ECLI:NL:RBLIM:2020:5621 (Thijs H.)

Rechtbank Limburg, 30 juli 2020, Thijs H.
(ECLI:NL:RBLIM:2020:5621)

Essentie

De rechtbank in Maastricht heeft de 28-jarige Thijs H. veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging voor de drie moorden die hij begin mei 2019 heeft gepleegd, waarbij hij de slachtoffers door middel van messteken om het leven heeft gebracht.

Rechtsregel

De rechtbank oordeelt Thijs H., anders dan door de deskundigen van het Pieter Baan Centrum wordt geadviseerd, gedeeltelijk en niet volledig ontoerekeningsvatbaar. Dit rechtbank is tot dit oordeel gekomen, omdat Thijs H. – onder meer – voorafgaand aan de door hem gepleegde moorden, veel informatie over psychopathie en sociopathie en de combinatie met het gebruik van verdovende middelen op internet heeft opgezocht, hij verdovende middelen en niet-voorgeschreven medicijnen heeft gebruikt, zich niet aan behandeladviezen heeft gehouden, hij symptomen heeft aangedikt en daarbij de grote wens om volledig ontoerekeningsvatbaar te worden verklaard.
Dit doet de rechtbank twijfelen of de wanen wel bestonden in de mate waarin Thijs H. hierover heeft verklaard.

Inhoud uitspraak

Thijs H. heeft op 4 mei 2019 een eerste slachtoffer door middel van messteken gedood in de Scheveningse Bosjes in Den Haag. Vervolgens heeft hij op 7 mei 2019 nog twee slachtoffers door middel van messteken om het leven gebracht op de Brunssummerheide te Heerlen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat Thijs H. volgens een daartoe vooraf bedacht plan de drie slachtoffers met meerdere messteken opzettelijk heeft gedood en dat zijn handelen daarmee in alle drie de gevallen valt te kwalificeren als moord.

In deze zaak is vooral de vraag relevant of Thijs H. ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. Volgens zijn advocaat pleegde hij de moorden namelijk onder invloed van een psychose. Thijs H. zou codes moeten hebben ontcijferd en uiteindelijk opdrachten moeten hebben vervullen, ter voorkoming van ernstige consequenties voor zijn familie. De deskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC) hebben mede op basis van de ten tijde van het onderzoek in het PBC beschikbare informatie, geadviseerd de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Volgens het onderzoek van het PBC leed Thijs H. ten tijde van de ten laste gelegde feiten aan wanen en was sprake van een ernstige psychotische ontregeling, met een lange aanloop en meerdere ernstige decompensaties in het beloop. Dit gedecompenseerd psychotisch toestandsbeeld kenmerkte zich door realiteitstoetsingsproblematiek in de vorm van een waansysteem, leidend tot paranoïde angsten en daarnaast verhoogde associativiteit en hallucinaties.

Gelet op de bevindingen van de deskundigen, heeft de rechtbank geen reden om anders te denken over de conclusie van de deskundigen dat er bij Thijs H. sprake was van een ernstige psychotische ontregeling. De rechtbank kan zich echter, evenals het Openbaar Ministerie, niet vinden in de stelligheid waarmee vervolgens het advies wordt onderbouwd om de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te achten. Samengevat overweegt de rechtbank in dit verband dat Thijs H. voorafgaand aan de door hem gepleegde moorden, veel informatie over psychopathie en sociopathie op internet heeft opgezocht. Niet alleen over het diagnosticeren ervan, maar ook over de combinatie met het gebruik van verdovende middelen. Zelfs ruim voor de ten laste gelegde feiten én voordat hij op doktersvoorschrift dexamfetamine begint te slikken, zoekt hij al naar informatie over de gevaren van misbruik van dexamfetamine en het verband tussen dexamfetamine en agressief gedrag. Hij was zich daar dus kennelijk al bewust van. Ook heeft hij verdovende middelen en niet-voorgeschreven medicijnen gebruikt en hield hij zich niet aan behandeladviezen die hij kreeg, waardoor zijn eigen handelen een bijdrage heeft geleverd aan het toenemen van de ernst van zijn psychisch toestandsbeeld. Tevens blijkt uit het testonderzoek dat hij symptomen heeft aangedikt in het kader van een bepaalde hulpvraag, het aanwezige gevaar voor inkleuring van zijn belevingen door informatie over psychoses die hij zelf heeft opgezocht of van anderen heeft gekregen en het niet doorleefd lijken van zijn emoties bij wat hij presenteert als zijn verhaal, en daarbij de grote wens om volledig ontoerekeningsvatbaar te worden verklaard. Dit doet de rechtbank twijfelen of de wanen wel bestonden in de mate waarin Thijs H. hierover heeft verklaard. Ten slotte is relevant de bij Thijs H. reeds lang levende neiging om een façade op te houden, om niet open te zijn over hetgeen er in hem omgaat, om te dissimuleren, om mooi weer te spelen.

Al deze omstandigheden maken dat de rechtbank het advies om de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te achten, niet volgt. De rechtbank oordeelt Thijs H. gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar. Hierdoor kan de rechtbank niet alleen TBS, maar ook gevangenisstraf opleggen.