ECLI:NL:HR:2021:1885 (Bestuurder motorrijtuig)

Hoge Raad, 14 december 2021, Bestuurder motorrijtuig
(ECLI:NL:HR:2021:1885)

Essentie

In dit arrest wordt het begrip ‘bestuurder’ zoals bedoeld in art. 1, aanhef en onder o, WVW 1994 besproken.

Het enkele aantreffen van een geparkeerd voertuig waar een persoon achter staat die bezig is in de kofferbak, maakt deze persoon nog geen bestuurder. Om te kunnen worden aangemerkt als zodanig moet nader worden gemotiveerd dat ten tijde van de controle of kort daarvoor bestuurshandelingen door deze persoon zijn verricht. Enkel in een dergelijk geval kunnen bevoegdheden als art. 160 lid 1 WVW 1994, die zich richten tegen de bestuurder van een motorrijtuig, worden uitgeoefend.

Rechtsregel

Als bestuurder van een motorrijtuig zoals bedoeld in art. 1, aanhef en onder o, WVW 1994 jo. art. 160 lid 1 WVW 1994 kan enkel degene worden aangemerkt die ten tijde van of kort voorafgaand aan de controle bestuurshandelingen heeft verricht.

Inhoud arrest

Bewezen verklaard is dat de verdachte in november 2018 opzettelijk verdovende middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I heeft vervoerd. Daarnaast heeft hij een boksbeugel, een wapen van categorie I van de WWM, en een wapenstok, een wapen van categorie IV van de WWM, voorhanden gehad en bij zich gedragen. Het verweer van verdachte luidt dat de tegen hem als bestuurder gerichte controle, die tot deze ontdekkingen heeft geleid, onrechtmatig heeft plaatsgevonden en dat hierom bewijsuitsluiting moet plaatsvinden.

De bewezenverklaring vindt onder meer steun in het proces-verbaal van bevindingen dat is opgemaakt door twee verbalisanten. Tijdens hun surveillancedienst zagen zij bij een tankstation een auto staan geparkeerd in een donkere hoek. Ze zagen dat de kofferbak open stond en dat er twee mannen achter de auto stonden die bezig waren met wat spullen in de kofferbak. Bij het naderen van het voertuig zagen zij dat het voertuig was voorzien van een Duits kenteken. Vanwege het feit dat zij in hun gebied veel te maken hebben met huurauto’s en zij bekend waren met het feit dat veel Duitse huurauto’s een kenteken hebben dat begint met een M, werd besloten het voertuig en de bestuurder te controleren.

Het rij- en kentekenbewijs van de bestuurder werd gevraagd, waarna bij de overhandiging hiervan werd opgemerkt dat onder het kentekenbewijs een gripzakje met wit poeder werd vastgehouden. Dit poeder werd herkend als MDMA, waarna de cautie werd gegeven en uitlevering van eventuele overige verdovende middelen in het voertuig werd gevorderd. Hierna werden nog drie zakjes met verdovende middelen door verdachte uit zijn jas gehaald, waarop door de verbalisanten werd besloten het voertuig te onderzoeken. Bij het openen van het portier van het voertuig werden een wapenstok, boksbeugel en twee zakjes MDMA aangetroffen.

Het hof heeft vastgesteld dat verbalisanten een geparkeerde auto zagen staan waarachter twee mannen stonden en dat vervolgens inzage is gevorderd in het rijbewijs en kentekenbewijs van verdachte door gebruikmaking van de bevoegdheid als bedoeld in art. 160 lid 1 WVW 1994. Dit artikel schept onder meer de bevoegdheid om inzage te vorderen in het rijbewijs en kentekenbewijs van de bestuurder van een motorrijtuig.

De vraag die in dit geval dient te worden beantwoord is de vraag of verdachte kan worden aangemerkt als bestuurder van het motorrijtuig.

De Hoge Raad merkt op dat de bevoegdheid zoals bedoeld in art. 160 lid 1 WVW 1994 enkel kan worden uitgeoefend ten aanzien van de bestuurder van een motorrijtuig. Geoordeeld wordt dat uit de vaststelling van het hof niet kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van de controle of kort daarvoor bestuurshandelingen heeft verricht en daardoor als bestuurder van het voertuig zoals bedoeld in art. 1, aanhef en onder o, WVW 1994 kan worden aangemerkt. Het hof heeft ontoereikend gemotiveerd dat de verbalisanten gerechtigd waren tot het uitoefenen van de controlebevoegdheid zoals omschreven in art. 160 lid 1 WVW 1994. Op het moment van de controle was namelijk geen sprake van een bestuurder, waardoor de controle onrechtmatig is uitgevoerd.