ECLI:NL:RBNNE:2018:2377 (Injecteren paard met regenwater)

Injecteren paard met regenwater, 26 juni 2018
(ECLI:NL:RBNNE:2018:2377)

Essentie
Vaststelling schadevergoeding eigenaresse paard dat opzettelijk is geïnjecteerd met regenwater.

Rechtsregel
Paard na een ruzie met haar eigenaresse opzettelijk geïnjecteerd met regenwater. Ze heeft hierdoor grote gezondheidsschade opgelopen. Gelet op de aard van de aansprakelijkheid en de opzet komen de kosten voor ruime vergoeding in aanmerking. Ook behandelingen en supplementen vanuit de alternatieve geneeswijze komen voor vergoeding in aanmerking.

Inhoud arrest
Mevrouw A huurt vanaf 2001 een stallencomplex. De heer B stalt hier zijn paarden. Mevrouw A koopt in 2006 een paard van de heer B.

Mevrouw A en de heer B krijgen ruzie, waarna mevrouw A op 23 februari 2016 aan de heer B vraagt om uiterlijk 31 maart 2016 de stallen te verlaten. De heer B bedreigt haar, waarna mevrouw A op 26 maart 2016 een camera plaatst in de stallen.

Die avond merkt mevrouw A dat een van de paarden ziek is. De dierenarts komt langs en stelt vast dat het paard een gezwollen linkerborst heeft en dat het paard symptomen heeft van een injectie. Het paard heeft lichte verhoging, is stram en heeft grote gezondheidsproblemen door de zwelling van haar borst.

Uit de camerabeelden blijkt dat de heer B die dag in de box bij het paard is geweest. Mevrouw A doet aangifte bij de politie.

De politierechter oordeelt op 6 juli 2016 dat de heer B opzettelijk en wederrechtelijk het paard van mevrouw A heeft beschadigd door het te injecteren met regenwater. Hij wordt veroordeeld tot een taakstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis. Daarnaast moet hij € 904,97 aan de staat betalen: € 604,97 aan materiële schadevergoeding en € 300,- aan immateriële schadevergoeding.

Naast deze straf stelt mevrouw A de heer B aansprakelijk voor de door haar geleden schade. De heer B erkent de aansprakelijkheid en heeft naast de hiervoor genoemde schadevergoeding al € 3.132,24 aan andere materiële schadeposten vergoed.

Mevrouw A vordert na vermindering van eis de heer B te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.634,39 en tot betalen van de buitengerechtelijke kosten van € 395,38, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. Zij stelt dat de gemaakte kosten aan voeding en supplementen, de therapie en diverse kosten het rechtstreeks gevolg zijn van de door de heer B gepleegde onrechtmatige daad. De heer B betwist dat sprake is van een causaal verband.

De kantonrechter overweegt het volgende. Tussen partijen staat vast dat de heer B een onrechtmatige daad heeft gepleegd door het paard te injecteren met regenwater en dat het paard hierdoor ernstige gezondheidsschade heeft opgelopen. De aard van de aansprakelijkheid van de schade brengt mee dat de schade ruim moet worden toegerekend.

Ten aanzien van de voeding heeft mevrouw A voldoende aannemelijk gemaakt dat zij extra kosten heeft moeten maken voor het bijvoeren van het paard. Ook de supplementen die voor het paard zijn voorgeschreven en de therapie die het paard heeft gevolgd, moeten worden vergoed. Het feit dat dit alternatieve geneeskunde betreft, maakt het niet anders. Zulke kosten kunnen worden vergoed als aannemelijk is dat de behandeling helpt bij de genezing. Doorslaggevend hier is dat de supplementen en de therapie niet nodig waren geweest als het paard gezond was gebleven en dat de heer B haar opzettelijk geïnjecteerd heeft. De kosten voor de camera hoeven niet worden vergoed, omdat deze zijn gemaakt voor de injectie.

Omdat de heer B al een deel van de kosten heeft betaald, veroordeelt de kantonrechter hem tot betaling van € 1.860,03, te vermeerderen met wettelijke rente en in de kosten van de procedure.