ECLI:NL:RBMNE:2018:5708 (Wie is de feitelijke bestuurder van een zelfrijdende auto?)

Rechtbank Midden-Nederland, 22 november 2018, Wie is de feitelijke bestuurder van een zelfrijdende auto?
(ECLI:NL:RBMNE:2018:5708)

Essentie
Deze uitspraak van de kantonrechter gaat over de bestuurder van een Tesla model X, die is bekeurd voor het gebruik van een mobiele telefoon tijdens het rijden. De bestuurder van deze auto ging in beroep tegen de boete, omdat hij van mening was dat hij niet de feitelijke bestuurder was van de auto. Volgens de man rijdt de elektrische auto door middel van een Autopilot-systeem. Dit zorgt ervoor dat de auto zelf kan sturen en remmen, zonder dat ingrijpen van een mens noodzakelijk is. Om deze reden moet volgens de betrokkene het Autopilot-systeem worden aangemerkt als feitelijke bestuurder, en niet hij.

Rechtsregel
Kan een Autopilot-systeem worden aangemerkt als feitelijk bestuurder van een motorvoertuig in de zin van artikel 61a RVV 1990 en artikel 1 WVW? Naar het oordeel van de kantonrechter bepaalt de feitelijke bestuurder van een auto waar de auto naartoe gaat, hoe wordt gehandeld in noodsituaties en is deze verantwoordelijk voor wat de auto doet. Tijdens een autorit met een zelfrijdende auto dient de bestuurder op de bestuurdersstoel plaats te nemen en regelmatig het stuur vast te pakken, omdat de auto anders een signaal geeft. Na drie signalen schakelt het Autopilot-systeem zichzelf uit en kan pas weer aan het einde van de rit worden ingeschakeld. Bovendien werkt het Autopilot-systeem volgens de man uitsluitend op de grote weg. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat uitsluitend de betrokkene kan worden aangemerkt als de feitelijk bestuurder van de Tesla.

Inhoud arrest
Aan de betrokkene is op 16 oktober 2017 een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. Dit is strafbaar gesteld in artikel 61a RVR 1990. De betrokkene heeft bij de kantonrechter aangevoerd dat de auto door middel van het Autopilot-systeem zelf kan sturen en remmen, zonder dat ingrijpen van een persoon noodzakelijk is. Hierdoor stelt de betrokkene zich op het standpunt dat hij niet als feitelijk bestuurder van de Tesla kan worden aangemerkt. Volgens de betrokkene is de ratio van het verbod in artikel 61a RVR 1990 gelegen in het voorkomen van handmatig telefoneren en tegelijkertijd besturen van een motorvoertuig. In geval van een zelfrijdende auto is volgens betrokkene geen sprake van simultane handelingen. De kantonrechter volgt deze redenering niet en verwijst in dit verband naar hetgeen Tesla Nederland op haar website heeft opgenomen: “Bij gebruik van Autopilot moet de bestuurder altijd zelf opletten en actief blijven en gereed zijn elk moment in te grijpen.”. Naar het oordeel van de kantonrechter is betrokkene de feitelijke bestuurder van de Tesla en heeft hij, door het vasthouden van zijn mobiele telefoon tijdens het rijden, artikel 61a RVR 1990 overtreden.