ECLI:NL:RBAMS:2022:687 (Is een Instagram-account een voorwerp?)

Hoge Raad, 24 mei 2022, Is een Instagram-account een voorwerp?
(ECLI:NL:HR:2022:687)

Essentie

Is een Instagram-account een voorwerp? Deze vraag is van belang, omdat indien deze bevestigend beantwoord kan worden, een beslaglegging van een dergelijk account mogelijk is. In onderstaande zaak staat deze vraag centraal.

Rechtsregel

Een Instagram-account kan niet aangemerkt worden als een “voorwerp” in de zin van art. 94 Sv. Er is immers geen sprake van een zaak of een vermogensrecht in de zin van art. 33a lid 4 Sr jo art. 3:1 BW. Derhalve kan geen beslag worden gelegd op een Instagram-account en komt deze ook niet voor verbeurdverklaring in aanmerking.

Inhoud

Onderstaande zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 8 februari 2021. De rechtbank heeft in de eerdere zaak besloten dat Instagram-accounts niet kunnen worden aangemerkt als – voor verbeurdverklaring vatbare – voorwerpen in de zin van art. 94 lid 2 Sv.

De feiten zijn als volgt. Op klager rust de verdenking dat hij samen met zijn partner valse merkgoederen (zoals kleding en tassen) via een aantal Instagram-accounts heeft verkocht. In verband hiermee wordt klager ook verdacht van witwassen en het achterhouden van inkomsten voor de uitkeringsinstantie. Voorgaande verdenking heeft klager ook bekend.

Het beroep in cassatie is ingesteld door het Openbaar ministerie. Het Openbaar Ministerie oordeelt dat het oordeel van de rechtbank van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. Volgens de officier van justitie (OvJ) kunnen Instagram-accounts immers worden aangemerkt als een “voorwerp” als bedoeld in art. 94 Sv. Ter onderbouwing stelt de OvJ dat Instagram-accounts een waarde vertegenwoordigen en dat deze daarom als een voorwerp beschouwd kunnen worden. Tevens stelt de OvJ dat het beslag op de Instagram-accounts rechtmatig is, nu daarmee beslag is gelegd op het vermogen van de klager. Derhalve kunnen Instagram-accounts aangemerkt worden als een voorwerp en kunnen deze in het geval van een strafbaar feit verbeurd worden verklaard.

Klager stelt dat er geen sprake is van een voorwerp als bedoeld in art. 94 Sv. Dientengevolge is het ook niet mogelijk om beslag te leggen op Instagram-accounts.

De Hoge Raad wijst op de totstandkomingsgeschiedenis van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering. Op grond van de wetsgeschiedenis en art. 33a lid 4 Sr volgt dat slechts zaken en vermogensrechten in de zin van art. 3:1 BW voor verbeurdverklaring vatbare “voorwerpen” kunnen worden aangemerkt. Ingevolge art. 3:2 BW kunnen als zaken worden aangemerkt voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Op grond van art. 3:6 BW zijn vermogensrechten rechten die hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtsopvatting van de rechtbank, dat een Instagram-account noch als een zaak noch als een vermogensrecht kan worden aangemerkt, niet onjuist is. Er kan dus niet gesproken worden van een “voorwerp” in de zin van art. 94 Sv. De Hoge Raad stelt nog dat virtuele objecten die waarde vertegenwoordigen en overdraagbaar zijn onder omstandigheden wel als een dergelijk “voorwerp” aangemerkt kunnen worden. Het aanmaken van een persoonsgebonden Instagram-account die de mogelijkheid geeft aan de gebruiker om beelden of andere gegevens uit te wisselen, valt hier echter niet onder.

TIP! Komt je bachelor- of masterscriptie eraan en zie je daar nu al tegenop? Geen nood, onze online scriptiecursus is terug! In twee intensieve middagen krijg jij de theoretische én praktische handvatten aangereikt om van jouw scriptie een succes te maken. Bekijk alle informatie hier.