ECLI:NL:HR:2020:1046 (Beschuldiging jegens oud-rechter onrechtmatig)

HR 12 juni 2020. Voormalig juridisch medewerker beticht een oud-rechter voor wie ze heeft gewerkt van partijdigheid in een spraakmakende zaak.
(ECLI:NL:HR:2020:1046)

Essentie

Deze zaak gaat over een conflict tussen een voormalig rechter en een voormalig medewerkster van die rechter. De medewerkster zou in een anoniem bericht aan een journalist en later in een getuigenverklaring de rechter verwijten onvoldoende onpartijdig te zijn.

Rechtsregel

De vraag is of de medewerkster onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de rechter. In hoger beroep besliste het Hof ’s-Hertogenbosch dat de medewerkster onrechtmatig heeft gehandeld jegens de oud-rechter. De Hoge Raad vernietigt dat arrest, maar slechts het gedeelte waarin voor recht is verklaard dat de medewerkster richting de oud-rechter en de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld door het onder ede herhalen van de anonieme beschuldigingen.

Inhoud arrest

De zaak betreft een conflict tussen oud-rechter Hans Westenberg en een voormalig juridisch medewerkster van de rechtbank Den Haag die een aantal jaren voor de oud-rechter had gewerkt. De medewerkster had een anonieme brief geschreven aan de Nieuwe Revu, waarin de oud-rechter werd beschuldigd van belangenverstrengeling en machtsmisbruik in de Chipshol-affaire.

Een aantal jaren na het versturen van de brief aan de Nieuwe Revu is de medewerkster opgeroepen om te getuigen in een strafzaak tegen de oud-rechter. Hem werd meineed, valsheid in geschrifte en strafbare belangenverstrengeling verweten. In haar getuigenis heeft de medewerkster onder ede de inhoud van haar anonieme brief herhaald. Dat mocht niet baten, want de oud-rechter werd zowel in eerste aanleg als in hoger beroep vrijgesproken.

De anonieme brief en de getuigenverklaring van de medewerkster waren voor de oud-rechter reden om de medewerkster aansprakelijk te stellen voor de geleden schade en een civiele zaak aan te spannen. De Hoge Raad stelt dan ook in casu dat de medewerkster onrechtmatig heeft gehandeld jegens de oud-rechter door dertien jaar na het voorval naar buiten te treden zonder dat zij toentertijd een interne melding heeft gemaakt van hetgeen zij vermoedde. De werkneemster moet de schade vergoeden die de oud-rechter en zijn rechtspersoon (waarvoor hij nevenwerkzaamheden verricht) hebben geleden.