ECLI:NL:RBAMS:2019:8961 (Steekpartij Albert Cuypmarkt)

Rechtbank Amsterdam, 2 december 2019, steekpartij Albert Cuypmarkt
(ECLI:NL:RBAMS:2019:8961)

Essentie

Verdachte is schuldig bevonden aan twee keer poging tot doodslag van een vader en zijn zoon op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Tevens heeft hij de moeder met een mes bedreigd. Gezien hij in een psychose verkeerde wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging. Wel wordt tbs opgelegd.

Rechtsregel

De rechter heeft verdachte schuldig geacht aan twee keer poging tot doodslag (art. 45 jo. art. 287 Sr) en daarnaast bedreiging (art. 285 Sr). Uit psychologisch en psychiatrisch onderzoek blijkt dat verdachte tijdens het plegen van deze feiten in een psychose verkeerde. Dit brengt met zich mee dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank overweegt wel dat aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van de Tbs-maatregel is voldaan en daarom wordt Tbs met voorwaarden opgelegd.

Inhoud

Verdachte heeft op een druk bezochte markt vanuit het niets met een mes op de slachtoffers ingestoken, waarbij hij slachtoffers ernstig heeft verwond. Met zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en gevoelens van onveiligheid en onrust veroorzaakt. Dit laatste niet alleen ten aanzien van de slachtoffers, maar ook ten aanzien van de dochter en zus van de slachtoffers en daarnaast de omstanders die op de markt aanwezig waren.

De psychiater heeft verklaard dat zonder behandeling de psychotische episodes terug zullen komen en de kans op herhaling hoog is. Verdachte zal altijd kwetsbaar blijven. Echter is volgens de psychiater reeds verbetering te zien, zonder dat verdachte veel behandeling heeft ondergaan. Ze heeft te kennen gegeven dat zij niet denkt dat Tbs nog iets anders kan bevatten, dan dat er met plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis al is. De Tbs-maatregel betreft vaak een lang traject, wat volgens haar niet noodzakelijk is om de kans op herhaling te verkleinen. Gelet op de duur van de Tbs-maatregel spreekt zij haar voorkeur uit voor de maatregel als bedoeld in artikel 37 Sr.
De psycholoog heeft ook in rapporten naar voren gebracht dat de kans op herhaling zonder behandeling hoog is. In de contacten met verdachte heeft hij gezien dat er een ontwikkeling is in het openstaan voor het bespreken van de conclusies van deskundigen. Er is volgens hem dus sprake van ontwikkeling in de stabiliteit bij verdachte. Anderzijds heeft hij geen toename van probleembesef geconstateerd en wat dat betekent voor verdachte ter voorkoming van risicovolle situaties. Er is bij verdachte dus geen sprake van ontkenning, maar ook niet van toe-eigening. De psycholoog heeft de verwachting uitgesproken dat het inzicht bij verdachte zal toenemen wanneer wordt gestart met de behandeling, maar dat dit wel tijd zal kosten. Ook hij oordeelt dat de maatregel van artikel 37 Sr meer voorkeur geniet boven de Tbs-maatregel, nu er geen sprake is van acuut gevaar en geen sprake is van een persoonlijkheidsstoornis waarvoor behandelinterventie noodzakelijk is.

De rechtbank deelt niet de overtuiging van de deskundigen dat verdachte zich vrijwillig zal laten begeleiden na afloop van een behandeling. Verdachte heeft geen ziekte-inzicht. De rechtbank heeft onvoldoende vertrouwen dat bij het monitoren van verdachte na afloop van de maatregel als bedoeld in artikel 37 Sr tijdig zal worden opgemerkt of het met verdachte de verkeerde kant op gaat. Een steviger forensisch kader is geboden om de algemene veiligheid van personen te waarborgen. Verdachte moet in beeld blijven bij de hulpverlening, zodat tijdig kan worden opgemerkt als verdachte opnieuw in psychische problemen komt en er in dat geval naar gehandeld kan worden om gevaar voor anderen te voorkomen.

De rechtbank overweegt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Gelet op het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dat is begaan en de inhoud van de Pro Justitia rapporten, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gevaar vormt voor de veiligheid van anderen en dat behandeling noodzakelijk is om herhaling van een delict te voorkomen. De rechtbank acht het onverantwoord om verdachte zonder een stevig forensisch kader in de maatschappij te laten terugkeren en zal daarom aan verdachte de Tbs-maatregel opleggen. Aan de Tbs-maatregel zullen voorwaarden worden verbonden.