ECLI:NL:RBNHO:2018:6085 (Illegaal vuurwerk op bedrijfsfeest – Kelderluik-situatie)

Illegaal vuurwerk op bedrijfsfeest – Kelderluik-situatie. Rechtbank Noord-Holland, 18 juli 2018.
(ECLI:NL:RBNHO:2018:6085)

Essentie
Deze uitspraak gaat over een man die illegaal vuurwerk (Cobra 6) meeneemt naar een bedrijfsfeestje waar veel alcohol wordt gedronken. De man is zelf overigens gewoon nuchter. Hij laat het vuurwerk zien en een van de aanwezigen pakt het af, steekt het binnen aan en raakt zijn hand kwijt. Hierop klaagt hij de nuchtere man aan.

Rechtsregel
De eiser in deze zaak baseerde zijn vordering op het Kelderluik-arrest. De rechtbank moest kijken of de beoordeling aan de hand van de Kelderluik-criteria moest plaatsvinden.

Het Kelderluik-arrest gaat ervan uit dat de schade waarvoor eiser gedaagde aansprakelijk houdt (mede) het gevolg is van een door de gedaagde in het leven geroepen gevaar. De rechtbank oordeelt dat dit inderdaad het geval is.

Volgens de rechtbank staat vast dat gedaagde bij aankomst op de feestlocatie in het bezit was van zeer zwaar en illegaal vuurwerk, dat hij dit vervolgens heeft getoond aan een feestganger, waarna dit vuurwerk mee naar binnen is genomen alwaar alcohol werd genuttigd. De gevaren van illegaal vuurwerk en ruim alcoholgebruik zijn algemeen bekend en een combinatie hiervan moet dan ook potentieel gevaarlijk worden geacht.

Mede hierdoor moeten de Kelderluik-criteria worden nagelopen om te kijken of gedaagde veiligheidsmaatregelen had moeten treffen om te voorkomen dat hij een gevaar zou kunnen vormen voor anderen.

Inhoud vonnis
De Kelderluik-criteria luiden: “Bij de beantwoording van de vraag of iemand veiligheidsmaatregelen dient te treffen ter voorkoming van de verwezenlijking van een door hem in het leven geroepen gevaar, dient te worden gelet op (i) in hoeverre de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid waarschijnlijk is, (ii) hoe groot de kans is dat daaruit ongevallen ontstaan, (iii) hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn en (iv) in hoeverre het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk is.” Deze zijn enigszins gemoderniseerd in de zaak Martina/Curaçao.

Volgens eiser zou gedaagde aansprakelijk zijn voor de als gevolg van het ongeval geleden schade en nog te lijden schade, omdat gedaagde op onrechtmatige wijze een gevaarlijke situatie zou hebben gecreëerd als gevolg waarvan de eiser schade heeft geleden. Gedaagde was bekend met het feit dat er een feest werd gegeven en dat alcohol werd geschonken. Gedaagde was ook bekend met de enorme impact en de korte ontstekingstijd van het illegale vuurwerk, want eerder op de dag had hij hetzelfde vuurwerk afgestoken.

Het voorgaande heeft gedaagde er echter niet van weerhouden dit vuurwerk mee naar binnen te nemen. Hij verloor de controle toen iemand het vuurwerk afpakte, waarna hij niet heeft geprobeerd het vuurwerk terug te krijgen. Doordat gedaagde het vuurwerk heeft meegenomen naar het feest met de intentie het daar af te steken, heeft hij een gevaarzettende situatie veroorzaakt.

De rechtbank loopt de Kelderluik-criteria af en verklaart voor recht dat gedaagde voor de helft aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit het vuurwerkongeval wanneer zijn verzekering de schade dekt, en voor 35% wanneer de verzekering de schade niet dekt. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten.