ECLI:NL:RBGEL:2022:4819 (ambulancebestuurder veroorzaakt ongeluk)

Rechtbank Gelderland 16 augustus 2022, Bestuurder van een ambulance veroorzaakt ongeluk op weg naar een spoedmelding
(ECLI:NL:RBGEL:2022:4819)

Essentie

De bestuurder van een ambulance heeft tijdens een ritje naar een spoedgeval een ongeluk veroorzaakt. Hij reed met zwaailichten en sirenes met een snelheid van 113 km per uur over een kruispunt door rood. Daarbij heeft hij een botsing veroorzaakt met een ander voertuig dat de kruising overstak.

Rechtsregel

De bestuurder van de ambulancewagen heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Hij heeft aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijgedrag vertoond en heeft daarmee artikel 6 WVW 1994 overtreden. Daarbij heeft hij, door met een dergelijke hoge snelheid een kruispunt over te steken, ook de Brancherichtlijn overtreden.

Inhoud

Volgens de Brancherichtlijn had de bestuurder een dergelijk kruispunt namelijk met een aangepaste snelheid moeten benaderen. Het rode stoplicht had de bestuurder maximaal met 20 km/u mogen negeren. Hij had er daarbij vanuit moeten gaan dat andere weggebruikers hem niet hadden zien aankomen of horen naderen. Daarom had hij zo nodig moeten kunnen stoppen.

Het slachtoffer heeft als gevolg van het ongeluk een aantal grote verwondingen en heeft daardoor in het ziekenhuis gelegen. Na een maand kon hij nog steeds niet werken.

De verdachte verklaart dat hij het rode verkeerslicht niet heeft gezien en dat hij vooral geconcentreerd was op zijn eigen verkeersveiligheid.

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van artikel 6 WVW 1994. Er moet dan sprake zijn van (meer dan) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onachtzaamheid dan wel onoplettendheid van verdachte. De rechtbank beoordeelt dit door te kijken naar de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst van de verkeersovertreding en alle overige omstandigheden.

Verdachte heeft verklaard dat hij enkel oog had voor zijn eigen verkeersveiligheid. Hij heeft daarbij geen rekening gehouden met overige weggebruikers. De rechtbank overweegt dat van verdachte, als bestuurder van een voorrangsvoertuig, verwacht mag worden dat hij oplettend verkeersgedrag vertoont. Ook heeft verdachte de Brancheregeling overtreden. Al deze gedragingen tezamen maken dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van artikel 6 WVW 1994. De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de wet en er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Verder zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

Conclusie

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij door onvoorzichtig rijgedrag zelf een ongeluk heft veroorzaakt, terwijl hij onderweg was naar een spoedmelding. De verdachte heeft na het ongeluk direct eerste hulp verricht aan het slachtoffer en hij is zich heel erg bewust van de ernstige gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Daarbij heeft de rechtbank gekeken naar de impact van het ongeluk voor de verdachte zelf. Hij heeft direct na het ongeluk cursussen rijvaardigheid gevolgd en is voorzichtiger gaan rijden. Verdachte heeft daarnaast een blanco strafblad en is sterk afhankelijk van zijn rijbewijs. Dit alles bij elkaar heeft de rechtbank in achting genomen bij de bepaling van de straf. Er wordt een voorwaardelijke taakstraf van 90 uur opgelegd met een proeftijd van twee jaar en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden, eveneens met een proeftijd van twee jaar.