ECLI:NL:RBMNE:2015:4866 (afpersing familie De Mol)

Rechtbank Midden-Nederland 02-07-2015
(ECLI:NL:RBMNE:2015:4866)

Essentie
In deze zaak is een 71-jarige inwoner uit Zeist veroordeeld voor een poging tot afpersing en bedreiging van familie De Mol.

Rechtsregel
De verdachte in deze zaak lijdt aan frontotemporale dementie, type gedragsvariant. Door deze aandoening had de verdachte nauwelijks moreel besef van zijn handelen. Hierdoor overzag hij de consequenties van zijn handelen niet en ontbrak het hem aan empathie voor de slachtoffers. Omdat de verdachte nog wel enig besef heeft gehad van de gevolgen van zijn daden, acht de rechtbank hem sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Omdat de verdachte slechts zeer beperkt verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn daden en omdat is vastgesteld dat de verdachte detentieongeschikt is, komt de rechtbank tot een voorwaardelijke celstraf van tien maanden. De voorwaardelijke celstraf moet voorkomen dat de verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. Gedurende de proeftijd van drie jaar moet de verdachte meewerken aan reclasseringstoezicht, heeft hij een behandelverplichting, een contactverbod en een locatieverbod. De verdachte moet ook een schadevergoeding van € 50.000 aan Linda De Mol betalen.

Inhoud arrest
In deze zaak stuurde de verdachte tussen oktober 2013 en december 2014 meerdere anonieme brieven naar John en Linda de Mol waarin hij een groot geldbedrag eiste. Hij dreigde in de brieven de kinderen van Linda de Mol of anderen uit haar omgeving iets aan te doen. De verdachte meende dat de familie De Mol dit geld makkelijk kon missen en hij heeft verklaard dat hij het voornemen had het geld te gebruiken voor het verlichten van het leed van kinderen in ontwikkelingslanden.

In de tenlastelegging is primair de poging tot afpersing van familie de Mol opgenomen en subsidiair de bedreiging van familie De Mol. De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezenverklaard. De verdachte heeft zich volgens de rechtbank gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan een ernstige vorm van poging tot afpersing en ernstige bedreigingen, die ook langdurig van grote invloed zijn geweest op de slachtoffers en hun directe omgeving.

De verdachte is door meerdere deskundigen onderzocht. Hun conclusie is dat de verdachte lijdt aan frontotemporale dementie, type gedragsvariant. Door deze aandoening had de verdachte nauwelijks moreel besef van zijn handelen. De verdachte liet zich namelijk leiden door sentimentaliteit. Hierdoor overzag hij de consequenties van zijn handelen niet en ontbrak het hem aan empathie voor de slachtoffers. Uit onder meer een MRI-scan en PET-scan die tijdens de zitting zijn getoond en onderzoek door de gedragsdeskundigen, blijkt dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de verdachte zijn hersenaandoening kan faken. De deskundigen geven verder aan dat de hersenaandoening ten tijde van de gepleegde feiten een rol heeft gespeeld, maar ze kunnen niet vaststellen in welke stadium de frontotemporale dementie zich op dat moment precies bevond. Omdat de verdachte nog wel enig besef heeft gehad van de gevolgen van zijn daden, acht de rechtbank hem, in navolging van de deskundigen, sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Dit betekent dat verdachte weliswaar strafbaar is, maar slechts in zeer beperkte mate verantwoordelijk kan worden gehouden voor het bewezenverklaarde.

De rechtbank overweegt dat het in deze zaak gaat om ernstige feiten waar in principe een aanzienlijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Uit de slachtofferverklaring die tijdens de zitting is voorgelezen, kwam duidelijk naar voren hoeveel impact het handelen van verdachte heeft gehad op de slachtoffers en hun directe omgeving. Omdat de verdachte slechts zeer beperkt verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn daden en omdat is vastgesteld dat de verdachte detentieongeschikt is, komt de rechtbank tot een voorwaardelijke celstraf van tien maanden. De voorwaardelijke celstraf moet voorkomen dat de verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. Gedurende de proeftijd van drie jaar moet de verdachte meewerken aan reclasseringstoezicht, heeft hij een behandelverplichting, een contactverbod en een locatieverbod. De verdachte moet ook een schadevergoeding van € 50.000 aan Linda De Mol betalen.