ECLI:NL:RBNNE:2017:2908 (Het bedienen van een telefoon tijdens het rijden als deze in een houder zit)

Rechtbank Noord-Nederland, 24 juli 2017, NJFS 2017/182
(ECLI:NL:RBNNE:2017:2908)

Essentie
Deze zaak in eerste aanleg gaat over het bedienen van de mobiele telefoon tijdens het rijden wanneer deze is bevestigd in een telefoonhouder. Betrokkene kreeg een boete voor het vasthouden van de mobiele telefoon tijdens het rijden, maar voerde bij de rechter aan dat dit onjuist was. Het toestel zat namelijk in een telefoonhouder die was bevestigd aan het dashboard. De rechter ging hier niet in mee en liet de bekeuring in stand.

Rechtsregel
De verboden gedraging die is geconstateerd is het ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden’. Aan de rechtbank de vraag wat er valt onder het begrip ‘vasthouden’. “Volgens vaste jurisprudentie moet het begrip “vasthouden”, met het oog op de verkeersveiligheid en de mogelijkheid tot handhaving, ruim worden uitgelegd”, aldus de rechtbank.

De kantonrechter oordeelt dat ook het bedienen van de telefoon als deze in een houder zit valt onder de reikwijdte van art. 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De reden is dat ook in deze situatie de bestuurder maar met een hand de noodzakelijke verkeershandelingen kan verrichten. Dat de bestuurder bezig is met sociale media of WhatsApp als de telefoon in de houder zit, is niet uit te sluiten. Dit kan afleidend zijn waardoor er gevaar kan ontstaan voor de verkeersveiligheid, maar het kan er ook voor zorgen dat de bestuurder fysiek te veel is betrokken bij het bedienen van zijn mobiel.

Inhoud arrest
De betrokkene zou op 7 december 2016 om 14:17 uur een mobiele telefoon hebben vastgehouden tijdens het rijden. Dit gebeurde op de Stadsrondweg-Zuid in Sneek. Hij krijgt hiervoor een boete van € 239,-, inclusief administratiekosten.

Betrokkene gaat hiertegen in beroep en stelt dat hij deze gedraging niet heeft verricht. Ter zitting voert hij aan dat hij zijn mobiele telefoon niet heeft vastgehouden, maar dat deze was gemonteerd in een telefoonhouder die vastzit aan de linkerkant van het dashboard. Betrokkene geeft voorts aan dat er tegenstrijdigheden zitten in de verklaring van de verbalisant. De verbalisant heeft een sanctie opgelegd voor het vasthouden van een mobiele telefoon, terwijl hij in de toelichting verklaart dat hij heeft geconstateerd dat betrokkene de telefoon aan het bedienen was terwijl deze in een houder zat. Ook heeft de verbalisant een onjuist merk en type mobiele telefoon vermeld in het proces-verbaal.

Het Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) voert ter zitting aan dat de verbalisant heeft gezien dat betrokkene zichtbaar bezig was met zijn mobiel en dat hij naar zijn telefoon keek toen hij een dienstvoertuig van de politie passeerde. Betrokkene heeft hiermee voldaan aan het begrip ‘vasthouden’, aldus het CVOM. Zij stelt verder dat betrokkene was afgeleid, omdat hij bezig was met zijn mobiele telefoon en hierdoor de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht.

De kantonrechter behandelt eerst de verklaring van de verbalisant. Deze heeft het volgende verklaard: “Verbalisant zag betrokkene met zijn linkerhand zijn telefoon bedienen. Telefoon zat in een houder links van het stuur en betrof een nieuw type Nokia met touchscreen. Betrokkene was zichtbaar bezig met zijn telefoon en keek ook naar zijn telefoon gedurende het passeren van het opvallende dienstvoertuig.” De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring en constateert dat verbalisant niet tegenstrijdig is geweest, zoals beweerd door betrokkene.

De kantonrechter stelt dat het begrip ‘vasthouden’ in dezen ruim moet worden uitgelegd. Onder ‘het vasthouden van een mobiele telefoon’ moet ook worden verstaan het in de hand houden, het tussen schouder en oor geklemd houden, het bedienen van een mobiele telefoon als deze in een houder zit, etc. Dit is gebaseerd op de Nota van Toelichting bij het Besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, Stb. 2002, 67.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete wordt in stand gelaten. In hoger beroep is deze uitspraak overigens vernietigd.