ECLI:NL:RBGEL:2016:4801 (Vader controleert studiegedrag zoon met verborgen camera)

Rechtbank Gelderland, 29 augustus 2016, Vader controleert studiegedrag zoon met verborgen camera
(ECLI:NL:RBGEL:2016:4801)

Essentie
In deze zaak heeft de Gelderse rechtbank een 55-jarige man veroordeeld omdat hij een verborgen camera heeft opgehangen in de kamer van zijn zoon. De veroordeelde en zijn toenmalige vrouw maakten zich zorgen over de studieresultaten van hun zoon en besloten een camera op te hangen waarmee live kon worden meegekeken. De rechtbank was hier niet over te spreken.

Rechtsregel
De tenlastelegging betreft art. 139f Sr. Dit artikel verbiedt het opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van afbeeldingen middels heimelijk toezicht. De rechtbank vindt dat met een taalkundige redenering van de delictsomschrijving – “een afbeelding vervaardigt” – het live meekijken niet onder de strafbaarstelling valt. Omdat het betreffende artikel is opgenomen in de titel ‘misdrijven tegen de openbare orde’, heeft de rechtbank besloten om de parlementaire geschiedenis te bestuderen. Hieruit blijkt dat onder het vervaardigen van een afbeelding mede moet worden verstaan het waarnemen van een persoon met een technisch hulpmiddel, waarbij een afbeelding op bijvoorbeeld een beeldscherm tot stand komt, zonder dat deze afbeelding wordt vastgelegd/opgenomen. De rechtbank concludeert op basis hiervan dat in geval van cameratoezicht waarbij alleen live op een monitor naar beelden wordt gekeken, onder art. 139f Sr dient te vallen.

Nu dit standpunt helder is, is de vraag aan de orde of het vervaardigen van de beelden wederrechtelijk is. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wederrechtelijkheid in dergelijke gevallen kan ontbreken als er sprake is van een zwaarwegend belang dat de schending van de privacy rechtvaardigt. Bij de beoordeling hiervan moet worden gekeken naar mogelijkheden om de informatie op andere manieren te vergaren en de mate waarin met het gebruik van de heimelijk geplaatste camera inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. Omdat de verdachte de verborgen camera op zodanige wijze heeft geplaatst dat het bed van de zoon te zien was en de zoon op dat moment een vriendin had met wie hij aldaar sliep, is de gedraging als wederrechtelijk aan te merken.

Inhoud vonnis
De volgende feiten zijn vastgesteld en staan niet meer ter discussie: In de periode van 1 december 2013 tot en met 1 september 2015 heeft verdachte in zijn woning te Westervoort in een slaapkamer die in gebruik was bij zijn stiefzoon een camera aanwezig gehad die was verborgen in een lamparmatuur. Met deze camera is gefilmd, en de gefilmde beelden zijn op een computerscherm bekeken.

De verdediging stelt dat de verdachte moet worden vrijgesproken omdat hij niet wederrechtelijk heeft gehandeld. Er was immers toestemming van de moeder van het kind en “uit oogpunt van hun opvoedingstaak” zou zijn besloten om een camera te plaatsen. Alleen moeder en verdachte zouden de beelden hebben gezien. De rechtbank acht de toestemming irrelevant, aangezien uit de wetshistorie reeds is gebleken dat er wel degelijk sprake is van wederrechtelijkheid. Ook maakt de verdediging een vergelijking met een babyfoon, wat niet zou verschillen met een verborgen camera.

Hiervan zegt de rechtbank dat de vergelijking nergens op slaat, omdat de zoon geen baby is. Een babyfoon wordt tevens geplaatst in het kader van de veiligheid en niet om te bespieden. De verdachte heeft overigens bekend dat hij ook aan het gezicht en het kapsel van zijn zoon kon zien of hij zat te studeren of de hele dag in bed had gelegen. Ook de rechtbank vindt dat er andere manieren zijn om het studiegedrag van een zoon of dochter in de gaten te houden.

Verdachte is strafbaar aan het “gebruik maken van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen”. De rechtbank legt een werkstraf op van 80 uur geheel onvoorwaardelijk.