ECLI:NL:RBAMS:2019:8095 (Organiseren verboden hondengevechten)

Rechtbank Amsterdam, 31 oktober 2019, Organiseren verboden hondengevechten
(ECLI:NL:RBAMS:2019:8095)

Essentie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het organiseren van vijf hondengevechten, het aanwezig zijn bij deze gevechten, dierenmishandeling en tevens het voorhanden hebben van verboden dierengeneesmiddelen.

Rechtsregel

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het organiseren van vijf hondengevechten en het aanwezig zijn bij de hondengevechten. Door betrokkenheid bij de hondengevechten heeft zij zich ook schuldig gemaakt aan dierenmishandeling. De honden liepen tijdens de gevechten ernstige wonden op, zijn kreupel geworden en hebben hier littekens aan overgehouden. Een van de honden is dusdanig gewond geraakt dat verdachte en medeverdachte haar poot hebben gehecht met een hechtpistool. Op beelden van de hondengevechten is duidelijk te horen hoe de honden janken als uiting van pijn en uitputting. Ook is te zien dat de gevechten redelijk lang duren en dat er soms opnieuw begonnen wordt als een hond verzwakt is.

Mensen hebben ten opzichte van dieren een speciale verantwoordelijkheid. Dit houdt in dat men zorg draagt voor het welzijn en de gezondheid van het dier en dat al het mogelijke wordt gedaan om de eigenheid en integriteit van een dier te respecteren. De verdachte heeft nagelaten deze zorg te dragen en heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van verboden diergeneesmiddelen.

Inhoud

De wijkagent kreeg een envelop in zijn postvak met daarin een USB-stick, waar videobeelden op staan van een gevecht tussen twee pitbulls. Op de beelden zijn drie mannen te zien. Later komt een melding binnen. Hierop is een onderzoek gestart, waarin verschillende verdachten in beeld zijn gekomen. De meeste verdachten wordt verweten dat zij in wisselende samenstelling gevechten hebben georganiseerd met pitbull-achtige honden en dat zij daarbij aanwezig waren. Verder wordt een aantal van hen verweten dat zij pijn en letsel bij die honden hebben veroorzaakt en dat zij honden hebben gefokt/getraind en in niet-aangemelde inrichtingen hebben gehouden zonder vakbekwaamheidsbewijs.

Een van de honden is gewond in het huis van verdachte aangetroffen. Op de poot van de hond zat een krammetje en bij doorzoeking van het huis werden in de wastafel een hechttang en bloedsporen aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat de hechttang van haar is en dat medeverdachte de tang heeft gebruikt om de hond te hechten.

In de telefoon van medeverdachte zijn berichten aangetroffen waarin hij foto’s van een verwonde hond heeft doorgestuurd. Op de computer van verdachte zijn foto’s gevonden van een hond met littekens die overeenkomen met de verwondingen van de hond op de foto’s in de berichten. Verder blijkt uit de berichten dat medeverdachte wist welke wonden de hond heeft opgelopen en hoe lang het gevecht duurde. Ook noemt hij specifieke details van het gevecht en zegt hij dat verdachte bij de gevechten aanwezig was. De rechtbank stelt hierdoor vast dat verdachte en medeverdachte beide bij het gevecht zijn geweest waarbij de hond gewond is geraakt. Verdachte heeft verklaard dat zij de eigenaresse is van de hond, maar uit het dossier blijkt dat medeverdachte ook zeggenschap had over de hond. De facturen van de dierenarts heeft hij betaald en zijn naam staat op de overeenkomst. Beiden hadden beschikkingsmacht over de hond. Verdachte heeft een actieve bijdrage geleverd aan het hondengevecht door de hond daaraan te laten deelnemen. Bij dit hondengevecht heeft de hond letsel heeft opgelopen.

De rechtbank veroordeeld verdachte voor bovenstaande feiten tot een taakstraf van 240 uur met daarnaast een gevangenisstraf van 3 maanden. Er wordt een proeftijd van 3 jaar opgelegd. Tijdens deze proeftijd mag verdachte geen honden houden.