ECLI:NL:RBNNE:2020:2953 (Zilveren Kruis)

Rechtbank Noord-Nederland, 16 september 2020, Zilveren Kruis
(ECLI:NL:RBNNE:2020:2953)

Essentie

T. ontvangt jaren een PGB, waarmee hij zelf zorg kan inkopen. Omdat hij onvoldoende heeft verantwoord wat er met het door hem ontvangen budget in 2012 tot en met 2014 is gebeurd, wil Zilveren Kruis als zorgverzekeraar een bedrag van honderdduizend euro terug vorderen.

Rechtsregel

De rechtbank komt tot oordeel dat Zilveren Kruis dat bedrag in dit geval niet terug mag vorderen. De rechtbank komt tot dat oordeel, omdat voldoende vast staat dat T. vanaf het begin steeds dezelfde zorg heeft gekregen, terwijl die zorg tot 2012 en vanaf 2015 ook vergoed werd. De rechtbank gaat er van uit dat T. over de jaren 2012 tot en met 2014 recht had op een PGB. Het staat vast dat T. over die jaren zelf verantwoording heeft afgelegd, terwijl hij daartoe niet in staat was. Er is ook bewind en mentorschap ingesteld. Bij een dergelijke stand van zaken acht de rechtbank het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Zilveren Kruis tot terugvordering overgaat, omdat T. geen misbruik wordt verweten.

Inhoud

Een PGB is een alternatief voor zorg in natura. Het PGB is een geldbedrag waarmee iemand die zorg nodig heeft zelf hulp en begeleiding kan inkopen. Iedereen die een PGB krijgt moet verantwoording afleggen over zijn/haar uitgaven voor zorg, hulp en begeleiding. De hoogte van het PGB is afhankelijk van de persoonlijke situatie. Aan de hand van het indicatiebesluit van het Centrum indicatiestelling zorg berekent het zorgkantoor de hoogte van het budget. Daarbij hanteert het zorgkantoor een lijst met door de overheid vastgestelde tarieven. Van het bruto PGB-budget gaat eerst een eigen bijdrage af, waarvan de hoogte afhankelijk is van het soort hulp en zorg. Het resterende bedrag wordt door het zorgkantoor aan de budgethouder voldaan, in de vorm van voorschotten.

Zilveren Kruis vordert de bewindvoerders tot betaling van 105.327,21 euro, vermeerderd met rente en kosten. Aan de vorderingen legt Zilveren Kruis ten grondslag dat aan gedaagden over de jaren 2012 tot en met 2014 een PGB is toegekend en hiervoor periodiek bijdragen heeft ontvangen. Voor het door gedaagden ontvangen PGB gedurende deze jaren is geen of onvoldoende verantwoording afgelegd. Zilveren Kruis is als gevolg hiervan tot terugvordering overgegaan, op basis van onverschuldigde betaling.

De bewindvoerders hebben geen verweer gevoerd tegen de hoogte van het teruggevorderde bedrag. Dit bedrag staat vast. Zilveren Kruis heeft onvoldoende gemotiveerd dat T. tot 2012 en vanaf 2015 dezelfde zorg heeft genoten als de voornoemde periode en dat diezelfde zorg nu nog steeds wordt vergoed. De rechtbank leidt hieruit af dat T. voor wat betreft de jaren 2012 tot en met 2014 op goede gronden aanspraak heeft gemaakt op een PGB. Dat hiervoor geen of onvoldoende verantwoording is afgelegd wordt door of namens hem erkend. Namens gedaagden is aangevoerd dat dit komt doordat hij dat zelf heeft gedaan, alhoewel hij daartoe absoluut niet in staat was. Ook dat heeft Zilveren Kruis onvoldoende gemotiveerd betwist, evenmin als de omstandigheid dat T. juist om die reden onder bewind is gesteld en er mentoren zijn benoemd. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat T. ook eerder, buiten de hier aan de orde zijnde periode, niet in staat is geweest om verantwoording af te leggen. Bij een dergelijke stand van zaken acht de rechtbank het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Zilveren Kruis tot terugvordering overgaat, nu T. geen misbruik wordt verweten.

Op grond van bovenstaande komt Zilveren Kruis naar het oordeel van de rechtbank geen invorderingsbevoegdheid toe. Gelet hierop, wordt niet meer toegekomen aan de vraag of de door of namens gedaagden aangehaalde Richtlijn van toepassing zou moeten zijn en/of er gronden zijn voor matiging. Dit betekent dat de rechtbank de vorderingen van Zilveren Kruis zal afwijzen.