ECLI:NL:RBAMS:2019:4546 (FNV / Helpling)

Rechtbank Amsterdam, 1 juli 2019, FNV / Helpling
(ECLI:NL:RBAMS:2019:4546)

Essentie
Geen arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers. Vergoeding voor gebruik website vragen mag niet.

Rechtsregel
Tussen de schoonmakers en Helpling is geen sprake van een arbeids- of een uitzendovereenkomst. Helpling hoeft daarom de schoonmaak-cao niet toe te passen op de schoonmakers. Er is wel sprake van bemiddeling tussen de schoonmakers en de klanten. Helpling mag de schoonmakers daarom niet vragen om een vergoeding om de website te mogen gebruiken.

Inhoud arrest
De eiseres in deze zaak meldt zich aan bij Helpling als schoonmaker. Van 8 maart 2017 tot 4 september 2017 werkt zij via Helpling bij klanten. In totaal heeft zij in deze periode 172 uur gewerkt, wat neerkomt op gemiddeld 6,7 uur per week.

Op 4 september 2017 meldt zij zich ziek bij Helpling en wil weten of haar loon doorbetaald wordt bij ziekte. Helpling geeft aan dat zij geen dienstverband heeft en dat de Regeling dienstverlening aan huis van toepassing is.

De FNV heeft Helpling op 22 december 2017 en 16 januari 2018 een brief gestuurd, waarin zij stelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst dan wel een uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers en dat Helpling de cao in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (de cao) moet toepassen.

Partijen hebben overleg gevoerd, maar zijn niet tot een oplossing gekomen. Daarom is de FNV een zaak gestart.

Helpling

In de cao is bepaald wat een schoonmaakbedrijf is: als hoofd- of nevenberoep schoonmaken in bijvoorbeeld woningen. Een werknemer is iedere man of vrouw is die op basis van een arbeidsovereenkomst voor een dergelijke werkgever werkt.

Helpling is een website waarop particuliere klanten een schoonmaker kunnen inhuren. Zowel de klant als de schoonmaker moeten een profiel op de website aanmaken. De schoonmaker mag zelf zijn eigen agenda invullen en zijn eigen uurtarief bepalen (minimaal het minimumloon en maximaal € 45,00 bruto). Als een nieuwe schoonmaker zich aanmeldt, krijgt hij een gesprek. Daarna krijgt hij eerst een proefafspraak, die wordt beoordeeld. Alleen als dat goed is, mag de schoonmaker meer klanten aannemen. Klanten kunnen ook klagen over schoonmakers; bij drie aantekeningen of negatieve beoordelingen, wordt hij verwijderd.

De klant kan via een zoekscherm schoonmakers zoeken. Wie de klus bij hem krijgt, bepaalt de klant. Als de schoonmaker de klus heeft aangenomen, kan die niet meer worden geannuleerd. Na de klus stuurt Helpling de klant een verzoek om een recensie te geven en de factuur.

Helpling staat bij de KvK ingeschreven als onderneming dat de ontwikkeling, het onderhoud en beheer van een website doet. Er staat bij dat het een online platform is om mensen te helpen om nieuwe klanten te vinden en bestaande klantrelaties te beheren. Het is dus niet ingeschreven als schoonmaakbedrijf.

Tussen Helpling en de schoonmakers geldt een overeenkomst, genaamd de Gebruikersovereenkomst. Dit is alleen geen schriftelijke overeenkomst. De afspraken die tussen de partijen zijn gemaakt, staan in de algemene voorwaarden van Helpling. Hierin is onder meer opgenomen dat Helpling geen partij is in de afspraken tussen de schoonmaker en de klant en dat de schoonmakers geen werknemer van Helpling zijn. Helpling biedt zelf geen schoonmaakdiensten aan, maar bemiddelt alleen. De schoonmaker verleent diensten op grond van de Regeling Dienstverlening aan huis. De schoonmaker heeft op de klant een vordering tot betaling van zijn loon, inclusief vakantiegeld, ziekteverzuim en opgebouwde wettelijke vakantiedagen.

Verloop procedure

De FNV vordert primair dat wordt verklaard dat sprake is van een arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:610 BW tussen de schoonmakers en Helpling. Subsidiair vordert de FNV een verklaring voor recht dat sprake is van een uitzendovereenkomst op grond van artikel 7:690 BW, dan wel op grond van artikel 1 lid 1 sub c van de Waadi. Verder vordert de FNV dat de cao van toepassing is.

Meer subsidiair vordert de FNV een verklaring voor recht dat Helpling bemiddelt met het oogmerk een arbeidsovereenkomst tot stand te brengen als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub c van de Waadi en dat Helpling op grond van artikel 3 lid 1en/of 9 Waadi geen financiële tegenprestatie mag vorderen van de schoonmakers voor deze activiteiten. FNV stelt ook dat Helpling in strijd met de regels niet in de KvK heeft opgenomen dat zij arbeidskrachten ter beschikking stelt en dat Helpling in strijd met de Waadi handelt door de schoonmakers niet hetzelfde loon en arbeidsvoorwaarden te geven dan andere schoonmakers.

Uiterst subsidiair vordert de FNV een verklaring voor recht dat sprake is van een overeenkomst van opdracht. Tenslotte vordert de FNV een verklaring dat Helpling heeft nagelaten eiseres te wijzen op de rechten die voortvloeien uit de regeling Dienstverlening aan huis.

Helpling heeft op alle punten verweer ingediend en stelt dat alle vorderingen moeten worden afgewezen. Er is geen sprake van arbeid in de zin van artikel 7:610 BW; zij zijn enkel een ‘prikbord’.

