ECLI:NL:RBDHA:2022:642 (‘Rituals-merken’ vs. ‘RITUAL-tekens’)

Rechtbank Den Haag, 2 februari 2022, Rituals-merken vs. RITUAL-tekens
(ECLI:NL:RBDHA:2022:642)

Essentie

In deze zaak staan de bekende winkels Rituals en The Body Shop tegenover elkaar. Zowel Rituals als The Body Shop zijn producenten en (wereldwijd) aanbieders van verschillende verzorgingsproducten en andere gerelateerde producten. De rechtbank oordeelt dat The Body Shop door het gebruik van de RITUAL-tekens inbreuk maakt op de merkrechten van Rituals in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef sub b UMVo en artikel 2.20 lid 2 aanhef sub b BVIE.

Rechtsregel

Er is sprake van merkinbreuk als het betrokken teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en wordt gebruikt met betrekking tot waren of diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren of diensten (directe of indirecte) verwarring kan ontstaan.  De vraag of sprake is van verwarringsgevaar dient globaal te worden beoordeeld volgens de indruk die het merk en het teken bij de gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten achterlaten, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, met name (de onderlinge samenhang tussen) de overeenstemming van het merk en het teken en de soortgelijkheid van de betrokken waren of diensten. De globale beoordeling van het verwarringsgevaar dient, wat de visuele, de auditieve en de begripsmatige vergelijking tussen het merk en teken betreft, te berusten op de totaalindruk die het merk en het teken wekken bij het relevante publiek, dat bestaat uit de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende en omzichtige gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten, waarbij in het bijzonder rekening dient te worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Voorts dient rekening te worden gehouden met het onderscheidend vermogen van het merk. Er moet sprake zijn van reëel verwarringsgevaar bij de hiervoor omschreven consument van de betrokken waren of diensten. Cumulatieve voorwaarden zijn een zekere mate van overeenstemming en een zekere mate van (soort)gelijkheid.

Inhoud vonnis

De feiten
In deze zaak staan de bekende winkels Rituals en The Body Shop tegenover elkaar. Zowel Rituals als The Body Shop zijn producenten en (wereldwijd) aanbieders van verschillende verzorgingsproducten en andere gerelateerde producten.

Rituals houdt verschillende Rituals-merken.  Het voornoemde bestaat uit de Benelux (woord)merken ”RITUALS” en Internationale Registratie ”RITUALS”.

The Body Shop lanceerde in 2015 een nieuwe huidverzorgingslijn genaamd ”SPA OF THE WORLD” (hierna: SOTW). Vanwege het bestaan van oudere Benelux-merkrechten van een derde op het merk ”SPA”, wordt deze lijn in de Benelux op de markt gebracht onder de (merk)naam ”SECRETS OF THE WORLD”. De producten uit deze collectie zijn onder te verdelen in vier categorieën:

  1. ”RELAXING RITUAL”;
  2. ”REVITALISING RITUAL”;
  3. ”BLISSFUL RITUAL”; en
  4. ”FIRMING RITUAL”

(hierna tezamen: de RITUAL-tekens).

De categorieën betreffen verschillende soorten producten, zoals: een bodywash, scrub, crème en (massage)olie. Ieder product heeft een eigen beschrijvende productnaam zoals JAPANESE CAMELLIA CREAM, MEDITERRANEAN SEA SALT SCRUB of BALKAN JUNIPER BODY WASH. Op het etiket aan de voorkant van de productverpakking zijn de productnamen te vinden. Op de productverpakking staan verder verschillende (geregistreerde) merken van The Body Shop (waaronder het merk SPA/SECRETS OF THE WORLD). Op de achterkant van de verpakkingen staat, met uitzondering van een enkel product, de productnaam in hoofdletters vermeld, en daarboven – in kleinere hoofdletters – het toepasselijke RITUAL-teken.

De rechtspersoon The Body Shop is ook houdster van de intellectuele eigendomsrechten van The Body Shop (waaronder zo’n 125 merken en auteursrechten) en zij is ook verantwoordelijk voor de fysieke verkoop van SOTW-producten in het Verenigd Koninkrijk. In de Benelux worden de SOTW-producten (fysiek) verkocht door TBS Benelux (in Nederland), The Body Shop (in Frankrijk), SARL (in België en Luxemburg), beide dochterondernemingen van TBS International, en door lokale franchisenemers. In de rest van de Europese Unie (hierna: Unie) worden de producten met naam verkocht door (andere) lokale dochterondernemingen van TBS International. Online verkopen worden beheerd door TBS International.

