ECLI:NL:RBGEL:2021:3363 (Ontslag filiaalmanager Lidl gegrond)

Rechtbank Gelderland, 29 juni 2021, Ontslag filiaalmanager Lidl gegrond
(ECLI:NL:RBGEL:2021:3363)

Essentie

Lidl mag een supermarktmanager ontslaan nadat er een groot geldbedrag is verdwenen. Het gaat om een geldbedrag van 63.100 euro.

Rechtsregel

Op grond van art. 7:677 lid 1 BW is voor een geldig ontslag op staande voet vereist dat de mededeling onverwijld aan de werknemer wordt medegedeeld, zodat de werknemer weet wat hem verweten wordt en waartegen hij zich dient te verweren. De mededeling hoeft niet gelijktijdig met het ontslag gegeven te worden. Ondanks dat de ontslagbrief duidelijker had kunnen zijn, heeft hij een gesprek gehad waaruit blijkt dat duidelijk was wat hem werd verweten, namelijk het niet naleven van de procedures rondom het afstorten van kassagelden en het laten verdwijnen van een groot geldbedrag.

Inhoud

De medewerker was als filiaalmanager verantwoordelijk voor de afhandeling van contante kasstromen. Wat betreft het contante kassageld hanteert Lidl het uitgangspunt dat het contante kasgeld dagelijks in een sealbag wordt gedaan. Eenmaal per week, in het filiaal waar de manager werkte, komt een geldloper van Brinks de kluis legen. Bij dat legen is altijd een kluisverantwoordelijke (kaderlid of filiaalmanager) aanwezig. Er zijn negen sealbags verdwenen. Lidl heeft met het overleggen van werkroosters en koppelingen van toegangs-/inlogcodes van werknemers inzichtelijk gemaakt dat alleen de manager voor het verdwijnen van deze sealbags verantwoordelijk kan zijn.

Anders dan door de manager is aangevoerd is het door Lidl gegeven ontslag op staande voet wel gegrond. Weliswaar was Lidl op de hoogte van nog niet vrijgegeven sealbags, maar toen was er nog geen enkele reden om bezorgd te zijn. Eerst werd uit een bericht duidelijk dat negen sealbags met een waarde van 63.100 euro zijn verdwenen en daar nader onderzoek naar gedaan moest worden. Een vervolggesprek met de manager heeft plaatsgevonden waarbij hij op staande voet is ontslagen.

Vaststaat dat de manager van eind december 2020 tot eind februari 2021 op dinsdagen geen sealbags aanmaakte waardoor de omzet van dinsdag niet traceerbaar was. Als die contante omzet al in de sealbags van de woensdag er op is meegenomen, is er een vertraging in de registratie van telkens meer dan een week opgetreden. Door deze handelwijze heeft de manager in strijd met de regels van Lidl gehandeld, wat hem als filiaalmanager zwaar wordt aangerekend. Dat werkdruk daar de oorzaak van is, is onbegrijpelijk omdat de manager ter zitting verklaarde dat de omzet van dinsdag niet zo groot was, dus kennelijk was het in de winkel niet een hele drukke dag. Maar zelfs al was dat zo, dan is dat geen redelijke verklaring of rechtvaardiging voor zijn handelwijze.

Het verweer van de manager dat mogelijk anderen zijn codes hebben gebruikt door over zijn schouder mee te kijken bij het inloggen, hij van kantoor is vertrokken en een andere collega op zijn code heeft gewerkt, of een printje van de code op kantoor is blijven liggen, wordt niet aannemelijk geacht, gelet op de sluitende bewijslevering van Lidl, en door de rechter verworpen. Lidl wordt in het gelijk gesteld.