ECLI:NL:RBMNE:2021:602 (Vrijspraak door politievlog)

Rb. Midden-Nederland, 17 februari 2021, Vrijspraak door politievlog
(ECLI:NL:RBMNE:2021:602)

Essentie

Op 17 juni jl. heeft de politie een man op de A6 bij Almere aan de kant gezet omdat hij een telefoon in zijn hand had tijdens het auto rijden. Nadat de man zijn identiteitsbewijs niet bij zich bleek te hebben is de politie de auto gaan doorzoeken, waarna een tas met zes kilo wit poeder is gevonden. Na onderzoek bleek dat het om harddrugs ging, echter kon zulks niet als bewijs in de rechtszaak dienen door een aantal vormfouten in het vooronderzoek. Het feitenrelaas uit het proces-verbaal van de politie strookte namelijk niet met de vlog die een van de agenten maakte tijdens de doorzoeking van de auto. Vrijspraak volgde, aangezien er niet afdoende bewijs was voor het tenlastegelegde.

Rechtsvraag

In hoeverre is de door de politie ontdekte hoeveelheid harddrugs door de rechtbank als rechtsgeldig bewijs te erkennen? De uitspraak van de rechter wijst erop dat de vondst niet als bewijs mag worden gekenmerkt in de procedure, waarnaast evenmin sprake is van niet-ontvankelijkheid van het OM, en waardoor de verdachte dus n.a.v. een ontoereikende hoeveelheid bewijs is vrijgesproken.

Inhoud

Agenten hebben op 17 juni jl. een man aan de kant gezet op de A6 bij Almere omdat hij een telefoon in zijn hand had. Nadat bleek dat de man geen identiteitsbewijs bij zich had, besloot de politie zijn auto te doorzoeken om zijn identiteitsbewijs te vinden, waarna het dashboardkastje, alsook een tas werd opgemaakt met een behoorlijke hoeveelheid harddrugs als inhoud, ongeveer zes kilo in totaal. Uit het proces-verbaal van de politie bleek dat de man toestemming gaf voor het doorzoeken van de auto en dat de tas al open stond. Ook bleek de cautie tijdig plaats te hebben gevonden. Uit een vlog van een van de politieagenten die aanwezig was tijdens de doorzoeking, bleek echter dat voornoemde feiten helemaal niet waar waren. Op de beelden is duidelijk te zien dat de man geen toestemming voor de doorzoeking had gegeven, ook bleek de tas niet open te zijn. Daarnaast werd de cautie ook later gegeven dan dat het gebruik is. Door deze vormfouten die uit de discrepantie tussen de vlog en het proces-verbaal bleken, heeft de rechter besloten dat de aangetroffen zes kilo cocaïne niet als bewijs gebruikt mag worden in het proces. Daarnaast bleek volgens de rechter in de zaak evenmin sprake van niet-ontvankelijkheid van het OM, waardoor de verdachte aan de hand van het gebrekkige bewijs niets anders dan vrijgesproken kon worden.