ECLI:NL:RBNNE:2020:762 (Verbod demonstratie Sinterklaasintocht)

Rechtbank Noord-Nederland, 21 februari 2020, Verbod demonstratie Sinterklaasintocht
(ECLI:NL:RBNNE:2020:762)

Essentie

Verbod van demonstratie bij landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum in 2017. Door wanordelijkheden kon de demonstratie niet op de voorgenomen wijze gebeuren. De burgemeester heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de demonstratie niet met een minder ingrijpend middel dan een verbod kon doorgaan. Er had onderzocht moeten worden of de demonstratie op een andere wijze had kunnen doorgaan.

Rechtsregel

In deze uitspraak zijn er twee factoren die aan de orde komen. In de eerste instantie rijst de vraag of de vrees van verweerder voor wanordelijkheden (art. 2 Wom) gerechtvaardigd was. Vervolgens moet worden beoordeeld of verweerder zich redelijk op het standpunt heeft kunnen stellen dat het voor het belang van voorkoming van wanordelijkheden nodig was om de demonstratie te verbieden.

Inhoud

Eiseres heeft in 2017 aan verweerder aangekondigd bij de Landelijke Sinterklaasintocht te willen demonstreren in Dokkum. Bij besluit heeft verweerder voorschriften verbonden aan de demonstratie. Verweerder is bang voor een verstoring van de openbare orde en wanordelijkheden door de mogelijke komst van Zwarte-Piet-demonstranten en hooligans. Eiseres mag daarom voorafgaand aan de intocht van Sinterklaas en op een deel van de route van de intocht een demonstratiemars houden die eindigt op een aangewezen demonstratielocatie.

Art. 2 van de Wom vermeldt dat de betekenis van de beperkingsgrond “bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden” wordt beïnvloed door de context waarbinnen de grond wordt ingeroepen. De beoordeling of (verwachte) ongewenste gedragingen zo ernstig zijn dat van wanordelijkheden kan worden gesproken, hangt niet slechts af van de aard van die gedragingen. Ook de plaats waar de manifestatie wordt gehouden kan hier aan de orde zijn. De mate van orde en rust welke naar algemeen inzicht op een bepaalde plaats behoort te heersen bepaalt mede wanneer de grens van wanordelijkheden wordt overschreden.

De rechtbank is van oordeel dat sprake was van een gerechtvaardigde vrees voor wanordelijkheden voorafgaand aan en tijdens de Sinterklaasintocht. In Dokkum zou in verband met de Sinterklaasintocht een mensenmenigte verzameld zijn met jonge kinderen. In die menigte bevonden zich ook voetbalhooligans die mogelijk zwaar vuurwerk bij zich hadden. De vrees bestond dat deze groep vanuit het publiek vuurwerk zou gooien naar de demonstranten of met hen de confrontatie zou zoeken, waardoor de veiligheid van de demonstranten en de mensenmenigte niet gewaarborgd kon worden. De rechtbank acht van belang dat de bussen met demonstranten op de A7 geblokkeerd en bekogeld werden en reële vrees bestond voor snelwegblokkades op andere plekken. Deze omstandigheden en gedragingen brengen met zich mee dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van gerechtvaardigde vrees voor wanordelijkheden.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder echter onvoldoende gemotiveerd dat de demonstratie niet met een minder ingrijpend middel dan een verbod kon doorgaan, zoals het stellen van beperkingen aan de demonstratie. De rechtbank begrijpt dat de gebeurtenissen elkaar in hoog tempo opvolgden die dag en dat er door verweerder snel gehandeld moest worden. Dat verweerder daarbij rekening hield met de wens van eiseres om langs de route van de intocht te willen demonstreren is eveneens voorstelbaar. Het onderzoek naar alternatieven en de besluitvorming is echter uitsluitend gericht geweest op het (onder politiebegeleiding) brengen van de demonstranten naar de vooraf afgesproken demonstratielocatie en hen daar te laten demonstreren. Wanneer dat niet mogelijk bleek vanwege eerder genoemde veiligheidsrisico’s, heeft verweerder de demonstratie verboden. Volgens de rechtbank had verweerder moeten onderzoeken of de demonstratie door had kunnen gaan op andere wijze, zoals een andere locatie die niet aan de route van de intocht was gelegen. Een dergelijk onderzoek heeft niet plaatsgevonden. Niet is gebleken dat eventuele wegblokkades het vervoer van de demonstranten naar een andere demonstratielocatie onmogelijk maakten, zeker nu verweerder beschikte over aanzienlijke politie-ondersteuning.