ECLI:NL:RBLIM:2021:3844 (Voormalig huisarts veroordeeld voor abortus en toedienen injecties)

Rechtbank Limburg, 4 mei 2021, Voormalig huisarts veroordeeld voor abortus en toedienen injecties
(ECLI:NL:RBLIM:2021:3844)

Essentie

Verdachte, voormalig huisarts, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, omdat hij zijn toenmalige, zwangere vriendin, zonder haar medeweten, abortusmedicatie heeft toegediend. Het slachtoffer kreeg kort daarna een miskraam. Ook heeft verdachte het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toegebracht door haar injecties te geven zonder eerst de huid te desinfecteren. Het slachtoffer liep ernstige verwondingen op.

Rechtsregel

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en de omstandigheid dat de feiten al van geruime tijd geleden zijn. De verdachte moet ook de schade van het slachtoffer vergoeden. Verdachte wordt vrijgesproken van de verkrachting(en) van zijn toenmalige vriendin. De bewezenverklaarde feiten zijn zeer ernstig. De wetgever heeft op het afbreken van een zwangerschap zonder toestemming van de vrouw als maximumstraf twaalf jaar gevangenisstraf gesteld en daarmee tot uitdrukking gebracht hoe ernstig een dergelijk feit is. De rechtbank is van oordeel dat een straf van 24 maanden voor de bewezen verklaarde abortus passend is. De verdachte heeft zich daarnaast ook schuldig gemaakt aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Gelet op het feit dat dit is begaan tegen een levensgezel en het daarbij passende strafmaximum en de aard en de ernst van de zware mishandeling, ziet de rechtbank aanleiding om hiervoor een gevangenisstraf van 12 maanden op te leggen.

Inhoud

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij slachtoffer, zonder haar toestemming, tijdens haar zwangerschap medicatie heeft gegeven, waarvan hij wist dat daardoor haar zwangerschap kon worden afgebroken. Slachtoffer heeft twee keer een miskraam gekregen. Slachtoffer heeft verklaard dat zij in januari 2005 zwanger was van de verdachte. Toen zij ongeveer 8 à 9 weken zwanger was, zei verdachte tegen haar dat zij medicatie moest innemen, omdat hij een piepende ademhaling bij haar had gehoord. Zij zag dat verdachte poeder in haar soep deed. Verdachte zei dat dit een antibioticakuur was en slachtoffer heeft de soep opgegeten. De kuur bestond volgens verdachte uit drie tabletten. De derde tablet moest slachtoffer met wat water innemen. Zij heeft deze laatste tablet niet ingenomen, maar verstopt en bewaard. Een paar dagen later kreeg slachtoffer plotseling buikpijn en een grote bloeding. In het ziekenhuis werd vastgesteld dat zij een miskraam had gehad. Toen slachtoffer in juni 2005, na een volgende zwangerschap, wederom een miskraam kreeg, heeft zij de tablet, die zij in januari 2005 had verstopt en bewaard, laten nakijken. De tablet bleek een abortuspil te zijn.  Dit is nagekeken door haar gynaecoloog.

Gelet op de verklaringen van slachtoffer, de verslaglegging van gynaecoloog en de verklaring van  verdachte dat hij in het gesprek met gynaecoloog heeft toegegeven medicatie aan slachtoffer te hebben toegediend, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat de verdachte in januari 2005 aan slachtoffer, die toen zwanger was, een abortuspil heeft toegediend. Ook heeft verdachte het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toegebracht door haar injecties te geven zonder eerst de huid te desinfecteren. Slachtoffer liep ernstige verwondingen op. Verdachte injecteerde het slachtoffer onder andere met fysiologisch zout, omdat zij bleef vragen om medicijnen. Hij wilde hiermee een placebo-effect bewerkstelligen. Hij geloofde niet dat zij echt ziek was. Dit terwijl het slachtoffer koorts had en zodanige diarree dat zij haar ontlasting niet kon ophouden.

Verdachte heeft met zijn handelen het zelfbeschikkingsrecht van het slachtoffer ernstig geschaad en haar lichamelijk integriteit aangetast. Het slachtoffer vertrouwde haar partner. Hij heeft ernstig misbruik gemaakt van dit vertrouwen en het slachtoffer voorgelogen. Als arts weet de verdachte als geen ander dat informatieplicht en het toestemmingsvereiste de basisbeginselen voor medisch ingrijpen zijn.

De respectloze manier waarop de verdachte heeft getracht een verklaring te geven voor het onder onhygiënische omstandigheden zelf toedienen van injecties aan zijn op dat moment zieke partner, komt op de rechtbank bijna gewetenloos over. Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen of berouw getoond. Wel hebben de feiten al de nodige gevolgen voor de verdachte gehad. Zo heeft het College van medisch toezicht in februari 2016 de verdachte ontzegd om directe patiëntenzorg te verlenen en om medicatie voor te schrijven. Ook mag hij enkel nog onder zeer strikte voorwaarden zijn beroep als arts uitoefenen. De verdachte was overigens al sinds 2012 niet meer werkzaam als huisarts in zijn praktijk. Sinds 2014 is hij volledig gestopt met zijn werkzaamheden als arts.