ECLI:NL:RBDHA:2020:3013 (Lockdown coronavirus)

Rechtbank Den Haag, 3 april 2020, Lockdown coronavirus
(ECLI:NL:RBDHA:2020:3013)

Essentie

Kort geding tussen eisers en de Staat over coronamaatregelen. Eisers willen een lockdown.

Rechtsregel

De rechter beoordeelt of de Staat onrechtmatig handelt met het gekozen beleid. Eisers vorderen een volledige lockdown.

Inhoud

Voor de beoordeling van de vorderingen geldt dat Nederland in een acute crisissituatie beland is als gevolg van het coronavirus. De Staat heeft in crisissituaties als deze vrijheid bij het nemen van maatregelen door middel van de inzet van bestuurlijke en juridische middelen. De besluiten die de regering neemt, zijn continu onderwerp van politiek debat. Afwegingen op dit gebied horen tot het domein van de uitvoerende macht. Dit brengt met zich mee dat de rechter zich zeer terughoudend moet opstellen bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het handelen van de Staat. Er is geen plaats voor een eigen afweging door de burgerlijke rechter. Zo heeft de rechter niet de taak om belangen te wegen of waarde toe te kennen aan wetenschappelijke adviezen. Alleen als het duidelijk is dat de Staat onjuiste keuzes maakt en de Staat niet in redelijkheid voor het gevoerde beleid heeft kunnen kiezen, is plaats voor rechterlijk ingrijpen.

Met de eerste vordering verlangen eisers ongedaanmaking van het besluit van de Staat om te kiezen voor het scenario “maximale controle” en alle daarop gerichte maatregelen, in het bijzonder die maatregelen die zijn gericht op groepsimmuniteit. Volgens eisers is het gekozen beleid om die reden ondeugdelijk. Het doel van het gekozen scenario is om het virus maximaal te controleren, waardoor het verloop van de epidemie wordt vertraagd en voorkomen wordt dat het zorgsysteem overbelast raakt. Als dat doel wordt bereikt, is gewaarborgd dat er steeds voldoende capaciteit is om patiënten waar nodig te behandelen. Daarbij komt dat eisers stellen op te komen voor het gezondheidsbelang van Nederlanders en hun eigen gezondheidsbelangen in het bijzonder. Niet valt in te zien dat die belangen worden gediend met het terugdraaien van alle maatregelen die tot op heden zijn genomen met het oog op de bestrijding van het coronavirus.

Eisers hebben met de tweede vordering een ‘volledige lockdown’ voor ogen, maar zien eraan voorbij dat geen scherp onderscheid is te maken tussen de genomen maatregelen voor maximale controle en de maatregelen die horen bij een lockdown. De bij verschillende scenario’s horende maatregelen lopen in elkaar over. Onmiskenbaar is dat de genomen maatregelen al kenmerken vertonen van een lockdown. In aanvullende maatregelen wordt onder meer opgeroepen om zoveel mogelijk thuis te blijven, zijn alle bijeenkomsten verboden en mogen bepaalde beroepen niet meer worden uitgeoefend. Daarbij blijven verstrekkende maatregelen die al golden van kracht, zoals de sluiting van horecagelegenheden en scholen. Deze maatregelen hebben een vergrendeling van een groot deel van het openbare leven tot gevolg.

Eisers vorderen tot slot een verandering van de mededeling op de website van het RIVM “kinderen vormen ook geen grote besmettingshaard voor de ziekte”. Eisers hebben niet onderbouwd dat en op welke manier hun belangen worden geschaad door deze mededeling. Daarnaast hebben zij niet beschreven op welke manier de mededeling zou moeten worden veranderd. Eisers hebben op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat sprake is van een onjuiste publicatie. Eisers stellen dat nader onderzoek moet worden gedaan naar de kansen van besmetting via kinderen, maar daarmee staat de onjuistheid van de mededeling niet vast. De mededeling is een deskundigenoordeel op grond van huidige kennis. Die kennis is dat kinderen bijna nooit klachten krijgen van het coronavirus en om die reden geen speciale risicogroep zijn. Dat eisers het daarmee oneens zijn, vormt geen reden voor een gebod tot rectificatie, verwijdering of een andere verandering. Eisers worden door de voorzieningenrechter in het ongelijk gesteld.