ECLI:NL:RBNHO:2023:8961 (Verwijdering leerling wegens gooien muntje)

Rechtbank Noord-Holland 21 april 2023, Verwijdering leerling van middelbare school wegens gooien muntje
(ECLI:NL:RBNHO:2023:8961)

Essentie

In dit arrest wordt de vraag beantwoord of de school in redelijkheid heeft kunnen komen tot het nemen van het besluit van verwijdering van de leerling, nadat hij een muntje gooide en daarbij een leerkracht raakte.

Rechtsregel

Om de vraag te beantwoorden of iemand in redelijkheid tot een besluit heeft kunnen komen, moet de uitkomst van het besluit de toets aan het evenredigheidsbeginsel doorstaan. In het kader van het evenredigheidsbeginsel is van belang of het besluit geschikt is om het doel te bereiken, noodzakelijk is en evenwichtig is.

Inhoud uitspraak

Een leerling gooit een muntstuk en raakt daarbij de leerkracht. De leerling wordt verwijderd van school. Uit de beelden die op de zitting zijn getoond, blijkt niet dat de leerling de bedoeling had om de leerkracht te raken. Wel kan uit de beelden worden afgeleid dat de leerling zich gerealiseerd zou moeten hebben dat hij iemand zou raken, omdat hij het muntstuk richting een groep mensen gooide. Door het gooien van het muntje was er een risico dat de leerling iemand pijnlijk zou kunnen raken. Dit kan dan ook niet zonder consequenties blijven. Echter is de vraag hier of de school in redelijkheid heeft kunnen komen tot de zwaarst mogelijke maatregel, namelijk verwijdering van de leerling. Het gaat er hier dus om of de uitkomst van het besluit de toets aan het evenredigheidsbeginsel kan doorstaan. In het kader van het evenredigheidsbeginsel is van belang of het besluit geschikt is om het doel te bereiken, noodzakelijk is en evenwichtig is.

Beoordeling toets aan evenredigheidsbeginsel

De maatregel om de leerling te verwijderen van school is niet geschikt om het doel te bereiken. Het incident heeft niet gezorgd voor een mate van onrust en onveiligheid in de hele school. Ook was het gooien van voorwerpen al een punt van aandacht binnen de school. Het verwijderen van de leerling lost het langer bestaande probleem niet op.

Het verwijderen van de leerling was ook niet noodzakelijk om het doel van het besluit te bereiken. Het doel van het besluit was het wegnemen van onveiligheid en onrust. Het wegnemen van de gevoelens van onveiligheid bij de leerkracht rechtvaardigt echter niet de zware maatregel van verwijdering. De school had ook andere maatregelen kunnen nemen om de gevoelens van onveiligheid bij de leerkracht weg te nemen. Zo had de school de leerling ook kunnen schorsen en een gesprek kunnen plannen tussen de leerkracht en de leerling en zijn ouders. De leerling is verder ook nooit betrokken geweest bij andere incidenten op de school. Al deze gegevens rechtvaardigen dus niet dat meteen de zwaarste maatregel wordt ingezet.

De maatregel is ook niet evenwichtig omdat onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van de leerling. De leerling is pas veertien jaar en is op die leeftijd nog niet goed in staat om de gevolgen van zijn handelen te overzien. Ook heeft de leerling er baat bij om de onderwijsperiode op dezelfde school voor te zetten als waar hij zijn vrienden heeft gemaakt.

De rechter komt tot de conclusie dat de school niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot verwijdering van de leerling. De rechter vernietigt het bestreden besluit en herroept het verwijderingsbesluit. De leerling moet dus direct weer tot de school worden toegelaten.