ECLI:NL:HR:2022:1114 (Verbodenverklaring en ontbinding motorclub)

Hoge Raad, 15 juli 2022, Verbodenverklaring en ontbinding motorclub
(ECLI:NL:HR:2022:1114)

Essentie

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft bij de civiele rechter verzocht om een verklaring voor recht dat de activiteiten van motorclub Hells Angels Motorcycle Club (HAMC) in strijd zijn met de openbare orde. Daarnaast heeft het OM verzocht om ontbinding van de Nederlandse afdeling van de club, Hells Angels Motorcycle Club Holland (HAMC Holland), vanwege activiteiten in strijd met de openbare orde. Kortom, het OM heeft in een civiele procedure verzocht om een verbod en ontbinding van deze organisaties in Nederland.

Rechtsregel

Verbodenverklaring en ontbinding van HAMC Holland heeft niet tot gevolg dat de afzonderlijke charters ook verboden zijn verklaard en ontbonden. Wel kunnen de verbodenverklaring en ontbinding van HAMC Holland indirecte gevolgen hebben voor deze charters. Dit houdt onder meer in dat leden de ‘colors’ van de Hells Angels niet meer mogen dragen in het openbaar en dat de charters niet meer onder deze naam naar buiten mogen treden. Het is vervolgens aan de strafrechter om te bepalen of gedragingen als deze een strafbaar feit opleveren.

Door dit arrest is HAMC Holland definitief verboden en ontbonden.

Inhoud arrest

Hells Angels Motorcycle Club (HAMC) is een, van origine Amerikaanse, internationale motorclub. De motorclub heeft wereldwijd afdelingen, ook wel charters genoemd. In Nederland zijn er achttien van deze charters. Aan de Hells Angels-charters in Nederland zijn twee verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en zestien stichtingen verbonden.

Het Openbaar Ministerie (OM) is van mening dat de activiteiten van de Hells Angels in strijd zijn met de openbare orde. Het OM richt zich in deze zaak zowel tegen de wereldwijde organisatie van de Hells Angels (HAMC) als tegen de Nederlandse overkoepelende organisatie (HAMC Holland). Het OM verzoekt om een verklaring voor recht dat de activiteiten van HAMC in strijd zijn met de openbare orde zoals bedoeld in art. 2:20 BW. Daarnaast verzoekt het OM op grond van datzelfde artikel om een verbodenverklaring en ontbinding van HAMC Holland.

De rechtbank heeft de verzoeken van het OM toegewezen. Het hof heeft dit bekrachtigd. Volgens het hof zijn de Nederlandse charters, voor zover zij geen formele verenigingen zijn, informele verenigingen. Daarmee vallen zij niet onder de verbodenverklaring en ontbinding van HAMC Holland. De verklaring voor recht ten aanzien van HAMC en de verbodenverklaring van HAMC Holland hebben echter wel indirecte gevolgen voor de Nederlandse charters en hun leden. Na het onherroepelijk worden van de verklaring en het verbod mogen zij de werkzaamheden van HAMC en HAMC Holland namelijk niet meer voortzetten. Dit betekent onder andere dat de leden de ‘colors’ van de Hells Angels niet meer mogen dragen in het openbaar en dat de charters niet meer naar buiten mogen treden onder de naam Hells Angels.

Zowel de Hells Angels als het OM hebben cassatieklachten ingediend. De klacht van de Hells Angels ziet op het oordeel van het hof met betrekking tot het verbod op de activiteiten van HAMC en HAMC Holland en wat dit betekent voor de leden en de charters. De cassatieklacht van het OM ziet onder andere op het oordeel van het hof over de Nederlandse Hells Angels-charters als verenigingen.

De cassatieklachten in beide cassatieberoepen worden verworpen. Voor wat betreft het cassatieberoep van de Hells Angels wordt als volgt geoordeeld. De verbodenverklaring en ontbinding van HAMC Holland zorgen er niet voor dat de afzonderlijke charters ook verboden zijn verklaard en ontbonden. Het hof heeft slechts opgemerkt dat de verbodenverklaring en ontbinding van HAMC Holland wel indirecte gevolgen kunnen hebben voor de afzonderlijke charters en hun leden. Dit volgt uit art. 140 lid 2 Sr. In dit artikel is deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissingen verboden is verklaard of ten aanzien waarvan een onherroepelijke verklaring als bedoeld in art. 10:122 lid 1 BW strafbaar gesteld.

Vervolgens is het aan de strafrechter om te bepalen of het in het openbaar dragen van de Hells Angels-colors of het onder de naam ‘Hells Angels’ naar buiten treden een strafbaar feit oplevert. Het cassatieberoep van het OM is zonder inhoudelijke motivering afgedaan (art. 81 lid 1 RO). Door het arrest van de Hoge Raad wordt het arrest van het gerechtshof in stand gehouden. Hiermee zijn de Hells Angels-organisaties in Nederland definitief verboden en ontbonden.