ECLI:NL:RBAMS:2022:2669 (KLM niet aansprakelijk voor letselschade purser)

Rechtbank Amsterdam, 16 mei 2022, KLM niet aansprakelijk voor letselschade purser, ECLI:NL:RBAMS:2022:2669

Essentie

De kantonrechter heeft geoordeeld dat KLM een purser die in een sportzaal in een crewhotel in Buenos Aires onder meer zijn enkelbanden en -pezen afscheurde niets hoeft te betalen nu het ongeval niet is gebeurd tijdens de uitoefening van de werkzaamheden van de purser. Voornoemde blijkt voornamelijk uit dat KLM-medewerkers de wachttijden zelf kunnen invullen.

Rechtsregel

De vraag die hier aan de orde is of bij het gebruikmaken van sportfaciliteiten van het crewhotel tijdens de wachttijd tussen vluchten, nog sprake is van activiteiten die binnen het bereik van artikel 7:658 BW vallen en of KLM nog een (bijzonder) verwijt kan worden gemaakt in de zin van artikel 7:611 BW.

Beide vragen kunnen ontkennend beantwoordt worden nu KLM geen zeggenschap heeft over de wijze waarop de medewerkers hun wachttijd invullen en KLM geen bevoegdheid heeft haar medewerkers hierin instructies of aanwijzingen te geven. Verder is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake is van een bijzonder risico waardoor KLM geen verwijt kan worden gemaakt op grond van haar zorgplicht.

Inhoud vonnis

Aansprakelijkheid op grond van artikel 7:685 BW

Allereerst dient er gekeken te worden naar de wachttijd. De wachttijd is enerzijds inherent aan de werkzaamheden die de purser voor KLM verrichte, nu uit veiligheidsoverwegingen het noodzakelijk wordt geacht dat het cabinepersoneel na een zeker aantal uren vliegtijd een bepaalde wachttijd in acht neemt. Daarbij zijn de werknemers afhankelijk van KLM. KLM kiest, boekt en stelt het crewhotel ter beschikking aan haar personeel om daar te verblijven. Onweersproken heeft de purser tijdens de zitting toegelicht dat KLM het gebruik van sportfaciliteiten tijdens de wachttijd actief stimuleert en vrijwel altijd een crewhotel met sportzaal kiest. Als er geen sportzaal in het crewhotel is, dan krijgt het personeel een aparte vergoeding om ter plaatse een sportfaciliteit te bezoeken.

Anderzijds kan de wachttijd niet volledig als werktijd worden aangemerkt. KLM-personeel kunnen deze tijd naar eigen inzicht invullen. Zij zijn niet verplicht om gebruik te maken van de (sport-)faciliteiten van het crewhotel. Ook heeft KLM geen zeggenschap over de wijze waarop de medewerkers hun wachttijd invullen; KLM heeft geen bevoegdheid de medewerkers hierin instructies of aanwijzingen te geven.

Dat KLM geen bevoegdheid heeft de medewerkers instructies of aanwijzingen te geven over hoe zij hun wachttijd invullen is voor de kantonrechter doorslaggevend. De zorgplicht van de werkgever hangt nauw samen met de zeggenschap van de werkgever over de werkplek en zijn bevoegdheid de werknemer aanwijzingen te geven ter zake van de (wijze van) uitoefening van diens werkzaamheden. Op grond van artikel 7:658 BW berust de aansprakelijkheid van de werkgever op de zeggenschap van de werkgever over de werknemer en diens bevoegdheid de werknemer aanwijzingen te geven. Tussen de uitoefening van de werkzaamheden en het gebruikmaken van de sportzaal van het crewhotel bestaat een onvoldoende nauwe band. De purser werd niet verplicht tijdens de wachttijd van sportfaciliteiten gebruik te maken. Het enkele feit dat KLM het gebruik van de sportzaal actief stimuleerde, maakt dat niet anders.

Geconcludeerd kan worden dat KLM voor de gevolgen van het ongeval dat de purser in het crewhotel is overkomen, niet aansprakelijk is op de voet van art. 7:685 BW.

Aansprakelijkheid op grond van artikel 7:611 BW

In bijzondere gevallen kan artikel 7:611 BW meebrengen dat, bij ongevallen die niet door artikel 7:658 BW worden bestreken, van de werkgever gevergd kan worden zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering ten behoeve van de werknemer (vgl. HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR5215). Vaststaat dat KLM – los van de reikwijdte van deze in de rechtspraak aanvaarde verplichting tot verkeersongevallen – voor haar medewerkers een collectieve ongevallenverzekering heeft afgesloten, welke verzekering ongevallen als de onderhavige dekt en die door purser ook is aangesproken. Door de hoogte van het verzekerde bedrag is die verzekering adequaat te noemen. KLM treft in dat opzicht dan ook geen verwijt.

Of KLM nog op een andere wijze een verwijt treft, waardoor zij – de gesloten ongevallenverzekering meegewogen – de door de purser geleden schade dient te vergoeden, moet naar het oordeel van de kantonrechter ontkennend worden beantwoord. Het op verschillende plaatsen op de wereld verblijven in hotel kan zonder nadere motivering niet worden gezien als een bijzonder risico. Onvoldoende is gesteld en/of gebleken dat er in Argentinië of Zuid-Amerika een zodanige kans op stroomstoringen is dat dat moet worden gezien als een bijzonder risico. Het feit dat de purser tijdens een stroomstoring in de sportzaal van het crewhotel is gevallen, kan ondanks de ongelukkige afloop, in zijn algemeenheid niet worden gezien als een bijzonder risico op schade of een bij KLM bekend specifiek en ernstig gevaar.

Ook hier kan geconcludeerd worden dat KLM niet tekort is geschoten in haar verplichtingen op grond van goed werkgeverschap voortvloeiende uit art. 7:611 BW.