ECLI:NL:HR:2020:1090 (Prejudiciële procedure PIP-borstimplantaten)

Hoge Raad 19 juni 2020, Prejudiciële procedure PIP-borstimplantaten
(ECLI:NL:HR:2020:1090)

Essentie

Ziekenhuizen zijn niet aansprakelijk voor de schade die patiënten hebben geleden door gebrekkige PIP-borstimplantaten.

Rechtsregel

De Hoge Raad is van mening dat het plaatsen van een PIP-borstimplantaat dat industriële siliconen bevat een tekortkoming oplevert in de nakoming van de desbetreffende geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die tekortkoming kan echter niet aan de hulpverlener, of ingevolge de centrale aansprakelijkheid van art. 7:462 lid 1 BW aan het ziekenhuis worden toegerekend, zodat geen aansprakelijkheid bestaat.

Inhoud arrest

Deze prejudiciële procedure gaat over de vraag of een ziekenhuis aansprakelijk is voor de door een patiënt geleden schade die is ontstaan doordat de hulpverlener bij de uitvoering van een geneeskundige behandelingsovereenkomst een implantaat heeft geplaatst dat ongeschikt is gebleken. In het onderhavige geval gaat het om het gebruik van zogenoemde ‘PIP-implantaten’, borstprotheses die vanaf medio 2000 tot april 2010 wereldwijd veelvuldig werden gebruikt bij borstvergrotingsingrepen. Intussen is gebleken dat de producent heeft gefraudeerd met deze borstimplantaten, door bij de productie gebruik te maken van een siliconengel die enkel voor industriële processen geschikt is en dus niet voor medisch gebruik. Dit heeft tot ernstige klachten geleid bij patiënten en tot verschillende rechtszaken.

In deze procedure vordert verzoekster onder meer een verklaring voor recht dat het ziekenhuis aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van het feit dat bij haar een PIP-implantaat was geplaatst. Zij heeft aan deze vordering  ten grondslag gelegd dat het PIP-implantaat is gescheurd, waarna siliconen zich in haar lichaam hebben verspreid en zij als gevolg daarvan lichamelijke klachten heeft. Ook heeft zij een hersteloperatie moeten ondergaan. Voor de hierdoor geleden schade houdt zij het ziekenhuis aansprakelijk op grond van de art. 7:446 BW, 7:453 BW jo. 6:77 BW.

De Hoge Raad is van mening dat het plaatsen van een PIP-borstimplantaat dat industriële siliconen bevat een tekortkoming oplevert in de nakoming van de desbetreffende geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die tekortkoming kan echter niet aan de hulpverlener, of ingevolge de centrale aansprakelijkheid van art. 7:462 lid 1 BW aan het ziekenhuis worden toegerekend, zodat geen aansprakelijkheid bestaat. De Hoge Raad heeft hierbij meegewogen dat het gaat om grootschalige fraude door de producent, terwijl het ziekenhuis hiermee niet bekend was of kon zijn. Tevens zal aansprakelijkheid van het ziekenhuis in dit geval leiden tot een grote hoeveelheid, deels omvangrijke, schadeclaims, waartegen het ziekenhuis slechts een beperkte mogelijkheid bestaat om zich te verzekeren.

Patiënten die schade hebben geleden door gebrekkige PIP-borstimplantaten kunnen deze dus niet verhalen op het ziekenhuis. De frauderende producent is inmiddels failliet.