TBS International produceert en distribueert de SOTW-producten bestemd voor de Unie in het Verenigd Koninkrijk, en sinds kort ook in het centrum in Duitsland. Bij de presentatie van de SOTW-producten in de winkels van The Body Shop wordt gebruikgemaakt van zogenaamde displays. The Body Shop heeft vanaf het derde kwartaal van 2015 (mede) op de Unie gerichte, uitingen gedaan over de SOTW-producten in catalogi, in de webwinkel en via verschillende sociale mediakanalen.

Het geschil
Rituals vindt dat TBS Benelux inbreuk maakt op de Rituals-merken door de RITUAL-tekens te gebruiken. Op 14 januari 2020 en op 5 maart 2020 heeft Rituals TBS International gesommeerd inbreuk op de Rituals-merken door het gebruik van de RITUAL-tekens te staken. TBS International heeft hierop gereageerd dat het zuiver beschrijvende gebruik van het woord ‘ritual’ geen inbreuk op de Rituals-merken oplevert.

Rituals vordert TBS International te bevelen het gebruik van de RITUAL-tekens te staken, een dwangsom te betalen, schadevergoeding te betalen en de proceskosten te betalen.

Oordeel van de rechtbank
Er is sprake van merkinbreuk als het betrokken teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en wordt gebruikt met betrekking tot waren of diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren of diensten (directe of indirecte) verwarring kan ontstaan.  De vraag of sprake is van verwarringsgevaar dient globaal te worden beoordeeld volgens de indruk die het merk en het teken bij de gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten achterlaten, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, met name (de onderlinge samenhang tussen) de overeenstemming van het merk en het teken en de soortgelijkheid van de betrokken waren of diensten. De globale beoordeling van het verwarringsgevaar dient, wat de visuele, de auditieve en de begripsmatige vergelijking tussen het merk en teken betreft, te berusten op de totaalindruk die het merk en het teken wekken bij het relevante publiek, dat bestaat uit de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende en omzichtige gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten, waarbij in het bijzonder rekening dient te worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Voorts dient rekening te worden gehouden met het onderscheidend vermogen van het merk. Er moet sprake zijn van reëel verwarringsgevaar bij de hiervoor omschreven consument van de betrokken waren of diensten. Cumulatieve voorwaarden zijn een zekere mate van overeenstemming en een zekere mate van (soort)gelijkheid. Zie het arrest van het Hof van Justitie van 4 maart 2020, C 328/18 P, ECLI:EU:C:2020:156 (EUIPO / Equivalenza Manufactory) en de daarin genoemde rechtspraak.

De eerste vraag in kwestie heeft betrekking op de toerekening van het verweten gebruik van de RITUAL-tekens. De verweten gedraging zijn onderdeel van een gezamenlijke activiteit van TBS International en haar lokale dochterondernemingen, waaronder TBS Benelux. Dat betekent dus dat TBS International het ook in haar macht heeft om de verweten gedragingen in de Unie te beletten. Dat de lokale dochterondernemingen zelfstandige rechtspersonen zijn die in de betreffende regio’s de transacties met de klanten aangaan, staat daaraan niet in de weg. Zie in dezelfde zin het arrest van het gerechtshof Den Haag van 22 maart 2016 (G-star / H&M), ECLI:NL:GHDHA:2016:669. De verweten gedragingen die hebben plaatsgevonden in de Unie kunnen dus eveneens aan TBS International worden toegerekend en zijn daarom tevens relevant voor de beoordeling van het gestelde inbreukmakend handelen door The Body Shop.

De tweede vraag in kwestie is of de RITUAL-tekens worden gebruikt ter onderscheiding van waren of diensten (dus als merken). Voor de beoordeling hiervan dient gekeken de worden naar de opvatting van het in aanmerking komende publiek; de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van de betrokken waren, in casu, gelet op de onderhavige waren, de gewone, consument. Het gebruik van een teken is zuiver beschrijvend van aard als het uitgesloten is dat het relevante publiek het teken (mede) opvat als aanduiding van de herkomst uit een bepaalde onderneming (HvJ 14 mei 2002, C-2/00 (Hölterhoff), ECLI:EU:C:2002:287, r.o. 17; gerechtshof Den Haag 5 juni 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0979, r.o. 24).