De kantonrechter overweegt als volgt.

  • Ten aanzien van de vereisten voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst is in de algemene voorwaarden opgenomen dat dit juist niet beoogd wordt door Helpling. Bovendien is er geen sprake van gezag. De schoonmaker kan zelf bepalen hoe en wanneer hij zijn werk doet. Ook het feit dat Helpling bemiddelt, maakt niet dat sprake is van gezag. Er is dus geen sprake van een arbeidsovereenkomst.
  • Hierdoor kan ook geen sprake zijn van een uitzendovereenkomst, omdat hiervoor een arbeidsovereenkomst met de werkgever (Helpling) vereist is.
  • Gelet op het voorgaande is de cao ook niet van toepassing op de situatie, omdat Helpling geen schoonmaakbedrijf in de zin van de cao is.
  • Ook is geen sprake van terbeschikkingstelling in de zin van de Waadi, omdat deze wet niet geldt als de werkzaamheden wordt uitgevoerd op grond van een arbeidsovereenkomst tussen de opdrachtgever (de klant) en de arbeidskracht (de schoonmaker). Dat is hier het geval. Op deze arbeidsovereenkomst is de Regeling dienstverlening aan huis van toepassing. De klant betaalt het loon en heeft gezag en de werkzaamheden worden voor de klant verricht. Er is dus geen sprake van terbeschikkingstelling. Helpling heeft artikel 7a, 8 en 9 van de Waadi dus ook niet geschonden.
  • Er is wel sprake van arbeidsbemiddeling. Dit is namelijk het behulpzaam zijn van een werkgever dan wel een werkzoekende bij het zoeken naar arbeidskrachten of werk, met als doel een arbeidsovereenkomst tot stand te laten komen. Nu hier een arbeidsovereenkomst tussen de klant en de schoonmaker bestaat, en Helpling hierbij heeft geholpen, is sprake van arbeidsbemiddeling. Helpling speelt hier een actieve rol in en stelt onder meer regels voor de aanvaarding en wijziging van de opdracht. Ze bemoeit zich ook met de beoordeling van de schoonmakers en kan een account blokkeren. Ook over de prijs geeft Helpling een boven- en ondergrens. Een verklaring voor recht dat sprake is van arbeidsbemiddeling kan dus wel worden afgegeven.
  • Ten aanzien van de overeenkomst van opdracht merkt de kantonrechter op dat de schoonmaker diensten verricht voor Helpling, maar niet op grond van een arbeidsovereenkomst. Gelet hierop en met name op de actieve rol die Helpling speelt tegenover de schoonmaker, wordt voldaan aan alle elementen van een overeenkomst van opdracht.
  • Nu sprake is van arbeidsbemiddeling, is artikel 3 lid 1 Waadi van toepassing. Daarin staat dat bij arbeidsbemiddeling niet mag worden betaald door de werkzoekenden voor de hulp. Helpling houdt zich hier niet aan: de schoonmaker moet 23% bij voortdurende opdrachten en 32% bij eenmalige opdrachten van zijn inkomsten afstaan aan Helpling. Dit is dus in strijd met het genoemde artikel. Ook hier wordt een verklaring voor recht over afgegeven en Helpling zal dit moeten aanpassen.

Gelet op het laatste punt zou het voor de hand liggen dat Helpling de ingehouden bedragen moet terugbetalen aan de schoonmakers. Maar dat is niet zo: het is een nieuw fenomeen en niet eerder is bepaald of Helpling of een vergelijkbare site als arbeidsbemiddeling kan worden gezien, waardoor Helpling dit niet kon weten. Het is dan ook niet redelijk en billijk dat Helpling de bedragen moet terugbetalen. Dit zou namelijk ook betekenen dat Helpling helemaal geen geld krijgt voor haar diensten. Dit kan niet van haar gevergd worden. Helpling zal wel haar werkwijze en verdienmodel moeten aanpassen: voortaan moet de klant het bedrag betalen, niet de schoonmaker.

Ten aanzien van de gevorderde dwangsom merkt de kantonrechter op dat niet is gebleken dat Helpling zich aan de hierboven genoemde punten wil houden. Daarom zal Helpling – na een periode waarin zij de tijd krijgt haar systeem aan te passen – een dwangsom worden opgelegd.

Tenslotte merkt de kantonrechter nog op dat Helpling duidelijker had moeten zijn naar de klanten over het van toepassing zijn van en de gevolgen van de Regeling Dienstverlening aan huis. Met name ten aanzien van het punt dat er gewoon betaald moet worden als de schoonmaker ziek is. De verklaring voor recht zal toch worden afgewezen, omdat FNV dit punt niet goed genoeg heeft toegelicht en niet heeft uitgelegd wat voor belang ze bij deze verklaring zou hebben.

Dictum

Gelet op al het voorgaande verklaar de kantonrechter voor recht dat Helpling tussen eiseres en de andere schoonmakers enerzijds en klanten anderzijds bemiddelt met het oogmerk tussen hen een arbeidsovereenkomst tot stand te brengen, zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Waadi.

Verder verklaart de kantonrechter voor recht dat Helpling bemiddelt in de zin van de Waadi en dat Helpling daarom in strijd handelt met artikel 3 lid 1, door de schoonmakers een financiële tegenprestatie te vragen voor hun werk. Hij legt Helpling dan ook op om hiermee te stoppen, op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per dag vanaf 1 augustus 2019, met een maximum van € 50.000,-.