd zat, wordt ook de vordering tenuitvoerlegging toegewezen betreffende een boete van € 500,- of 10 dagen vervangende hechtenis.