ECLI:NL:RBAMS:2020:2734 (Opschorting betaling gedeelte salaris wegens coronacrisis)

Rechtbank Amsterdam 28 mei 2020, Opschorting betaling gedeelte salaris wegens coronacrisis
(ECLI:NL:RBAMS:2020:2734)

Essentie

Een Turkse broodjeszaak in Amsterdam-Centrum had als gevolg van de coronacrisis te weinig geld om alle salarissen uit te betalen. De werkgever koos er om die reden voor om een gedeelte van de salarisbetalingen op te schorten, zonder daarover eerst met zijn werknemer te overleggen.

De werknemer heeft een kort geding aangespannen en een loonvordering ingediend ter hoogte van 1744,59 euro netto, inclusief de wettelijke verhoging ad 25% en wettelijke rente. Daarnaast heeft eiser gevorderd dat een aantal vakantiedagen en overuren alsnog worden uitbetaald en dat zijn salarisspecificaties over de duur van de arbeidsovereenkomst worden afgegeven. Eiser heeft ter onderbouwing aangevoerd dat zijn werkgever – ondanks de aanmaning – niet zijn gehele salaris heeft betaald en dat hij nooit salarisspecificaties heeft ontvangen.

Gedaagde erkent de vordering van eiser met betrekking tot het achterstallig salaris, maar voert aan dat zij door de coronacrisis en de sluiting van haar bedrijf in acute betalingsproblemen is geraakt. De NOW-regeling keert maar 60% van de loonsom over januari 2020 uit. Zij had in januari 2020 per 1 maart 2020 al meerdere nieuwe medewerkers aangenomen in verband met de verwachte komst van toeristen. Omdat zij ook deze werknemers salaris moet betalen, terwijl zij daarvoor geen tegemoetkoming in de loonkosten van het UWV ontvangt, heeft zij alle werknemers 50% van hun salaris betaald. Dat leek gedaagde wel zo eerlijk, nu wegens gebrek aan financiële middelen niet aan alle medewerkers het volledige salaris kon worden uitbetaald.

Rechtsregel

Naar het oordeel van de rechtbank is het voldoende aannemelijk dat voor gedaagde, door de buitengewone omstandigheden waarin zij nu verkeert, een onvoorziene, bedrijfseconomische noodsituatie aanwezig is. Gedaagde heeft een zwaarwichtig belang dat in beginsel meebrengt dat van de medewerkers van gedaagde gevraagd kan worden om – in overleg – bepaalde arbeidsrechtelijke aanspraken op te schorten of zelfs helemaal prijs te geven. Echter, het eenzijdig en zonder nader overleg genomen besluit van gedaagde tot betaling van de helft van het salaris brengt voor eiser een te grote inkomensachteruitgang mee, waardoor hij in financiële problemen komt. Eiser is immers van zijn loon afhankelijk om in zijn levensonderhoud te voorzien. De wederzijdse belangen wegende kan van eiser naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet worden verlangd dat hij over meerdere maanden met 50% opschorting van zijn salaris instemt, ook omdat niet vaststaat wanneer gedaagde dan wel over voldoende middelen zou beschikken om de achterstand(en) in te lopen.

Inhoud arrest

Het vorenstaande brengt met zich mee dat gedaagde wordt veroordeeld tot het voldoen van het achterstallig salaris, zijnde 1744,59 euro netto. Gelet op de onvoorziene, bedrijfseconomische noodsituatie waarin gedaagde verkeert en de belangen van de collega’s van eiser meegewogen hebbende, zal de wettelijke verhoging worden gematigd tot nihil en de wettelijke rente worden afgewezen. Ten aanzien van de vakantiedagen en overuren overweegt de rechtbank dat deze onvoldoende zijn onderbouwd. Ten slotte dient gedaagde de salarisspecificaties en eindafrekening te verstrekken.