ECLI:NL:RBMNE:2022:3962 (Delen informatie over zelfmoordpoging via advocaat levert onrechtmatig handelen op)

Rechtbank Midden-Nederland 5 oktober 2022, Oud-zakenpartner had belangen van derde niet uit het oog mogen verliezen bij het delen van bepaalde informatie in de huurrechtprocedure (ECLI:NL:RBMNE:2022:3962)

Essentie

Tussen twee oud-zakenpartners (en vriendinnen) vond een arbeidsrechtelijke procedure plaats, waarna partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten die is vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling. Hierin is onder meer geheimhouding afgesproken. In een andere procedure (met betrekking tot de huur van een woonruimte) heeft de advocaat van gedaagde in zijn pleitnota gesproken over de medische geschiedenis van eiseres en meer specifiek over een zelfmoordpoging. Na afloop van die zitting heeft de advocaat zijn pleitnota gedeeld met journalisten van Story en Privé, die citaten hieruit hebben gepubliceerd.

Eiseres vordert een verklaring voor recht dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de informatie met betrekking tot de zelfmoordpoging te openbaren. Daarnaast vordert zij een schadevergoeding.

Rechtsregel

Op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, kan het zo zijn dat een contractant bij de behoorlijke uitvoering van een overeenkomst de belangen van een derde dient mee te nemen in zijn gedrag. Daarbij speelt onder andere een rol dat de derde in dit geval een publiekelijk bekend persoon is.

Inhoud uitspraak

De kantonrechter staat voor de vraag of gedaagde haar advocaat informatie over de zelfmoordpoging had mogen laten verstrekken. Vooropgesteld wordt dat gedaagde een geheimhoudingsplicht had jegens het bedrijf inzake de privé-aangelegenheden van eiser. Vaststaat dat gedaagde tekortgeschoten is in de nakoming van de vaststellingovereenkomst jegens het bedrijf. Beoordeeld dient te worden of dit tevens een onrechtmatige daad jegens eiseres oplevert.

Hiervan kan sprake zijn als de belangen van een derde zo nauw betrokken zijn bij de behoorlijke uitvoering van de overeenkomst dat hij schade of ander nadeel kan lijden als een contractant in die uitvoering tekortschiet. De normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt kunnen meebrengen dat die contractant deze belangen dient te ontzien door zijn gedrag mede door die belangen te laten bepalen. De rechter dient de omstandigheden van het geval te betrekken, waaronder:

  • De hoedanigheid van alle betrokken partijen;
  • De aard en strekking van de desbetreffende overeenkomst;
  • De wijze waarop de belangen van de derde daarbij zijn betrokken;
  • De vraag of deze betrokkenheid voor de contractant kenbaar was;
  • De vraag of de derde erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien;
  • De vraag in hoeverre het voor de contractant bezwaarlijk was met de belangen van de derde rekening te houden;
  • De aard en omvang van het nadeel dat voor de derde dreigt; en
  • De vraag of van hem kon worden gevergd dat hij zich daartegen had ingedekt, alsmede de redelijkheid van een eventueel aan de derde aangeboden schadeloosstelling.

De kantonrechter is van oordeel dat voor de verdediging van gedaagde in de procedure omtrent haar huurwoning het niet noodzakelijk was om uit te wijden over de zelfmoordpoging van eiseres. Gedaagde had ondanks haar lastige positie het belang van eiseres niet uit het oog mogen verliezen. Eiseres is immers een publiekelijk bekend persoon en informatie over haar gezondheid wordt opgepakt door de (roddel)pers. Gedaagde heeft een inbreuk gemaakt op artikel 8 EVRM en daarmee onrechtmatig gehandeld jegens eiseres. De verklaring wordt toegewezen.

Met betrekking tot de vordering tot schadevergoeding overweegt de kantonrechter dat eiseres geen feiten heeft gesteld die het mogelijk maken om eventuele schade te begroten. Daarbij komt dat eiseres ter zitting verklaarde dat het haar niet om geld te doen is, maar dat gedaagde zich moet houden aan de geheimhoudingsplicht. De gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure is derhalve afgewezen.