The Body Shop gebruikt de RITUAL-tekens prominent op banners en in reclame-uitingen ter aanduiding van de vier categorieën SOTW-producten. Daarbij zijn de RITUALS-tekens in hoofdletters weergegeven op een wijze waarop The Body Shop ook door haar (wel) ingeschreven merken gebruikt. Geenszins valt dan ook uit te sluiten dat die uitingen bij de reeds genoemde gewone consument de indruk wekken dat het gaat om een herkomstaanduiding. Er is niet uitsluitend sprake van ‘beschrijvend’ gebruik om aan te duiden dat het om ‘een ritueel’ zou gaan. Daarnaast geeft het ook geen kenmerk of eigenschap van de cosmetische producten aan. Het gebruik van hoofdletters en van de Engelse taal duidt ook op herkomstaanduiding.

Ten derde dient te worden gekeken of er overeenstemming is tussen de Rituals-merken en RITUAL-tekens. De RITUAL-tekens vormen een combinatie van het zelfstandig naamwoord ‘Ritual’ met de wisselende bijvoeglijke naamwoorden “revitalising”, “relaxing”, “blissful” en “firming” (of woorden van gelijke strekking in een andere taal). Het in de RITUAL-tekens gebruikte woordelement “ritual” is in visueel, auditief en begripsmatig opzicht vrijwel identiek aan het woord “rituals” zoals beschermd door de Rituals-merken. De bijvoeglijke naamwoorden zijn dienend en daarmee in ieder geval begripsmatig ondergeschikt aan het zelfstandig naamwoord “ritual” omdat zij daarnaar verwijzen en daarvan een eigenschap of effect beschrijven. Bovendien is “ritual” het enige woordelement dat in alle vier de tekens terugkeert. Wanneer de gemiddelde consument in één oogopslag met het bestaan van de verschillende categorieën SOTW-producten wordt geconfronteerd, zoals in de winkel of op de website het geval is, zal daarom het woordelement “ritual”, door de herhaling, bij hem het meest in het oog springen. Daarnaast wordt het zelfstandig onderscheidend en dominante karakter van het woordelement “ritual” in sommige uitingen nog visueel versterkt doordat het een van de bijvoeglijke naamwoorden afwijkende kleur of grootte heeft. Omdat juist het woordelement ‘ritual’ een zelfstandig onderscheidende en dominerende plaats inneemt binnen de RITUAL-tekens, brengt het feit dat dat element van de tekens vrijwel identiek is aan de Rituals-merken, mee dat de tekens als geheel een grote mate van overeenstemming vertonen.

Ten slotte dient beoordeeld te worden of sprake is van verwarringsgevaar. Voor onderscheidend vermogen is beslissend of de merken geschikt zijn om de waren of diensten waarvoor ze zijn ingeschreven, als afkomstig van Rituals te identificeren, en dus om deze waren of diensten van die van andere ondernemingen te onderscheiden. Dat is het geval. De mate van onderscheidenheid van de merken, de grote overeenstemming tussen merken en tekens en de onbetwiste stelling van Rituals dat de Rituals-merken en de RITUAL-tekens worden gebruikt voor identieke waar, rechtvaardigen reeds de conclusie dat de mogelijkheid bestaat dat verwarring kan optreden omtrent de herkomst van de SOTW-producten van The Body Shop. De relevante consument kan denken dat er een verband bestaat tussen die producten en Rituals. Bijkomende omstandigheden die het gevaar voor verwarring versterken zijn onder andere dat Rituals en The Body Shop in vrijwel hetzelfde marktsegment opereren, dat de producten van partijen uitwisselbaar zijn en dat de wijze van promotie en marketing sterk vergelijkbaar is.

Bij de beoordeling van verwarringsgevaar dient rekening te worden gehouden met de specifieke context waarin het teken moet worden gebruikt. Naar het oordeel van de rechtbank omvat het begrip verwarringsgevaar ook indirect verwarringsgevaar. Het gevaar bestaat dat de consument de producten met een RITUAL-teken zal associëren met Rituals en zal kunnen denken dat The Body Shop economisch verbonden is met Rituals, althans dat er van een commerciële band en/of enige vorm van samenwerking met Rituals sprake is.

De rechtbank concludeert dat The Body Shop door het gebruik van de RITUAL-tekens inbreuk maakt op de merkrechten van Rituals in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef sub b UMVo en artikel 2.20 lid 2 aanhef sub b BVIE.