ECLI:NL:RBAMS:2021:4308 (interview met van Haga terecht van YouTube verwijderd)

Rb. Amsterdam, 18 augustus 2021, interview met van Haga terecht van YouTube verwijderd
(ECLI:NL:RBAMS:2021:4308)

Essentie

In maart 2021 hebben zowel van Haga als het internetkanaal Blckbx twee video’s online gezet. Een interview met van Haga door Blckbx, alsook een discussie die van Haga voerde met RIVM-directeur Jaap van Dissel tijdens een briefing van de Tweede Kamer. Beide video’s waren door YouTube van hun site afgehaald, met als reden het feit dat de video’s in strijd waren met het Covid-beleid van de website, hetgeen misinformatie omtrent het virus wilt tegengaan. Van Haga en Blckbx zijn vervolgens naar de rechter gestapt, waarbij de voorzieningsrecht heeft uitgesproken dat een van de omstreden video’s, de video van de briefing in de Tweede Kamer was door YouTube voor de uitspraak weer op internet gezet, terecht van de website verwijderd was, waarbij ook de video die opnieuw is geüpload terecht verwijderd had mogen worden.

Rechtsvraag

De vraag in deze zaak was in hoeverre het eigendomsrecht dat Google heeft over de website YouTube een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van de dagende partijen mag inperken. De rechter is tot het oordeel gekomen dat dit wel degelijk het geval is, mede door het feit dat het bedrijf inging op de oproep van overheden om te helpen met de strijd tegen misinformatie omtrent het virus, alsook het feit dat hun Corona-beleid duidelijk een aantal bepalingen betreft die de twee video’s hebben overschreden.

Inhoud

Dit jaar hebben het Tweede Kamerlid van Haga en het internetkanaal Blckbx twee video’s geüpload waarbij van Haga in een van de video’s een interview heeft dat wordt afgelegd door Blckbx en in de tweede een discussie voert met Jaap van Dissel tijdens de briefing van de Tweede Kamer omtrent het virus. Deze video’s waren beide verwijderd van het platform YouTube, waarna beide partijen het moederbedrijf Google hebben gedagvaard. Google stelt terecht te hebben gehandeld, gezien de overschreden bepalingen in hun Corona-beleid, waaronder de bepaling dat Corona niet vergeleken mag worden met een griep, alsook de bepaling dat kinderen niet besmet kunnen worden door het virus. De misinformatie werd ook al lange tijd tegengegaan door overheden, waarbij deze ook om hulp hebben gevraagd aan bedrijven zoals YouTube om ze hierbij te helpen, hetgeen deze ook heeft gedaan door de implementatie van het Corona-beleid binnen het platform. De rechter oordeelde dat het fundamentele eigendomsrecht van Google een inbreuk op het recht van vrijheid van meningsuiting rechtvaardigt door het feit dat het bedrijf de overheden te hulp is geschoten door de invoering van beleidsregels betreffende misinformatie omtrent het virus, alsook het feit dat de beleidsbepalingen expliciet zijn overtreden binnen de video’s.