ECLI:NL:RBNHO:2021:9625 (Dag cel en taakstraf geëist voor aanranding pizzakoerier)

Rechtbank Noord- Holland, 2 november 2021, Dag cel en taakstraf geëist voor het aanranden en filmen van een minderjarige pizzakoerier
(ECLI:NL:RBNHO:2021:9625)

Essentie

De verdachte in de zaak wordt veroordeeld voor aanranding en het verspreiden van een filmpje waarin seksuele handelingen met een minderjarige te zien zijn. De verdachte heeft samen met een vriendin op 2 mei 2021 pizza’s besteld die later door een bezorger bij haar thuis werden bezorgd. Bezorger en verdachtes waren geen bekenden van elkaar. Meteen bij binnenkomst is de bezorger overweldigd door de verdachte toen zij de bezorger over zijn geslachtsdeel wreef en hierin kneep. De vriendin van de verdachte heeft de handelingen gefilmd. Vervolgens is het filmpje verspreid.

Rechtsregel

Aan de verdachte worden twee feiten ten laste gelegd. Het eerste feit gaat over de seksuele handelingen die zij heeft verricht bij het slachtoffer, tegen zijn wil in. Zij heeft hiermee een onveilige en bedreigende situatie voor de minderjarige bezorger gecreëerd. Door de plotselinge situatie durfde hij zich niet aan de handelingen te onttrekken. Het tweede feit waar verdachte van wordt verdacht is het verspreiden van een filmpje. In dit filmpje zijn de handelingen van verdachte te zien met de bezorger die ‘kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt’.

Feit 1

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat een ontuchtige handeling zoals bedoeld in artikel 246 Wetboek van Strafrecht een handeling van seksuele aard is, die in strijd is met een sociaal-ethische norm. De beoordeling van de handelingen van verdachte hangt af van de gedragingen en omstandigheden van het geval.

Feit 2

De advocaat van de verdachte argumenteert dat het slachtoffer ouder dan achttien oogde en dat daarom het bestanddeel ‘kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt’ niet bewezen kan worden.

Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad (Hoge Raad 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2185) blijkt echter het tegendeel. Wanneer vaststaat dat de betreffende persoon de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, hoeft dit uit de bewijsmiddelen niet te blijken voor een bewezenverklaring van dit bestanddeel. Artikel 240 Wetboek van Strafrecht is bedoeld ter bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik. Daarom moet worden aangenomen dat de betrokken persoon ‘kennelijk de leeftijd van achttien nog niet heeft bereikt’.

Inhoud

De advocaat van de verdachte beargumenteert zijn verzochte vrijspraak. Hij voert aan dat de verdachte het feit wel heeft gepleegd, maar dat geen sprake was dwang. Hetgeen het slachtoffer heeft verklaard is onvoldoende om dwang en een bedreigende situatie te bewijzen.

Ten aanzien van het tweede strafbare feit heeft de advocaat ook vrijspraak bepleit. De verdachte vond dat het slachtoffer er ouder uit zag dan achttien jaar. Volgens de advocaat kon zij daarom niet weten dat hij minderjarig was.

De rechtbank is van mening dat de bedoelingen van de verdachte niet anders te interpreteren waren nu het slachtoffer zonder waarschuwing in zijn geslachtsdeel is gegrepen. Deze beoordeling van de handelingen van verdachte levert een strafbaar feit op volgens artikel 246 wetboek van Strafrecht, namelijk feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Daarbij merkt de rechtbank ook op dat juist door de onverwachte handelingen van de verdachte, het slachtoffer is gedwongen de handelingen te ondergaan.

Ondanks de argumenten van de advocaat acht de rechtbank het tweede feit ook als bewezen. Uit de jurisprudentie volgt dat het strafbaar gestelde feit strafbaar is indien wordt vastgesteld dat de persoon minderjarig is. Dat geldt ook als de betreffende persoon er niet als zodanig uitziet. Nu is vastgesteld dat het slachtoffer zeventien jaar oud was, wordt het verweer van de advocaat verworpen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zowel het eerste als het tweede feit heeft begaan. Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte zijn opgelegd heeft de rechtbank met een aantal dingen rekening gehouden. Zo is gekeken naar de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waarin deze zijn begaan. Daarbij is ook meegewogen dat de verdachte nooit eerder in aanraking is geweest met justitie. Wel rekent de rechtbank het de verdachte zwaar aan dat het slachtoffer nog lang last heeft gehad van angstgevoelens en een gevoel van onveiligheid.
De rechtbank komt na deze overwegingen tot een gevangenisstraf van één dag, met aftrek van het voorarrest. Daarbij veroordeelt de rechtbank de verdachte tot het verrichten van een taakstraf van honderdtwintig uur tezamen met een vergoeding aan het slachtoffer ter hoogte van 750 euro.